1 week geleden

Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (6)

“Met mijn stem roep ik tot de HEERE, met mijn stem smeek ik de HEERE. Ik stort mijn klacht uit voor Zijn aangezicht, ik maak voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid bekend” (Ps. 142:2-3).

De titel van de Psalm vertelt ons dat het een overdenking van David is en een gebed toen hij in de grot was. Wat dit ons niet vertelt is welke grot. David zocht zijn toevlucht in twee grotten, Adullam en Engedi. Dit vond waarschijnlijk plaats in Adullam, maar wat we wel moeten weten, is dat het plaatsvond tijdens een crisis in het leven van David. Zijn hart was bezwaard voor de Heer. Hij bevindt zich in een koude, vochtige en donkere grot. Deze grot-ervaringen hadden een grote invloed op Davids leven. Wat we leren van Davids ervaring in de grot is, dat de Heer ons vaak, voordat Hij ons kan gebruiken, eerst door lijden laat gaan om ons voor te bereiden.

Als we naar Psalm 142 kijken, zien we David als een benauwd man in vers 2-3. Dan in vers 4-5 horen we hem als een wanhopig man en in vers 6-7 wordt hij een onderscheidend man, wat ertoe leidt dat hij een bevrijd man wordt! Velen van ons hebben misschien onze eigen crisis in een grot-moment, de vraag is hoe wij reageren. Terwijl je Psalm 142 doorleest, wil ik een aantal dingen voorstellen die de ervaring van David in de grot ons leert.

Ten eerste, vertel wat in je hart is aan de Heer. We lezen twee keer in deze korte Psalm, dat David het uitriep tot de Heer (vs. 2, 6). Het was hoorbaar, David zei: “Met mijn stem roep ik tot de HEERE, met mijn stem smeek ik de HEERE”. We kunnen in stilte bidden, maar hoorbaar tot de Heer spreken helpt ons om onze gedachten te verwoorden. David gaf een beeld van het probleem toen hij zijn klacht voor de Heer uitstortte, en er naar verwees als “mijn benauwdheid.” David begreep, dat God elk detail al kende, maar hij opende zijn hart voor Hem. David realiseerde zich, dat zijn toevlucht in zijn God was, niet in de grot waar hij zijn schuilplaats had gezocht (vs. 4).

Door zijn hart voor de Heer uit te storten, vond David een vreugde in zijn eigen hart, dat hem in staat stelde de Heer te loven. Hij vond vrijheid, volledigheid en gemeenschap. Hij kon verklaren: “Leid mijn ziel uit de gevangenis om Uw Naam te loven; de rechtvaardigen zullen mij omringen, want U bent goed voor mij” (vs. 8).

Stort je hart uit bij de Heer en wordt bevrijd uit de gevangenis van je crisis-grot!

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW