1 jaar geleden

Handelingen 16 vers 14

En een de vrouw, genaamd Lydia, een purperverkoopster van [de] stad Thyatira, die God vereerde, hoorde toe; en de Heer opende haar hart, zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd.

De antieke stad, Filippi, in Macedonië, is heden alleen nog maar een plaats van ruïnes. Maar in de nieuwtestamentische tijd, heeft deze stad bekendheid gekregen in de geschiedenis, niet ten laatste door een koopvrouw, die Lydia heette. Deze vrouw had bij al haar welstand een verlangen naar God. Zij bad Hem zelfs aan. Daarin lijken ook vandaag zeker nog veel mensen op haar. Geld is nu één keer niet alles.

Zulke mensen vinden gelijkgezinden. Vermoedelijk was in Filippi geen synagoge, en daarom ontmoeten diegenen die God vreesden elkaar buiten de stad, aan de oever van een rivier om te bidden. Het was zeker geen toeval, dat de apostel Paulus met hen die met hem op reis waren, deze plaats aan de stadsmuur opzochten. Hij was gewoon om overal op zijn zendingsreizen contact te zoeken met hen die tot zijn volk, de joden, behoorden.

En zo nam de apostel ook de tijd om tot hen die daar vergaderd waren, te spreken. Het ging hem om de boodschap van de Heer Jezus, de Redder, voor ieder, die met schuld beladen is. Daarom maakten de gezanten van de Heer ook vermoeiende reizen, dat lag ook hen zeer op het hart.

De reactie van de andere deelnemers van de “bidstond” aan de rivier, wordt ons niet meegedeeld. Misschien kwamen zij niet erg onder de indruk van dat wat ze hoorden. Maar zo was het niet met Lydia. Zij luisterde aandachtig. Gods levende Woord, kon in haar hart indringen, nadat de Heer het geopend had. Ze had al van te voren haar diepe interesse bewezen. Daarom kon God haar verder leiden. Zij werd de voorloopster voor vele anderen, zodat in deze Macedonische stad, de eerste christelijke vergadering (of gemeente) van Europa ontstond.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol