Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (24)
“Maar Ik zal er in Israël zevenduizend overlaten, allen die de knieën niet gebogen hebben voor de Baäl, en allen van wie de mond hem niet gekust heeft” (1 Kon. 19:18). Elia bevond zich in een plaats van ontmoediging en zelfs depressie. Toen zijn ontmoediging begon, wendde hij zich niet tot de Heer voor kracht en hulp, maar in plaats daarvan zocht hij in zichzelf naar hulp en die werd niet gevonden. Toen begon hij naar anderen te kijken met...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (25)
Maar David zei in zijn hart: Ik zal op een dag nog eens door Sauls hand weggevaagd worden. Er is voor mij niets beters te doen dan met spoed te ontkomen naar het land van de Filistijnen. Dan zal Saul zijn hoop omtrent mij opgeven om mij nog langer te zoeken in heel het gebied van Israël, en zo zal ik uit zijn hand ontkomen” (1 Sam. 27:1). Men zegt wel eens: “Soms als je helemaal alleen bent ben je...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (26)
“Het gebeurde echter toen David en zijn mannen op de derde dag in Ziklag aankwamen, dat de Amalekieten een inval gedaan hadden in het Zuiderland en in Ziklag. Zij hadden Ziklag verslagen en met vuur verbrand, en de vrouwen die er waren, van de kleinste tot de grootste, als gevangenen weggevoerd. Zij hadden niemand gedood, maar hadden hen weggevoerd en waren huns weegs gegaan” (1 Sam. 30:1-2). David begon aan een neerwaartse spiraal toen hij een gesprek met zichzelf begon...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (27)
“Toen begonnen David en het volk dat bij hem was, luid te huilen, totdat er geen kracht meer in hen was om te huilen” (1 Sam. 30:4). Toen David en zijn mannen Ziklag naderden, zagen zij de uitgebrande gebouwen en ontdekten zij de verlaten stad. Hun hart moet in hen gezonken zijn. Er wordt ons verteld dat zij hun stem verhieven en huilden. Hun doodsangst was diep en de pijn was groot, zo groot dat zij geen kracht meer hadden...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (28)
David nu was zeer bedroefd, want het volk sprak erover hem te stenigen, omdat de ziel van het ganse volk bedroefd was, een ieder om zijn zonen en zijn dochters. Maar David versterkte zich in de Heer, zijn God. “David werd zeer benauwd, want het volk sprak erover hem te stenigen. De zielen van het hele volk waren namelijk verbitterd, ieder over zijn zonen en over zijn dochters. David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God” (1 Sam. 30:6)....
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (29)
“David werd zeer benauwd, want het volk sprak erover hem te stenigen. De zielen van het hele volk waren namelijk verbitterd, ieder over zijn zonen en over zijn dochters. David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God” (1 Sam. 30:6). David had een verkeerde beslissing genomen toen hij naar zichzelf luisterde in plaats van zich tot de Heer te wenden (1 Sam. 27:1). Hier, toen hij nergens anders heen kon, wendde hij zich tot de Heer! David versterkte zich...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (30)
“En David zei tegen de priester Abjathar, de zoon van Achimelech: Breng mij toch de efod. En Abjathar bracht de efod bij David. Toen raadpleegde David de HEERE en zei: Zal ik deze bende achtervolgen? Zal ik ze inhalen? En Hij zei tegen hem: Achtervolg ze, want u zult ze zeker inhalen, en u zult de gevangenen zeker bevrijden” (1 Sam. 30:7-8). In het vers van vandaag zien we nog een belangrijk gebied waarop David zich in de Heer bemoedigde:...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (5)
“De HEERE is goed, Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid. Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen” (Nah. 1:7). Nahum had de opdracht te profeteren tegen de stad Ninevé. Als je dit korte boek van drie hoofdstukken doorleest, realiseer je je, dat het een boek vol van oordeel is. Dit kan moeilijk zijn geweest voor een man wiens naam troost of vertroosting betekent. Ik ben er zeker van, dat hij liever iemand...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (6)
“Met mijn stem roep ik tot de HEERE, met mijn stem smeek ik de HEERE. Ik stort mijn klacht uit voor Zijn aangezicht, ik maak voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid bekend” (Ps. 142:2-3). De titel van de Psalm vertelt ons dat het een overdenking van David is en een gebed toen hij in de grot was. Wat dit ons niet vertelt is welke grot. David zocht zijn toevlucht in twee grotten, Adullam en Engedi. Dit vond waarschijnlijk plaats in Adullam,...
Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (7)
“Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft tot U de toevlucht genomen; ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan” (Ps. 57:2). Psalm 57 is nog een van Davids psalmen die vanuit een grot geschreven is. In Psalm 142 is David op zijn dieptepunt, maar in Psalm 57 vinden we David op zijn knieën. We zagen in Psalm 142 dat David diep verwond was en in...
