Zie, Mijn Knecht (12)
“Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is” (Jes. 53:9). Zie, Mijn Knecht Dit deel van het gedicht van Jesaja – en grootste profetie – heeft vier regels. De tweede regel staat in contrast met de eerste, terwijl de vierde regel de derde uitwerkt. Aan de ene kant leren we wat de goddeloze mens heeft gepland,...
Zie, Mijn Knecht (2)
“Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd” (Jes. 42:1). Zie, Mijn Knecht (2) In Jesaja 40-48 sprak God tot Israël met het oog op hun afgoderij. Vanaf hun dagen in Egypte, gedurende de woestijnreis en zelfs in het beloofde land was er afgoderij in hun harten en wegen, zoals Stéfanus ernstig getuigde van de leiders van Israël (Hand. 7). Hun ontrouw en het zich afwenden...
Zie, Mijn Knecht (3)
“Zoals velen zich over U ontzet hebben – zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand anders, en Zijn gestalte, meer dan van andere mensenkinderen – zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen, koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan. Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien, en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen” (Jes. 52:14,15). Zie, Mijn Knecht (3) Bovenstaande bijbeltekst is een deel van een gedicht. Om iets over te brengen hetgeen...
Zie, Mijn Knecht (4)
“Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht, als een wortel uit dorre aarde. Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben” (Jes. 53:2). Zie, Mijn Knecht (4) In de menselijke geschiedenis neigen de dingen naar beneden te gaan en erger te worden. Onze eerste ouders en hun familie hebben dit aangetoond (Gen. 3-4), een proces dat sindsdien herhaald is. Met de komst van de Messias...
Zie, Mijn Knecht (5)
“Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte …” (Jes. 53:3a). Zie, Mijn Knecht (5) Het vers van vandaag maakt deel uit van de toekomstige belijdenis van Israël die begint met vers 2, en erkent het gebrek aan erkenning en waardering die de Messias ervoer toen Hij kwam. Israëls leiders beïnvloedden het volk, en daarom werd Hij veracht en verworpen, en naar het kruis geleid. Na Zijn opstanding en verhoging, werd Hij nog...
Zie, Mijn Knecht (6)
“ … en als iemand voor wie men het gezicht verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht” (Jes. 53:3b). Zie, Mijn Knecht (6) Jesaja beschrijft hoe slecht de Man van Smarten werd behandeld door Zijn eigen volk. De profeet gebruikte het woord veracht twee keer in vers 3 en noemde zeven punten van de ernstige afwijzing die Hij ervoer. Net zoals mensen elk contact met een melaatse zouden vermijden, zo verborgen ze hun gezichten voor Jezus de...
Zie, Mijn Knecht (7)
“Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt” (Jes. 53:4). Zie, Mijn Knecht (7) Deze tekst bevat veel sleutelbegrippen en maakt deel uit van de belijdenis die Israël zal doen wanneer het Jezus erkent als de Messias, wanneer Hij terugkomt uit de hemel. Wij, gelovigen uit Joden en heidenen, kunnen ons vandaag al vereenzelvigen met deze belijdenis. We realiseren ons dat de Heer...
Zie, Mijn Knecht (8)
Zie, Mijn Knecht “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen” (Jes. 53:5). Deze ontroerende verzen geven details over het lijden van de Messias voor Zijn volk. Bepaalde Joodse leiders beweren dat Jesaja 53 het lijden beschrijft dat Israël doorstaan heeft. Het lijdt geen twijfel dat Israël veel geleden heeft … en de Grote Verdrukking is nog...
Zie, Mijn Knecht (9)
“Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen” (Jes. 53:6). Zie, Mijn Knecht Dit ontroerende vers begint met “Wij … allen”, en bijna aan het einde staat “ons allen”. In de Hebreeuwse bijbel is de eerste uitdrukking van dit vers exact hetzelfde als het laatste. Deze bekentenis impliceert de verantwoordelijkheid van de schapen, ook al kunnen dieren niet aansprakelijk worden gesteld. Maar...
Zien op Jezus …
Hebreeën 12:3; 2 Korinthe 3:18; Hooglied 4:9 Waarheen onze ogen gericht worden, is belangrijk. In het verkeer, en bij veel andere gelegenheden. Waar de ogen van onze harten op zijn gericht (Ef. 1:18) is nog belangrijker. We moeten naar Jezus kijken. Als we op Hem zien, heeft dat gevolgen: • Voor onszelf We worden versterkt en bemoedigd. “Want let op Hem, die zo’n tegenspraak door de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet moe wordt en in uw zielen...

