Het boek Jozua (15) – Het voedsel van het land
Bijbelgedeelte: Jozua 5 vers 11 “… en wat ik nu leef in [het] vlees, leef ik door [het] geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven” (Gal 2:20). Bij de uittocht van Israël uit Egypte had de Heer bevolen met betrekking tot het Pascha en de bijbehorende herdenking: “Gedenk deze dag … daarom mag wat gezuurd is, niet gegeten worden. … als de HEERE u gebracht heeft in het land van...
De profeet Daniël (16)
Bijbelgedeelte: Daniël 4 vers 20-27 Daniël 4 vers 20-22: 20. De boom die u gezien hebt – hij was groot en sterk geworden, zijn hoogte reikte tot aan de hemel en hij was te zien over heel de aarde, 21. zijn loof was prachtig en zijn vruchten talrijk, er zat voedsel aan voor allen, de dieren van het veld verbleven eronder en de vogels in de lucht nestelden in zijn takken – 22. dat bent u, o koning, u...
Overdenking Psalm 119 (9)
Psalm 119 vers 15-16 Vers 15: “Ik overdenk Uw bevelen en heb oog voor Uw paden.” De Schrift wordt verstaan door geestelijke wijsheid. In onze passage staat: “Ik overdenk.” Dit werkwoord wordt hier voor het eerst genoemd in de Psalmen, waarin het acht keer voorkomt1. In Lukas 2 vers 51 wordt gezegd dat Maria “al deze dingen2 in haar hart bewaarde.” Dit voorbeeld vindt zijn toepassing voor ons wanneer we in ons hart de lessen van het Woord overdenken: “…...
1 Kronieken 12 vers 18
“Toen kwam de Geest over Amasai, het hoofd van de dertig, en hij zei: Wij zijn de uwe, David, ja, met u zijn wij, zoon van Isaï.” David had nog niet in het openbaar het koningschap bereikt waarvoor Samuël hem gezalfd had, noch werd hij gehaat en vervolgd door Saul, de door God verworpen koning. En toch waren er mannen in Israël, zelfs in de stam Benjamin waartoe Saul behoorde, die in David de toekomstige koning herkenden. Ze waren bereid...
Het leven van David (21)
2 Samuël 11 David en Bathseba (1) We beginnen aan een heel donker hoofdstuk in de geschiedenis van David. Onze held wordt een overspelige en moordenaar. Hoe kon het zover komen? We kunnen minstens drie redenen aanwijzen uit ons hoofdstuk: David heeft een gebrek aan energie. Als de koningen ten strijde trekken, is koning David er niet (vs. 1). Hij is moe geworden om de strijd van God aan te gaan. We zagen in het vorige hoofdstuk al dat...
Wie ben ik? …
Mozes bracht veertig jaar door met het denken, dat hij iemand was; veertig jaar met het leren, dat hij niemand was; en veertig jaar met het ontdekken wat God met een niemand kan doen.
Overdenking Psalm 119 (8)
Psalm 119 vers 13-14 Vers 13: “Ik heb met mijn lippen verteld al de bepalingen van Uw mond.” Deze passage werd volkomen in praktijk gebracht door onze Heer: “Uw gerechtigheid verberg ik niet diep in mijn hart, Uw waarheid en Uw heil verkondig ik. Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet in de grote gemeente” (Ps. 40:11). In vers 13 staat de psalmist stil bij het blijde getuigenis dat hij aan God gaf toen hij jong was. Laten we...
Kolosse 3 vers 15-17
21 november 2023 “En laat de vrede van Christus, waartoe u ook geroepen bent in één lichaam, in uw harten heersen; en weest dankbaar. Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen, terwijl u in alle wijsheid elkaar leert en terechtwijst met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen [en] in <de> genade1 zingt in uw harten voor God. En al wat u doet, in woord of werk, [doet] alles in [de] naam van [de] Heer Jezus, terwijl u God [de] Vader...
Overdenking Psalm 119 (7)
Bijbelgedeelte: Psalm 119 vers 11-12 Vers 11: Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.” Uit vers 11 begrijpen wij, dat de psalmist Degene heeft gevonden naar wie zijn hart in zijn jeugd had gezocht. Maar er werd nog een stap gezet: Sinds zijn jeugd had hij het Woord in zijn hart bewaard. Ook al was hij jong, hij had al ingezien, dat dit de enige houding was die zou voorkomen dat hij in...
Het leven van David (20)
2 Samuël 10 David toont goed(ertieren)heid aan Hanun David had goedheid getoond aan een zoon van de vijand Saul (2 Sam. 9). Nu bewijst hij goedheid aan iemand die niet tot het volk van God behoort (hoewel dit iemand was die hem zelf goedheid had bewezen). In zijn daden wijst David naar God Zelf, die barmhartigheid en vriendelijkheid toont aan zowel hen die nabij als hen die veraf zijn (Ef. 2). Dat is één kant van de medaille. Maar...






