De eerste decennia van het Christendom (45)
Handelingen 25 vers 1-27; 26 vers 1-8 Vers 1-12 Toen Festus naar Jeruzalem ging om contact te leggen met zijn nieuwe ondergeschikten, grepen de Joden de gelegenheid aan om Paulus aan te klagen. De twee jaar die verstreken waren sinds zijn arrestatie hadden hun haat niet verminderd. De vijandschap tegen de Heer sluimerde niet. Zij vroegen Festus de gevangene naar Jeruzalem te laten komen met de bedoeling hun misdadige voornemen, dat twee jaar eerder was mislukt, uit te voeren....
De eerste decennia van het christendom (46)
Handelingen 26 vers 9-23 Vers 9-23 Paulus voelde ooit dat hij veel moest doen, dat vijandig stond tegenover de Naam van Jezus, de Nazoreeër. Hij was niet bang Hem bij Zijn verachte Naam te noemen; Zijn persoon had een onmetelijke waarde voor zijn eigen hart, en hij achtte het een eer Zijn schande te mogen delen. Zijn vroegere haat tegen Jezus had hij geuit door lijden toe te brengen aan hen die in Hem geloofden en die hij nu “de...
De eerste decennia van het christendom (47)
Handelingen 26 vers 24-32; 27 vers 1-44 Vers 24-29 Festus, die in duisternis verkeerde, begreep de taal van Paulus niet en dacht, dat hij een waanzinnige was. Hij gaf toe, dat hij veel kennis had, maar dacht dat dit hem buiten zinnen bracht. “Maar de natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest <van God> is, want het is hem dwaasheid” (1 Kor. 2:14). Paulus sprak wijze en ware woorden. Als de gelovige door de Geest woorden kan spreken...
De eerste decennia van het christendom (48 – slot)
Handelingen 28 vers 1-31 Vers 1-6 De schipbreukelingen, die heelhuids aan land waren gekomen, ervoeren de goedheid van God. “De inheemsen bewezen ons buitengewone menslievendheid,” zegt de auteur van het verslag. Omdat het regende en bovendien koud was, staken ze een vuur aan. Paulus bleef niet stilzitten, maar voedde het vuur door er bijeengeraapte takken op te leggen. Terwijl hij dat deed, beet een slang zich plotseling vast in zijn hand, die aan de hitte ontsnapt was. Toen de mensen...
De eerste decennia van het Christendom (5)
Handelingen 2 vers 14-23 Vers 14-21 We hebben hier het begin van de bediening van de apostel Petrus. Hij was hersteld van zijn val en was voorbereid op de bediening die de Heer hem had toevertrouwd. Hij staat op met de elf discipelen, in overeenstemming met de woorden van de Heer. Jezus sprak over de Heilige Geest als de Getuige en zei toen tegen de discipelen: “En u zult ook getuigen, omdat u van [het] begin af bij Mij bent”...
De eerste decennia van het christendom (6)
Handelingen 2 vers 24-36 Vers 24 De Joden brachten Jezus ter dood, maar God wekte Hem op. Hij heeft de pijn van de dood opgelost omdat het niet mogelijk was, dat Hij door hem zou worden vastgehouden. De dood wordt hier om zo te zeggen als een persoon gezien. Hij heeft de Heer eindeloze weeën bezorgd. Maar vanwege de tussenkomst van God moest de dood Christus, die tot onze verlossing in genade in zijn gebied gekomen was, weer loslaten. Hij...
De eerste decennia van het christendom (7)
Handelingen 2 vers 37-47 Vers 37 en 38 Bij het luisteren naar de prediking van Petrus, vervulde het hart van een groot aantal mensen onder het publiek zich met een gevoel van berouw. Ze zagen de ernst van hun schuld in, die ze zichzelf hadden opgelegd door de afwijzing van Hem, die God nu tot Heer en Christus heeft gemaakt. Hun geweten werd geraakt met het oog op deze feiten, die hen ten laste gelegd werden en die onherstelbaar waren. Wat...
De eerste decennia van het christendom (8)
Handelingen 3 vers 1-15 Vers 1-11 Toen Petrus en Johannes samen op het uur van gebed naar de tempel gingen, werd er juist een zekere man, kreupel van de schoot van zijn moeder af, naar de “Schone poort” van de tempel gedragen. Toen hij Petrus en Johannes zag, die de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. Petrus zei tegen hem: “Kijk ons aan!” Hij nu richtte de blik op hen in de verwachting iets van hen te ontvangen....
De eerste decennia van het christendom (9)
Handelingen 3 vers 16-26 Vers 16 Petrus wijst er overtuigend op, dat de genezing van de verlamde tot stand kwam door het geloof in de Naam van Degene, Die het volk gedood had, maar Die God uit de doden heeft opgewekt: “En op grond van het geloof in Zijn naam heeft Zijn naam deze, die u ziet en kent, sterk gemaakt; en het geloof dat door Hem is, heeft hem deze volledige gezondheid gegeven in tegenwoordigheid van u allen”. Het...
De eerste opstanding
“Maar nu, Christus ís opgewekt uit [de] doden, als Eersteling van hen die ontslapen zijn” (1 Kor. 15:20). “En na de drie en een halve dag kwam [de] levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan, en grote vrees viel op hen die hen aanschouwden” (Openb. 11:11). De eerste opstanding wordt genoemd in Openbaring 20 vers 5. Deze eerste opstanding is een opstanding uit de doden (Fil. 3:11). Dat betekent: tijdens deze opstanding wordt een...

