De eerste decennia van het christendom (37)
Handelingen 17 vers 32-34; 18 vers 1-11 Hoofdstuk 17 vers 32-34 Vers 32-34 Paulus besloot zijn toespraak in Athene met de verkondiging van drie grote feiten: God beveelt nu alle mensen, waar ook ter wereld, zich te bekeren; God zal op een bepaalde dag de wereld in gerechtigheid oordelen; God heeft een Man tot rechter aangesteld, en Hem uit de doden opgewekt als zeker bewijs van dit feit. “Toen zij nu van een opstanding van doden hoorden, spotten sommigen; en...
De eerste decennia van het christendom (38)
Handelingen 18 vers 12-28; 19 vers 1-20 Hoofdstuk 18 (vervolg) Vers 12-17 In deze verzen zien we weer de Joden aan het werk. Zij verenigden zich tegen Paulus, brachten hem voor de rechterstoel van de stad en beschuldigden hem ervan in strijd met de wet te staan. Maar God gebruikte de onverschilligheid van de proconsul [1] om hun plan te dwarsbomen. Als zij niet zo verblind waren geweest door hun haat, zouden zij begrepen hebben dat een Romeins ambtenaar niet...
De eerste decennia van het christendom (39)
Handelingen 19 vers 21-40; 20 vers 1-16 Hoofdstuk 19 vers 21-40 Vers 21-22 Nu kwam er een einde aan de tijd van de apostel in openbare dienst. Paulus nam zich voor naar Jeruzalem te gaan nadat hij door Macedonië en Achaje was getrokken, en zei: “Nadat ik daar ben geweest, moet ik ook Rome zien.” Maar hij bleef nog een tijdje in Azië nadat hij Timotheüs en Erastus naar Macedonië had gestuurd. Dit verlangen van hem om Rome te zien...
De eerste decennia van het Christendom (4)
Handelingen 2 vers 1-13 Vers 1-4 Toen de dag van Pinksteren werd vervuld, waren alle discipelen op één plaats bijeen. Dit zijn ongetwijfeld de 120 genoemd in het eerste hoofdstuk, maar we moeten hun aantal niet beperken. Sinds de opname van de Heer Jezus volhardden ze in gebed (zie 1:14), in afwachting van de belofte van de Vader. “En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind1 en deze vulde het hele huis waar zij...
De eerste decennia van het christendom (40)
Handelingen 20 vers 17-30 Vers 17-21 De toespraak van Paulus tot de oudsten van Efeze heeft betrekking op de gehele gemeente en is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de gemeente. Zijn bediening in Azië was voltooid. Hij stond op het punt te vertrekken en de gemeenten achter te laten zonder het apostolisch gezag en de zorg die hij hun met zoveel liefde en toewijding had gegeven. Hij droeg ze niet over aan andere apostelen. Hij gaf hun geen...
De eerste decennia van het christendom (41)
Handelingen 20 vers 31-38; 21:1-14 Vers 31-38 Drie jaar lang had Paulus niet opgehouden elk van hen met tranen terecht te wijzen. De oudsten moesten nu blijven waken op dezelfde wijze en in dezelfde geest als Paulus in hun midden had gedaan. Tijdens zijn driejarig verblijf in Efeze hadden zij de gelegenheid “zijn leer, zijn wijze van doen, zijn bedoeling …” (zie 2 Tim. 3:10) te leren kennen, drie dingen waarop hij wees aan het begin van zijn afscheidsrede. Hij...
De eerste decennia van het christendom (42)
Handelingen 21 vers 15-40; 22 vers 1-16 Hoofdstuk 21 vers 15-40 Vers 15-29 Paulus verliet Caesaréa, vergezeld van enige discipelen van die plaats en van Mnason, een Cyprioot, een oude discipel, bij wie zij in Jeruzalem zouden logeren. Toen zij in die stad aankwamen, werden zij met vreugde door de broeders verwelkomd. Waarschijnlijk waren de broeders daar ook blij, dat ze de vraag die hen bezighield, konden behandelen. Zij wensten van Paulus de verzekering te krijgen, dat hij zelf ook...
De eerste decennia van het christendom (43)
Handelingen 22 vers 16-30 Vers 16-21 “En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van Zijn naam.” De Heer was daar en spreidde zijn armen om zijn vroegere vervolger te ontvangen. Waarom zou hij aarzelen, zoals zoveel zielen die genade aangeboden krijgen? Hij moest alles achter zich laten en door de doop tot uitdrukking brengen, dat hij in geloof door de dood heen was gegaan, waarin al zijn verleden, al zijn zonden...
De eerste decennia van het christendom (44)
Handelingen 23 vers 12-35 Vers 12-35 Naast het werk van de Heer zien we het optreden van de mens, onder de macht van satan. Meer dan veertig Joden spanden samen om niet te eten of te drinken totdat ze Paulus hadden gedood. Om dit misdadige plan uit te voeren, maakten zij de overpriesters en de oudsten tot vertrouwelingen, en vroegen hen de overste ertoe te bewegen om Paulus bij hen te laten brengen alsof u zijn zaken nauwkeuriger tot beslissing...
De eerste decennia van het Christendom (45)
Handelingen 25 vers 1-27; 26 vers 1-8 Vers 1-12 Toen Festus naar Jeruzalem ging om contact te leggen met zijn nieuwe ondergeschikten, grepen de Joden de gelegenheid aan om Paulus aan te klagen. De twee jaar die verstreken waren sinds zijn arrestatie hadden hun haat niet verminderd. De vijandschap tegen de Heer sluimerde niet. Zij vroegen Festus de gevangene naar Jeruzalem te laten komen met de bedoeling hun misdadige voornemen, dat twee jaar eerder was mislukt, uit te voeren....
