Spreuken 23 vers 26
“Mijn zoon! geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen”. In het boek Spreuken richt God zich telkens weer tot de zonen. Hij wil hen tot zich trekken, doordat Hij ze enerzijds lokt en aan de andere kant waarschuwt. Hier zou sprake zijn van een “zoon”, die één van de groten van de aarde geworden is. Hij was opgeklommen tot een toppositie van een politieke beweging, bij wie hij zich al in zijn jonge jaren...
Openbaring 1 vers 3
“Gelukkig hij die leest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij!” Voordat de Heilige Geest met de eigenlijke mededelingen van de Openbaring van Jezus Christus begint, geeft Hij aan allen die aandacht aan het Woord schenken, een bijzondere belofte. Deze mogen wij op het hele Woord van God toepassen, want profetie is niet alleen de aankondiging van toekomstige dingen, maar ieder appél van de Geest van...
Hebreeën 11 vers 3
“Door het geloof verstaan wij, dat werelden door het woord van God bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is”. “Och, verschoon mij toch met uw Bijbel”, zei een voorname heer tot een wedergeboren christen, “hoe kan dat allemaal waar zijn. Neem maar eens tot voorbeeld de scheppingsgeschiedenis. Het is toch bewezen dat onze aarde vroeger een zon geweest is, een geweldige vuurbal die na miljoenen jaren gedoofd en afgekoeld is. Toen ontwikkelde zich langzaam...
Numeri 9 vers 22
“Of als de wolk twee dagen of een maand, of vele dagen lang op de tabernakel bleef rusten, bleven de Israëlieten in hun kamp en braken zij niet op; maar als hij opgeheven werd, braken zij op”. Wachten en gehoorzamen God heeft Zijn volk met “sterke hand en uitgestrekte arm” uit Egypte uitgeleid. Naar menselijke maatstaven scheen het onmogelijk een miljoenenvolk door een zo grote en verschrikkelijke woestijn te leiden. Maar God leidde, verzorgde en beschermde Zijn volk. Hij was bij...
Genesis 17 vers 1b
“… Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht!” “… Ik denk aan u … toen u achter Mij aanging in de woestijn …” (Jer. 2:2). “En Henoch wandelde met God” (Gen. 5:22,24). Een wandel voor Gods aangezicht houdt de ziel in voortdurende oefening en waakzaamheid. Het bewustzijn dat Gods oog op ons gericht is, doet ons voorzichtig wandelen en onze weg in overeenstemming brengen met Zijn wil. God ziet al onze stappen en neemt kennis van iedere afwijking van de...
Mattheüs 14 vers 28 en 29
“Heer, als U het bent, beveel mij naar U toe te komen over de wateren. Hij nu zei: Kom!” De Heer heeft in goedheid en ontferming het volk met brood verzadigd. Dat was voor Israël een getuigenis daarvan, dat Hij tegenwoordig was die het volk in de zegeningen van het rijk zou invoeren (Ps. 132:15). Israël echter heeft het niet erkend en de Heer verliet de menigte, zonderde Zich van haar af en klom alleen de berg op om te...
Jakobus 2 vers 13
“Want het oordeel zal onbarmhartig zijn over hem die geen barmhartigheid gedaan heeft; barmhartigheid roemt tegen het oordeel”. Dat is, om zo te zeggen, een uittreksel uit het “grondbeginsel van God”. God is zowel barmhartig als ook rechtvaardig, zoals vele schriftplaatsen getuigen (verg. Ex. 34:6,7). Bij God is alles volkomen in evenwicht. En dat moet ook ons gedrag kenmerken. Barmhartig ten opzichte van benadeelden, zwakken of ouderen? Ja, dat gebeurt nog en we moeten God er dankbaar voor zijn. Er...
2 Korinthe 6 vers 12
“U hebt geen enge plaats in ons, maar u bent zelf enghartig”. De apostel Paulus had, alhoewel hij afgezonderd van deze wereld was, een ruim hart, maar dan wel voor de belangen van de Heer Jezus en voor die van de Zijnen. Zo hadden ook de Korinthiërs geen enge plaats in hem. Als hij erop gezien had, dat veel van de Korinthiërs hem en zijn dienst vaak verkeerd inschatten, dan hadden ze misschien niet zoveel plaats in zijn hart gehad....
2 Kronieken 33 vers 12 en 13
Maar toen Hij hem benauwde, trachtte hij het aangezicht van de HEERE, zijn God, gunstig te stemmen; hij vernederde zich diep voor het aangezicht van de God van zijn vaderen, en bad tot Hem. En Hij liet Zich door hem verbidden, verhoorde zijn smeekbede, en bracht hem terug in Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse dat de HEERE God is. Hoewel Manasse een zoon was van de godvrezende Hizkia, werd hij de meest goddeloze en slechte koning van Juda....
Handelingen 16 vers 14
En een de vrouw, genaamd Lydia, een purperverkoopster van [de] stad Thyatira, die God vereerde, hoorde toe; en de Heer opende haar hart, zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd. De antieke stad, Filippi, in Macedonië, is heden alleen nog maar een plaats van ruïnes. Maar in de nieuwtestamentische tijd, heeft deze stad bekendheid gekregen in de geschiedenis, niet ten laatste door een koopvrouw, die Lydia heette. Deze vrouw had bij al haar welstand een verlangen naar...









