13 jaar geleden

De Christelijke doop (III)

“Of weet gij niet, dat zo velen wij tot Christus Jezus gedoopt zijn, wij tot zijn dood gedoopt zijn?”? (Romeinen 6:3). Dit belangrijke feit moet dus elke dopeling duidelijk te zijn (kan dat bij de kinderdoop zo zijn?) Hij moet er zich van bewust zijn, dat hij die dood verdiend heeft, maar tegelijk belijdt hij, dat een ander voor hem in de dood was, Christus. Met Hem maakt de dopeling zich één, krijgt dus in dit opzicht deel daaraan.

Nu eerst een vervolgoverzicht. In het vorige artikel tref je de eerste 7 punten aan.

Overzicht over het onderwerp: De doop

8. Gedoopt op de dood (Romeinen 6).
9. De doop – verandering van positie.
10. Behoudenis
11. Twee aspecten van de behoudenis

8. Gedoopt tot de dood (Romeinen 6)

Het water waarin gedoopt wordt is een beeld van de dood, waarop het opgaan uit het water volgt, een beeld van de opstanding met Christus (zie Romeinen 6:5).

Het loon van de zonde is de dood (Romeinen 6:23). Je mag de dood ook als straf zien op zonden, die gedaan zijn. Ik heb dus de dood verdiend, omdat ik gezondigd heb. Dit oordeel van God over mij, moet ik erkennen. Maar God zij dank – Christus is plaatsvervangend voor mij in de dood gegaan. Ik wordt dus door de dood met een gestorven Christus ééngemaakt.

“Of weet gij niet, dat zovelen wij tot Christus Jezus gedoopt zijn, wij tot zijn dood gedoopt zijn?” (Romeinen 6:3)

Dit belangrijke feit moet dus elke dopeling duidelijk te zijn (kan dat bij de kinderdoop zo zijn?) Hij moet er zich van bewust zijn, dat hij die dood verdiend heeft, maar tegelijk belijdt hij, dat een ander voor hem in de dood was, Christus. Met Hem maakt de dopeling zich één, krijgt dus in dit opzicht deel daaraan.

Romeinen 6 is een uiterst belangrijk hoofdstuk in verband met de de doop. Het is in moreel opzicht onmogelijk voor een gelovige in de zonde te leven. Helaas gebeurt het soms wel. Daartegen schrijft Paulus hier. Wij zijn sinds onze bekering “ten opzichte van de zonde gestorven”, hoe zouden wij dan nog in onze praktijk daarin leven? (zie Romeinen 6:2). Doordat wij tot Zijn dood gedoopt zijn, is zo’n levensweg toch echt verboden.

Zo spreekt dus de Christelijke doop alleen maar van de dood, niet van het leven. De Heer Jezus is niet in de dood gebleven. Hij is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader. Dit beeld volgend, blijft ook de gelovige dopeling niet in het water. Hij komt er uit om voortaan in nieuwheid van het leven (de nieuwe schepping, nieuwe natuur) te wandelen (Romeinen 6:4). Ja, het is een nieuwe manier van leven.

De gelovige heeft door zijn verbinding met Christus, het hoofd van de Goddelijke familie, dezelfde positie als Hijzelf, hetzij in de dood, hetzij in de opstanding.

Christus is “eens voor altijd der zonde gestorven” (Romeinen 6:10). Nu, als Christenen hebben wij door onze doop duidelijk gemaakt, dat wij met Hem gestorven zijn. Wij zijn, wat het leven na de dood aangaat, in Christus. Wat onze betrekking tot de zonde aangaat, hebben wij daar niets meer mee te maken: “Wij zijn der zonde gestorven” (Romeinen 6:2).
Hiermee wordt onze toestand (zonde, oude natuur) vóór onze bekering bedoeld. Die hebben wij door middel van de dood eens voor altijd verlaten.
Wij, die gedoopt zijn, hebben openbaar beleden, dat wij aan Zijn dood deelhebben. ZIJN dood is onze dood, dat is onze belijdenis. Nu zijn wij er verantwoordelijk voor ons “voor de zonde dood te houden” (Romeinen 6:11), “opdat wij niet meer de zonde dienen” (Romeinen 6:6).

De zonde (de oude natuur) in ons is niet dood. Nee, maar wij moeten ons voor de zonde dood houden. Dat lukt alleen als wij ons met de Heer Jezus, met het Woord van God en met Zijn dingen bezighouden en daarvan genieten. Mocht toch met Gods hulp dit in ons leven zichtbaar worden!

9. De doop – verandering van positie

Bij de doop verandert de positie van een dopeling. Dat was al bij de doop van Johannes zo. Bij de Christelijke doop is het niet anders. Het is belangrijk om voor ogen te houden, dat het om posities op de aarde gaat. Met de ‘hemel’ of met het ‘eeuwig behoud’ heeft dit niets te maken.
De dopeling komt in het bewustzijn, dat hij een zondaar is naar het doopwater. Dan treedt hij door de doop in een nieuwe positie op de aarde binnen. Die wordt in de Bijbel ook ‘behoudenis’ genoemd. Nu behandelen wij een schriftuurlijk voorbeeld, dat een gelovige zich laat dopen.

10. Behoudenis

Behoudenis heeft in het Nieuwe Testament meerdere betekenissen:

  • Wij kunnen door verschillende omstandigheden “er doorheen behouden” worden, de behoudenis van de ziel die de gelovige nu al als einddoel ontvangt. Lees bijvoorbeeld 1 Petrus 1:9 en Hebreeën 10:39b.
  • De behoudenis van het lichaam bij de wederkomst van Christus. Lees bijvoorbeeld 1 Petrus 1:5 en Romeinen 5:10. Deze behoudenis wordt in Filippi 3:20 en 21 duidelijk uitgelegd, hoewel het woord daar niet genoemd word.
  • Zo wordt de gelovige op zijn weg door deze wereld vol gevaren behouden. Lees bijvoorbeeld Hebreeën 7:25 en 1 Petrus 4:18.
  • Soms wordt er slechts over lichamelijke of over tijdelijke behoudenis gesproken. Lees bijvoorbeeld 1 Korinthe 1:10 (verlossing), 1 Timotheüs 2:15 (gered), 2 Timotheüs 4:17 en 18 (verlossen).
  • De Efezebrief ziet de gelovige nu al als volkomen behouden (Efeze 2:8).
  • Behoudenis heeft in het Nieuwe Testament ook te maken met een verwisseling van een positie op deze aarde. In deze zin (en alleen in deze zin) wordt de behoudenis met de doop verbonden. Lees Markus 16:16 en 1 Petrus 3:21.

Markus 16:16: “Wie gelooft en gedoopt is, zal behouden worden; maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden”.

De hier genoemde kant van behoudenis wordt helaas vaak niet begrepen. Zij houdt een verwisseling van een positie hier op aarde in.
Dit vers zegt één ding uiterst duidelijk: “… wie niet gelooft zal veroordeeld worden”. Het niet geloven alleen is voldoende om voor eeuwig verloren te gaan. Nog eens de vraag: “Behoor jij tot hen, die verloren gaan?” Daarvoor hoef je niets te doen – maar … o wee!

Maar om behouden te worden in de zin van dit vers moet aan twee voorwaarden voldaan worden: Geloof en doop. Dit lijkt je misschien vreemd, toch zegt de Heer Jezus dit hier zo. Het heeft ook niets met een ritueel te maken. Met “behouden worden” is niet eenvoudig een “in de hemel komen” of “niet verloren gaan” bedoeld, zoals het vaak begrepen wordt. Het is hier het innemen van een nieuwe positie op de aarde. Deze nieuwe positie heeft als gevolg de eeuwige, hemelse zegeningen.

Wie gelooft en gedoopt wordt, zondert zich daardoor van de wereld af, die Christus verworpen heeft en ook nu nog verwerpt. Boven deze wereld hangt daarom het oordeel. Maar hij, die gelooft heeft en gedoopt is, komt op deze deze aarde in een gebied, waar de gezegende gevolgen van de behoudenis bewust gekend en genoten worden. De grondslag daarvoor is, dat aan de Heer Jezus dat oordeel voltrokken werd. Dit gebied is het Christendom: “één Heer, één geloof, één doop” (Efeze 4:5).

Wie gelooft heeft en gedoopt is, staat aan de zijde van een gekruisigde Christus. In tegenstelling tot de wereld belijdt hij in het openbaar, tot Hem te behoren en tot alles, wat Hij door Zijn dood aan zegeningen verworven heeft.
Kort gezegd: Hij doet de intrede in de kring van de Christelijke belijdenis.

Het is inderdaad een geweldig contrast door voorheen in het oog van God met een wereld zonder Christus in verbinding te staan en nu een waar discipel van de Heer Jezus te zijn. Nu mag je terecht de naam van Hem dragen, Die voor jou gestorven is – namelijk Christen (1 Petrus 4:16).

11. Twee aspekten van de behoudenis

Deze verwisseling van ‘iets ouds’ naar ‘iets nieuws’ toe of anders gezegd: ‘de behoudenis van iets slechts naar iets goeds’ heeft natuurlijk twee aspecten of kanten. De ene kant heeft ermee te maken, waarvan ik behouden (gered) ben, en de andere kant waarvoor ik behouden ben.

Het feit, dat de gelovige door de doop uiterlijk van wereld, die onder het oordeel is, gescheiden wordt, laat de ene kant (die met Gods regering te maken heeft) van de behoudenis zien. Hij heeft met deze wereld waarover God in Zijn regering het oordeel brengen zal, niets meer te maken.

Maar aan de andere kant is hij in het openbaar het gebied op deze aarde binnengetreden, waar de gehele volheid van de Christelijke zegeningen gevonden wordt. Dat is de huishoudelijke of administratieve kant (of kant van de bedelingen) van de behoudenis. Daarover D.V. later meer.

Toch is het goed nu al dit op te merken: Het is inderdaad behoudenis, voor het hart (“wie gelooft”) en op grond van de belijdenis (“en gedoopt wordt”), daar te zijn, waar geen oordeel van God meer bestaat en alle zegeningen te mogen genieten, die ons door de dood van de Heer Jezus gebracht zijn.

Wordt zo de Heer wil vervolgd.

Udo Prinzen

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol