8 maanden geleden

Zie, Mijn Knecht (8)

Zie, Mijn Knecht

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen” (Jes. 53:5).

Deze ontroerende verzen geven details over het lijden van de Messias voor Zijn volk. Bepaalde Joodse leiders beweren dat Jesaja 53 het lijden beschrijft dat Israël doorstaan heeft. Het lijdt geen twijfel dat Israël veel geleden heeft … en de Grote Verdrukking is nog niet gekomen! Ze hebben een zonden-drager nodig, een zondeloze vervanger, maar een zondig volk kan niet zijn eigen vervanger zijn. Daarom moeten ze de belijdenis doen die Jesaja beschrijft, zich realiserend dat hun eigen Messias – die ze verwierpen – het oordeel op Zich nam die zij verdiend hadden.

Eens begrepen de broers van Jozef wat zij hun eigen broer hadden aangedaan, zij hadden berouw, en beleden hun zonden aan hem. Dit leidde tot een wonderbaar herstel. Hun relatie met Jozef was hersteld, en ook onder elkaar, en met hun vader. Dit was God’s werk (Gen. 50:20), maar zij waren volledig verantwoordelijk en moesten berouw tonen over hun wandaden. Zo ook Israël. Na de Grote Verdrukking en hun belijdenis zal de relatie met de Messias en God hersteld worden. Alle stammen zullen in harmonie leven in het Beloofde Land.

Jesaja 53 schildert genezing en herstel op basis van het plaatsvervangende werk van Christus. Op een dag zullen alle gelovigen een nieuw lichaam ontvangen gebaseerd op Christus’ volbrachte werk (Fil. 3:21). Zullen we ooit vergeten hoe Hij verwond was? Zijn handen, voeten en zijde waren doorboord. Binnenkort zullen we het Lam zien als geslacht (Openb. 5:6) en Hem danken, voor altijd de Vader loven, die Zijn eniggeboren Zoon gaf om veel zonen tot heerlijkheid te leiden. Hij werd getuchtigd, geslagen met veel striemen, niet alleen door de mens, maar door God Zelf. Er is geen grotere liefde dan de Zijne!

Wordt DV vervolgd.

Alfred E. Bouter, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol