1 jaar geleden

Jakobus 2 vers 13

“Want het oordeel zal onbarmhartig zijn over hem die geen barmhartigheid gedaan heeft; barmhartigheid roemt tegen het oordeel”.

Dat is, om zo te zeggen, een uittreksel uit het “grondbeginsel van  God”. God is zowel barmhartig als ook rechtvaardig, zoals vele schriftplaatsen getuigen (verg. Ex. 34:6,7). Bij God is alles volkomen in evenwicht. En dat moet ook ons gedrag kenmerken.

Barmhartig ten opzichte van benadeelden, zwakken of ouderen? Ja, dat gebeurt nog en we moeten God er dankbaar voor zijn. Er zijn nog mensen die vanuit een natuurlijk medelijden handelen. Onze tekst zegt ook wat over hun oordeel, namelijk God is zeer rechtvaardig. Maar is dat de heersende lijn in de wereld? Worden onze kinderen daardoor gevormd? De drijfveren van onze oude natuur onderscheiden zich in niets van die van de andere mensen. Het Woord van de Heer staat ook voor ons geschreven: “… Barmhartigheid wil Ik en geen offer” (Matth. 12:7).

Misschien moeten we deze zijde van het wezen van onze God opnieuw voor de aandacht krijgen. Misschien moeten we zelfs nieuwe besluiten nemen, met betrekking tot ons samenleven als echtgenoten, ouders, kinderen, als broeders en zusters aan een bepaalde plaats, als broeders met elkaar en als buren of collega’s. Is er ook maar iemand, die we de barmhartigheid mogen ontzeggen?

“Doet dan aan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden: innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, elkaar verdragend en elkaar vergevend, als de één tegen de ander een verwijt heeft” (Kol. 3:12,13).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol