2 Kronieken 34 vers 15 en 19
Het Woord zoeken 2 Kronieken 34 vers 15,19: “Ik heb het wetboek gevonden in het huis van de HEERE. Hilkia gaf die boekrol aan Safan … Het gebeurde nu, toen de koning de wetswoorden hoorde, dat hij zijn kleren scheurde.” Josia werd op zeer jonge leeftijd koning in een zeer duistere tijd, maar hij “week niet af naar rechts of naar links” (2 Kron. 34:2). Hij was zeer evenwichtig en verviel niet in het ene of het andere uiterste. Josia...
2 Kronieken 34 vers 2
Doen wat juist is “Hij deed wat juist was in de ogen van de HEERE, en ging in de wegen van zijn vader David en week niet af naar rechts of naar links.” Josia voegt zich bij twee andere koningen – Josafat en Hizkia – van wie gezegd wordt dat zij “deden wat recht was in de ogen van de HEER.” Dit idee van “recht doen” is vergelijkbaar met wat we vinden in Psalm 1, waar we lezen: “Gelukkig is...
2 Kronieken 34 vers 1
Koning Josia “Josia was acht jaar oud toen hij koning werd, en regeerde eenendertig jaar in Jeruzalem.” Josia was acht jaar oud toen hij koning werd. In 2 Koningen 23 lezen we over de afgodische tijd waarin deze jongen geboren werd. Toch is hij, ondanks de omstandigheden waarin hij opgroeide, de laatste goede koning van Juda. Wat maakte hem zo’n goede koning, zelfs op achtjarige leeftijd? Wat kenmerkte de opwekking die door zo’n toegewijd hart teweeggebracht werd? Welke geestelijke lessen...
Psalm 40 vers 7-9
Een toebereid lichaam … Psalm 40 vers 7–9: 7. U hebt geen vreugde gevonden in slachtoffer en graanoffer, U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist. 8. Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. 9. Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste. Psalm 40 wordt beschouwd als een Messiaanse psalm omdat het profetisch spreekt over de Messias,...
Psalm 34 vers 2-4
Psalm 34: 2. Ik zal de HEERE te allen tijde loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn. 3. Mijn ziel zal zich beroemen in de HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. 4. Maak de HEERE met mij groot, laten wij tezamen Zijn Naam roemen. 12 september 2025 Ook ons leven zou God moeten verheerlijken! De Schrift leert, dat ons hele wezen – geest, ziel en lichaam – Hem moet verheerlijken. Denk aan wat Maria zei...
Spreuken 2 vers 5
“… dan zul je de vreze des HEEREN begrijpen, de kennis van God vinden” (Spr. 2:5). 10 september 2025 In Spreuken 2 vers 1-4 staan acht aanwijzingen die naar dit vers leiden. Deze aanwijzingen helpen ons de “vreze des HEEREN” te begrijpen en de kennis van God te vinden. Het gaat er niet zozeer om veel intellectuele kennis te vergaren, maar om de gesteldheid en de gezindheid van het hart. Ontvangen: Dit betekent grijpen of begrijpen. Vraag de Heer om je...
1 Petrus 3 vers 18
“Want ook Christus heeft eenmaal voor [de] zonden geleden, [de] Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Hij die wel gedood is in [het] vlees, maar levend gemaakt in [de] Geest.” Christus, onze plaatsvervanger Verlossing was geen bijzaak. Het was al in Gods hart en gedachten aanwezig in de eeuwigheid. Voordat de tijd begon, stond het plan voor onze verlossing al vast – en in het centrum van dat plan staat de Persoon en het werk...
Psalm 34 vers 9-11
31 juli 2025 “Proef en zie dat de HEERE goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt. Vrees de HEERE, u, Zijn heiligen, want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek. Jonge leeuwen lijden armoede en honger, maar wie de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed” (Ps. 34:9-11) Psalm 34 vers 9 nodigt ons uit om te ‘proeven en te zien dat de Heer goed is.’ De volgorde benadrukt proeven als de handeling en zien als...
Psalm 142 vers 6 (1)
“Tot U roep ik, HEERE. Ik zeg: U bent mijn toevlucht, mijn deel in het land der levenden” (Ps. 142:6). De Heer wordt verheerlijkt wanneer we Hem vertrouwen in de donkerste uren van ons leven! Het is vaak in deze perioden van beproeving en pijn, dat we de diepte van Zijn wezen werkelijk leren kennen en genieten. Tijdens Davids donkerste tijd sprak hij rechtstreeks met de Heer. Ook in zijn isolement was de Heer nabij en had David toegang tot...
2 Korinthe 7 vers 5-7
“Immers toen wij in Macedonië kwamen, had ons vlees geen rust, maar waren wij in alles verdrukt: vanbuiten strijd1, van binnen vrees. Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus, en niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij over u getroost werd, doordat hij ons vertelde van uw vurig verlangen, uw treuren, uw ijver voor mij, zodat ik mij nog meer verblijdde” (2 Kor. 7:5-7). De apostel Paulus was...







