2 jaar geleden

Spreuken 23 vers 26

“Mijn zoon! geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen”.

In het boek Spreuken richt God zich telkens weer tot de zonen. Hij wil hen tot zich trekken, doordat Hij ze enerzijds lokt en aan de andere kant waarschuwt. Hier zou sprake zijn van een “zoon”, die één van de groten van de aarde geworden is. Hij was opgeklommen tot een toppositie van een politieke beweging, bij wie hij zich al in zijn jonge jaren had aangesloten. Als zoon van gelovige ouders had hij als kind de zondagsschool bezocht. Ook werd hij door zijn ouders meegenomen naar de verkondiging van het Woord van God. En zo kende hij de Bijbel ook tamelijk goed. Desondanks ging hij de wereld in.

De ouders stierven kort na elkaar. Op beide begrafenissen verkondigde een dienaar van de Heer nadrukkelijk het Woord van God. De zoon hoorde nog eens de oproep tot bekering. Wij weten niet wat daarbij in het hart van de hem is omgegaan. Maar we weten wel, dat er in de Bijbel staat: “Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door uw naam geprofiteerd en door uw naam demonen uitgedreven en door uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid!” (Matth. 7:22-23).

Hoe zal het de hierboven beschreven zoon vergaan, als hij eenmaal voor de Heer als zijn rechter zal staan? En zulke zonen en dochters, die alles weten, zijn er tegenwoordig veel. Men kan aan hen niet herkennen, of ze zich ooit bekeerd hebben. Een christen kan alleen geloofwaardig herkend worden, doordat hij “afstaat van ongerechtigheid”, in welke vorm dit dan ook voor mag komen. Zo alleen kan herkend worden, dat hij werkelijk het eigendom van de Heer Jezus is. Een ernstige gedachte voor alle kinderen van gelovige ouders, die nog niet aan de kant van de Heer staan.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol