a

0123456789ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWZ
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (31)

Heer, leer ons bidden! “En het gebeurde, toen Hij op een bepaalde plaats in gebed was, dat één van Zijn discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zei: Heer, leer ons bidden” (Luk. 11:1). Jezus bad alleen, hoewel Hij omringd was door Zijn discipelen. Hij leerde hen te bidden, en bad voor hen, maar we lezen nooit, dat ze in Zijn tegenwoordigheid tot God of tot de Vader baden. Zelfs in Gethsémané, waar Hij hen aanmoedigt om te waken en te...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (32)

Geloofsgehoorzaamheid en de heerlijkheid van God “Jezus zei: Neemt de steen weg! Martha, de zuster van de gestorvene, zei tot Hem: Heer, hij riekt al, want hij ligt [daar] vier dagen. Jezus zei tot haar: heb Ik je niet gezegd, dat je, als je gelooft, de heerlijkheid van God zult zien? Zij namen dan de steen weg” (Joh. 11:39-41). Toen de Zoon van God op het punt stond om de heerlijkheid van God te openbaren, werd Martha’s ongeloof onthuld. Ze...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (33)

Bidden in geloof “En Jezus hief de ogen op naar boven en zei: Vader, Ik dank U dat u Mij hebt gehoord. Ik wist wel dat U Mij altijd hoort, maar ter wille van de menigte die rondom Mij staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij geloven dat U Mij hebt gezonden” (Joh. 11:41-42). Op deze plaats zien we enerzijds de volmaakte afhankelijkheid van Jezus, maar anderzijds ook Zijn volmaakte één-zijn met de Vader. Alles wat Hij deed, deed Hij...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (34)

Gebedsverhoring “… Vader, Ik dank U dat u Mij hebt gehoord. Ik wist wel dat U Mij altijd hoort, maar ter wille van de menigte die rondom Mij staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij geloven dat U Mij hebt gezonden” (Joh. 11:41-42). De ziekte van Lazarus moest dienen om de Zoon van God te verheerlijken (Joh. 11:4). De geweldige kracht die bij de opstanding van Lazarus werkzaam was, bracht de heerlijkheid van God aan het licht (Joh. 11:40). Wat...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (35)

Het beslissende richtpunt “Jezus weende1 … En Jezus hief de ogen op en zei: Vader, Ik dank U …” (Joh. 11:35,41). De man van Sichar, Die vermoeid bij de bron zat, is dezelfde Die met de Heilige Geest doopt, zodat mensen het eeuwige leven kunnen genieten (Joh. 4). De Zoon van de timmerman, Die in de boot op het kussen sliep, heeft de macht om de storm en de golven te gebieden en Zijn discipelen te redden uit alle nood (Mark....

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (36)

Dien je alleen of volg je óók?   “Als iemand Mij dient, laat hij Mij volgen; en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren” (Joh. 12:26). Tegenwoordig wordt veel dienst gedaan in de Naam van Jezus. Maar hoeveel dienaren zijn er die zichzelf verloochenen, dagelijks hun kruis opnemen en zeggen kunnen dat zij gekruisigd zijn voor de wereld en de wereld voor hen (Gal. 6:14)? In deze wereld carrière...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (37)

Eer van God of van mensen?   “Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren” (Joh. 12:26). Welke eer zoeken wij? De eer die van God komt, of de eer van mensen? Paulus zei ooit: “Als ik nog mensen behaagde, zou ik geen slaaf van Christus zijn” (Gal. 1:10). De volgende drie uitspraken van Jezus maken duidelijk hoe belangrijk het voor ons is om alleen de eer van God te zoeken. “Hoe kunt u geloven, u die eer van...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (38)

Zielenood   “Nu is Mijn ziel ontroerd …” (Joh. 12:27). De Zoon van God had met Zijn discipelen gesproken over de weg van navolging. Hij sprak met hen over de kosten, maar ook over het loon dat hen te wachten stond. Dan staat plotseling het kruis voor Zijn heilige ziel. De gedachte, dat Hij binnen enkele dagen door God verlaten zou worden en sterven moest vanwege vreemde schuld, ontroerde Hem. Maar dat was de prijs die Hij moest betalen om...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (39)

Innerlijke ontroering   “Nu is Mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit dit uur!” (Joh. 12:27). Hoe dichter de Zoon van God Jeruzalem naderde, des te groter werd de schaduw van het kruis die op Zijn weg viel. Het lijden aan de voorkennis van wat daar op Golgotha met Hem zou gebeuren, nam steeds verder toe. Hij kon niet wensen in aanraking te komen met zonde en door God verlaten te worden. Enerzijds schrok Hij...

Lees verder
7 jaar geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (40)

Mijn uiterste voor Zijn hoogste! “Maar daarom ben Ik in dit uur gekomen. Vader, verheerlijk Uw naam!” (Joh. 12:27-28). Ondanks alle tegenstand en voorafschaduwing van wat Hem te wachten stond op Golgotha, verloor de Zoon van God Zijn opdracht nooit uit het oog. Hij trad deze wereld binnen en zei: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God” (Hebr. 10:9). Nu, ongeveer 33 later, richtte Hij Zijn aangezicht vastbesloten om naar Jeruzalem te gaan (Luk. 9:51) – de...

Lees verder