Bijbeltekst uitgelicht
Psalm 34 vers 2-4
Psalm 34: 2. Ik zal de HEERE te allen tijde loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn. 3. Mijn ziel zal zich beroemen in de HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. 4. Maak de HEERE met mij groot, laten wij tezamen Zijn Naam roemen.
12 september 2025
Ook ons leven zou God moeten verheerlijken! De Schrift leert, dat ons hele wezen - geest, ziel en lichaam - Hem moet verheerlijken. Denk aan wat Maria zei in Lukas 1 vers 46: “Mijn ziel maakt de Heer groot.” De ziel is de zetel van onze emoties, en in haar diepste wezen wilde ze haar God verheerlijken. Johannes de Doper had hetzelfde verlangen toen hij over de Heer Jezus zei: “Hij moet meer, maar ik minder worden” (Joh. 3:30). Ook wij zouden dit verlangen moeten hebben: dat de Heer verheerlijkt wordt, niet alleen in de emoties van ons diepste innerlijk, maar ook in en door ons lichaam. Paulus brengt dit naar voren wanneer hij schrijft: “Of weet u niet, dat uw lichaam [de] tempel is van [de] Heilige Geest die in u is, die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent? Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam” (1 Kor. 6:19-20). In Romeinen 12 vers 1-2 spoort hij ons aan: “Ik vermaan u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat u uw lichamen stelt tot een levende offerande, heilig, voor God welbehaaglijk, [dat is] uw redelijke dienst. En word niet gelijkvormig aan deze wereld, maar word veranderd door de vernieuwing van uw denken, opdat u beproeft wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.” Een voorbeeld van zo’n leven vinden we in Daniël 1 vers 8 en 3 vers 28. Daniël en zijn vrienden namen zich in hun hart voor om voor God te leven en zouden voor niemand anders buigen. Op een heel praktische manier brachten ze God dichtbij, zodat iedereen Hem kon zien! Anker voor vandaag Brengt uw leven God dichterbij, zodat anderen Hem kunnen zien? © Anchors For Life
Jonge mensen in de Bijbel (25)
Saulus ontmoet de Heer Jezus Handelingen 9:5-6 De grote verandering De ommekeer tot God voltrok zich “in één slag”. Hij werd “verootmoedigd” en “volledig verbroken”. Kijk maar eens hoe zijn houding compleet veranderde. “En hij zei: Wie bent U Heer?” (Handelingen 9:5). Hij herkende Hem. Die stem van de hemel had zijn werk gedaan. “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen...