Psalm 119 vers 89 en vers 11
“Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel.” (Ps. 119:89). “Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.” (Ps. 119:11). Dit zijn twee gouden motto’s voor de tegenwoordige tijd. Ze geven de ware plaats aan voor het Woord: “vast in de hemel” en “opgeborgen in mijn hart.” Het hart is verbonden met de troon van God door middel van Zijn eigen Woord, waardoor de christen alle stabiliteit en morele zekerheid krijgt die...
Psalm 119 vers 97-100
“Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking. Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden, want zij zijn voor eeuwig bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking. Ik heb meer inzicht dan de ouderen, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.” Dit is het wonderbaarlijke voorrecht van hen die het Woord van God zijn ware plaats in hun leven geven. Zij die er een...
Psalm 119:16
Bijbellezen? Maar als ik geen zin (meer) heb? Ieder Christen zal deze situatie herkennen: Het dagelijkse Bijbellezen schijnt iemand “niets meer te brengen”, de Bijbel “spreekt” niet meer tot mij, de lust tot lezen is verminderd. Je loopt gevaar (of bent al zover) om het Bijbellezen eraan te geven. Misschien kunnen de volgende overwegingen jouw tot een hulp zijn: * Spreek er openlijk met de Heer over. Wanneer je het Hem vertelt, kan Hij je ook nieuwe interesse schenken. Vraag...
Psalm 119:18
Zes adviezen bij het lezen van de Bijbel! Bid, voor u uw bijbel opent: Om haar te begrijpen, hebben we de leiding van de Geest van God nodig.Lees uw bijbel aandachtig: Let op de beloften en de aanwijzingen die u gegeven zijn, evenals het onderwijs dat nieuw voor u is.Lees uw bijbel regelmatig: U zou uw ziel iedere dag met het Woord van God moeten voeden. Herinner u het woord van de Heer Jezus: "De mens zal bij brood alleen...
Psalm 121
Lezen: Psalm 121 Ik hef mijn ogen op Een pelgrimslied1 Hulp van God Taalkundigen die de oorspronkelijke tekst kennen, zeggen dat het eerste vers van deze psalm ook als een vraag gesteld zou kunnen worden: “Zal ik mijn ogen opslaan naar de bergen? Vanwaar zal mijn hulp komen?” Het antwoord op deze vraag dat gegeven wordt in vers 2: “Mijn hulp is van de HEERE”, is in overeenstemming met Jeremia 3 vers 23, waar we lezen: “Voorwaar, tevergeefs verwacht men...
Psalm 121:8
De oude Romeinen hadden een beschermgod, Janus, met twee tegengestelde gezichten. Het ene keek achterwaarts en het andere voorwaarts. Daarom noemden ze hem de “god” van de in- en uitgang. Zo gaan wij als het ware met twee gezichten het nieuwe jaar in. We zien terug, en we blikken in de toekomst. Doen wij dat als kinderen van God, wat gaat er dan in onze harten om? Kijken wij terug, dan komen er misschien smartelijke beelden naar boven, lijden, beproevingen,...
Psalm 126 vers 5-6
“Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Wie het zaad draagt en dat zaait, gaat al wenend zijn weg; maar hij zal zeker terugkomen met gejuich, en zijn schoven dragen”. Deze woorden zijn wonderbaar waar van de Heer Jezus, Die in de wereld kwam en over wie de profeet moest zeggen: “Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte …” (Jes. 53:3). Lukas vertelt ons dat toen de Heer Jezus naar Jeruzalem...
Psalm 126:5 – “Die met tranen zaaien zullen met gejuich maaien”.
Een jong meisje was helemaal blind. In de kinderjaren deed zich een oogziekte voor dat steeds erger werd. Nu was ze volkomen hulpeloos. Hoe goed dat ze nog een liefdevolle trouwe moeder had. Deze zorgde aandoenlijk voor haar kind. Evenwel werd de moeder erg ziek. De dokter had geen hoop. Na enige tijd stierf de moeder. Het meisje was ontroostbaar en huilde zonder ophouden. Bij de begrafenis kreeg zij een huilbui en werd bewusteloos. Toen ze weer bijkwam kon ze...
Psalm 132 vers 13
“Want de HEERE heeft Sion verkozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.” 23 juni 2025 Ware toewijding begint niet in de handen, maar in het hart. In Psalm 132 vinden we David – een man naar Gods eigen hart – die ernaar verlangde om de Ark van de Heer terug te zien op zijn rechtmatige plaats. Hij was niet op zoek naar erkenning of beloning. Hij verlangde ernaar dat God een woning zou hebben, een plaats van rust onder...





