o

0123456789ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWZ
18 jaar geleden

Overdenking over Nehemia (18)

What’s in a name? Op de afbeelding zien we (heel vaag rechtsboven) Maja de bij. Ook in de augustusmaand ‘zoemt’ zij er lustig op los. Een lust ook om eens rustig naar te kijken. Op deze bloem is zij in haar element. En wij … zijn wij ook in onze element als wij in de bijbel bijvoorbeeld al die lange lijsten van namen lezen? Wat moeten we toch eigenlijk met al die geslachts-registers en lijsten met namen? Toch moet het...

Lees verder
7 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (1)

Psalm 119 vers 1 Hoofdstuk 1 De twee aspecten van gemeenschap met God   ALEPH Dit eerste vers drukt de zegen uit van hen, die het Woord gehoorzamen. Vers 1 tot 3 In de eerste drie verzen spreekt de psalmist over de derde persoon (“die”). Hij wendt zich niet rechtstreeks tot God, maar spreekt van de ‘welzaligen’ en verdeelt ze in drie groepen: de ‘oprechten’ (vs. 1) en zij, die ‘in acht nemen’ (vs. 2), en de heiligen, zij die...

Lees verder
3 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (10)

Psalm 119 vers 17-24 Hoofdstuk 4 Gebeden van de dienaar Gimel, Daleth, He, Waw, Zaijn, Chet, Teth, Jod (vs. 17 tot 80) Gimel Dit couplet laat zien wat het Woord is voor een trouwe dienaar. Het verkwikt. Het is in het hart geschreven en maakt het mogelijk om problemen van buitenaf te overwinnen. Vers 17 tot 24 Na het gebed van de “oudere” hebben we het gebed van de dienaar. Beginnend met het 3e couplet (Gimel), gaat het door tot...

Lees verder
2 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (11)

Psalm 119 vers 17: “Wees goed voor Uw dienaar, dan zal ik leven en Uw woord in acht nemen.” De dienaar is niet afhankelijk van mensen voor zijn dienst. Het goede dat hij ontvangt komt rechtstreeks van zijn meester. Opgemerkt moet worden, dat de geestelijke dienaar niet spreekt over zijn dienst, maar over Hem, die de bron en onderhouder ervan is. Vers 17,18,19,20,22,23 en 24 getuigen, dat de dienst van God in wezen geestelijk is. Dit is niet dat wat...

Lees verder
2 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (12)

Psalm 119 vers 18-19 Vers 18: Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.” De dienaar moet zijn ogen geopend hebben, niet om de fouten van zijn broeders te zien, maar om de wonderen van het Woord van God te ervaren. Dit is het doel van zijn gebed. De wedergeboren mens moet niet vertrouwen op menselijke kennis om de wonderen in het Woord van God te zien, maar hij vertrouwt op Hem die de ogen van...

Lees verder
2 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (13)

Psalm 119 vers 20–22 Vers 20: “Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar Uw bepalingen, te allen tijde.” De ziel drukt een diep verlangen uit naar het Woord van God en Zijn wil. Maria, die aan de voeten van de Heer Jezus zat om naar Zijn woord te luisteren, had het goede deel gekozen dat haar niet zal worden afgenomen (Luk. 10:39 tot 42). Als we ons inzetten voor de belangen van God, wekt dit het brandende verlangen om aan...

Lees verder
7 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (2)

Psalm 119 vers 2-3 Vers 2: “Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen, die Hem met heel hun hart zoeken”. Want wie kan de goddelijke getuigenissen houden en God met heel zijn hart zoeken als hij niet degene is die “zich van de afgoden tot God heeft bekeerd om [de] levende en waarachtige God te dienen en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten” (zie 1 Thess. 1:9,10). Laten we de prachtige belofte van Jeremia 29 vers 13 citeren: “En...

Lees verder
7 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (3)

Psalm 119 vers 4-8 Hoofdstuk 2 Het eerste gebed ALEPH Aan het begin van het tweede deel van de eerste strofe vergezellen de gebeden van de psalmist ons. Van vers 4 tot vers 176 keert de psalmist zich tot God, behalve in vers 115, waarin hij uitdrukkelijk zijn scheiding van het kwaad uitdrukt: “Ga weg van mij, kwaaddoeners; zodat ik de geboden van mijn God in acht zal nemen”. In de 176 verzen bevatten 172 verzen de gebeden van de...

Lees verder
7 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (4)

Psalm 119 vers 7-8 Vers 7: “Ik zal U loven met een oprecht hart, wanneer ik Uw rechtvaardige bepalingen geleerd heb”. Vers 7 is het gebed van de nederige aanbidder. Tot aan het einde van de psalm zullen we zien, dat nederigheid de geur is van de ware aanbidding van God. We merken op dat de aanbidding van God begint bij de eerste strofe en dat in toenemende mate de verzen 1 tot en met 6 aanbidding verbindt met een...

Lees verder
7 jaar geleden

Overdenking Psalm 119 (5)

Psalm 119 vers 9 tot 16 Het gebed van een oudste Beth Deze strofe legt de nadruk op zuivering door het Woord. Vers 9: “Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord”. De verzen 10, 11, 13 en 14 staan in de voltooid tegenwoordige tijd. Wanneer je het Woord van God bestudeert, is het soms nuttig om naar de tijdsvormen te kijken, die door onze vertaler wordt gebruikt. De exacte toepassing van de voltooid...

Lees verder