Hebreeën 11 vers 21
“Door [het] geloof zegende Jakob bij zijn sterven elk van de zonen van Jozef en hij aanbad [leunend] op het uiteinde van zijn staf”. Jakob had een speciale plaats in Gods bedoelingen, maar hij herkende dit niet in zijn jonge leven. Hij bracht een groot deel van zijn leven door met het beramen en maken van plannen, dingen proberen uit te werken. Jacob heeft de twijfelachtige eer om de eerste te zijn in een lange rij van mensen die ‘op...
Hebreeën 11 vers 24
“Door het geloof weigerde Mozes, toen hij groot geworden was, een zoon van farao’s dochter genoemd te worden” (Hebr. 11:24). Mozes was de geadopteerde zoon van de dochter van de Farao (Ex. 2:10). In overeenstemming met zijn stand (status) was hij onderwezen “in alle wijsheid van de Egyptenaren” (Hand. 7:22). Hij had voldoende gelegenheid om zijn grote talent in woorden en werken aan het hof van Farao te bewijzen. Een briljante toekomst lag voor hem. Waarom deed hij daar afstand...
Hebreeën 11 vers 24-26
“Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben. Hij beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen”. Veel mensen beschouwen Mozes als een bijbelse “pilaar” van de Oudtestamentische dagen –...
Hebreeën 11 vers 25
“Door het geloof … omdat hij er de voorkeur aan gaf met het volk van God slecht behandeld te worden, boven een tijdelijke genieting van [de] zonde”. Wat Mozes accepteerde In onze overdenking van Hebreeën 11 vers 24 overwogen we wat Mozes weigerde. Ons vers hierboven geeft aan waaraan hij in plaats daarvan de voorkeur gaf, namelijk “met het volk van God slecht behandeld te worden”. De uitdrukkelijke reden voor zijn weigering was: er de voorkeur aan geven om de...
Hebreeën 11 vers 29
“Door [het] geloof gingen zij door de Rode Zee als door droog land, waardoor1 de Egyptenaren, toen zij het probeerden, verzwolgen werden.” “Door [het] geloof gingen zij door de Rode Zee.” Geloof kenmerkte hier het hele volk, terwijl in de vorige verzen van dit hoofdstuk het persoonlijke geloof van Mozes naar voren komt. Het was geen geringe zaak om te vertrouwen op het Woord van God, dat door Mozes aan het volk werd verkondigd en om tussen deze muren van water...
Hebreeën 11 vers 3
Op een dag in het jaar 1892 zat een oudere heer in een coupé van een trein en las tijdens deze reis in de Bijbel. Naast hem zat een jonge student die in een wetenschappelijk tijdschrift verdiept was. Na een tijdje vroeg de jonge man aan zijn buurman: “Gelooft u werkelijk nog in dat antieke boek vol met fabels en sprookjes?” – “Inderdaad doe ik dat en geheel overtuigd! Weet je, het is geen boek met fabels maar het Woord van...
Hebreeën 11 vers 3
“Door het geloof verstaan wij, dat werelden door het woord van God bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is”. “Och, verschoon mij toch met uw Bijbel”, zei een voorname heer tot een wedergeboren christen, “hoe kan dat allemaal waar zijn. Neem maar eens tot voorbeeld de scheppingsgeschiedenis. Het is toch bewezen dat onze aarde vroeger een zon geweest is, een geweldige vuurbal die na miljoenen jaren gedoofd en afgekoeld is. Toen ontwikkelde zich langzaam...
Hebreeën 11 vers 33-36
“Die door middel van [het] geloof koninkrijken onderwierpen … leeuwenmuilen toestopten … de scherpte van [het] zwaard ontvluchtten … anderen echter werden gefolterd … En anderen ondergingen [de] beproeving van bespottingen en geselingen, ja zelfs van boeien en gevangenschap.” Hebreeën 11 besluit met een beschrijving van de prestaties van mannen en vrouwen die door het geloof triomfeerden. Er waren twee groepen van hen: zij die duidelijk door het geloof overwonnen, en zij die blijkbaar ondanks het geloof werden verslagen. Het...
Hebreeën 11 vers 5
“Door [het] geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zag, en hij werd niet gevonden, omdat God hem had weggenomen; want vóór zijn wegneming heeft hij het getuigenis verkregen dat hij God behaagd had”. De wandel van Henoch in geloof met God! Henoch had zes voorvaderen die zeer oud werden. Evenwel stierven allen als getuigenis voor Gods waarheid en gerechtigheid als bewijs daarvoor dat de belofte van de slang een leugen was. God had gezegd: “op de dag...
Hebreeën 11 vers 6
“… want wie tot God nadert, moet geloven dat Hij is en dat Hij een beloner is van hen die Hem zoeken”. “Laten wij even bidden”, zegt de vader. Hij heeft het niet zo gemakkelijk om gehoor te krijgen. De moeder verricht aan tafel nog een laatste kunstgreep, en de kinderen zijn nog met andere dingen bezig. – “Even bidden”. Is dat een naderen tot God? Waartoe dient dan het gebed aan tafel? Is het slechts een formaliteit? Horen niet...







