14 jaar geleden

Nieuwsbulletin nr. 3

Is ‘de heilige vader overleden’? Het gevaar van het Rooms-katholicisme is nog altijd hevig. De laatste tijd is deze kerk nogal in de ‘picture’ geweest i.v.m. het overlijden van de (vorige) paus. Ter informatie nu iets uit een nieuwsbulletin.

  • Het andere evangelie van de Rooms-katholieke Kerk
  • Kardinaal Simonis heeft geen zekerheid dat hij naar de hemel gaat
  • De paus en de EO staan volgens de hoofdredacteur van Visie voor hetzelfde evangelie

23 juni 2005

“Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede”
(2 Petrus 3:17)

Is ‘de heilige vader’ overleden?

Heilige Vader is de titel waarmee de Here Jezus God de Vader aansprak. Hij bad: “Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt …” (Joh. 17:11).
Als katholieken over de paus spreken dan noemen ze hem gewoonlijk ‘de heilige vader’. Toen paus Johannes Paulus II stierf is in hun beleving ‘de heilige vader’ overleden.
Doordat de paus zich als ‘heilige vader’ laat aanspreken stelt hij zich in plaats van de werkelijke Vader. De Pausen eigenen zich brutaalweg één van de titels van God Zelf toe.

De Here Jezus heeft over aanspreektitels voor geestelijke leiders het volgende gezegd: “En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is Uw Vader” (Matth. 23:9). Kan het nog duidelijker gezegd worden? En toch laten de Pausen en alle geestelijke leidslieden in de Rooms-katholieke Kerk zich vader noemen. De Paus gaat nog een stap verder, hij laat zich zelfs heilige vader noemen.

Dit is slechts één van de vele rooms-katholieke gruwelen. Men claimt dat men namens Jezus spreekt terwijl men intussen op vele gebieden rechtstreeks tegen het woord van God in gaat. Maar het voornaamste bezwaar tegen de Rooms-katholieke Kerk is dat zij het bijbelse evangelie heeft veranderd in een ander evangelie.

Het andere evangelie van de Rooms-katholieke Kerk

De Rooms-katholieke Kerk leert een andere weg tot behoud dan de bijbelse weg. (Voor de bijbelse weg, zie b.v. Efeze 2:8,9).  Volgens de Rooms-katholieke Kerk zijn de sacramenten, met name de doop en de biecht, heilsnoodzakelijk.
Zonder doop en biecht kun je niet behouden worden.
Door de waterdoop wordt je, volgens de Rooms-katholieke Kerk, wedergeboren. Dan ontvang je ‘de heiligende genade’, zo kom je in ‘de staat van genade’. De heiligende genade maakt je acceptabel voor God.
Het probleem is dat je de heiligende genade, die je door de doop hebt ontvangen, weer kwijt raakt als je een doodzonde doet. De Rooms-katholieke Kerk maakt onderscheid tussen dagelijkse zonden en doodzonden. (Welke zonden doodzonden zijn geeft de Rooms-katholieke Kerk zelf aan).
Als je als gedoopte, en daardoor wedergeboren christen, een doodzonde begaat dan verlies je op dat moment de heiligende genade. Als je in die toestand zou sterven dan zou je verloren gaan. Door de biecht, dat is door belijdenis aan een officiële rooms-katholieke priester waarbij de officieel voorgeschreven procedure wordt gevolgd, wordt de doodzonde vergeven en wordt de heiligende genade in je hersteld. Een directe belijdenis aan God is niet voldoende voor het ontvangen van vergeving, het moet via de officiële procedure van de biecht. De biecht is daarom heilsnoodzakelijk.
Het komt er dus op aan dat je op het moment dat je sterft nog steeds in de staat van genade bent. Om de hemel te halen moet je daarom als katholiek zoveel mogelijk het begaan van doodzonden vermijden en zo snel en zo nauwkeurig mogelijk alle doodzonden die je hebt begaan biechten aan een priester. Zo is de katholiek altijd aan het werken om de hemel te halen.
Het gevolg is dat een katholiek geen geloofszekerheid heeft, en dat ook niet kan hebben. Je weet immers nooit of je al je doodzonden wel hebt beleden en of je wel het juiste voorgeschreven berouw hebt gehad. Dat je volgens het rooms-katholieke evangelie geen zekerheid van behoud kan hebben word uitdrukkelijk door de Rooms-katholieke Kerk geleerd. Het is een rooms-katholiek dogma.


In het volgende punt van dit nieuwsbulletin worden enkele uitspraken van kardinaal Simonis over de zekerheid van behoud besproken.

Als na je dood blijkt dat al je doodzonden zijn vergeven dan is er nog het probleem van de dagelijkse zonden, zeg maar de kleinere zonden die je hebt begaan. Die rekening staat dan nog open. Daarom moet je na je dood je dagelijkse zonden nog persoonlijk gaan uitboeten in een plaats die ‘het vagevuur’ wordt genoemd. Het vagevuur is de plaats waar de tijdelijke straffen voor de dagelijkse zonden worden ondergaan. Pas als je dat doorstaan hebt mag je de hemel binnen gaan. Je kunt hier op aarde al van een deel van de straf op je dagelijkse zonden afkomen door ze zoveel mogelijk te biechten aan een priester en door ze te compenseren door verschillende zaken als het verdienen van aflaten, allerlei boetedoeningen, goede werken, etc. Dat beperkt de tijd die je in het vagevuur moet doorbrengen.

Een aflaat is een officiële toezegging van de rooms-katholiek kerk dat een deel van je dagelijkse zonden worden vergeven. De ‘rekeneenheid’ is meestal het aantal dagen vagevuur dat wordt kwijtgescholden. Onze Nederlandse kardinaal Simonis deelt bij bepaalde gelegenheden ook wel aflaten uit (Voor een voorbeeld hiervan klik hier:  http://www.solcon.nl/apgeelhoed/5.htm#3). Je krijgt als het ware een soort kortingsbon, goed voor een ‘x’ aantal dagen minder in het vagevuur.
Het hierboven beschreven ‘evangelie’ is nog steeds de officiële leer van de Rooms-katholieke Kerk. De leer is nooit veranderd. In de recent, in 1993, uitgegeven Rooms-Katholieke Katechismus worden alle traditionele rooms-katholieke leringen herhaald en bevestigd.

Bij dit ‘andere’ evangelie leven mensen als kardinaal Simonis. Dit is het ‘evangelie’ dat zij verkondigen. Luister naar wat de apostel Paulus zegt over ‘christenen’ die een ander evangelie prediken: “Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt” (Galaten 1:6-8).

Kardinaal Simonis heeft geen zekerheid dat hij naar de hemel gaat
In het programma ‘Andries’ van 19 februari 2005 sprak Andries Knevel met kardinaal Simonis.
Knevel vraagt aan Simonis of hij zelf gaat biechten. Simonis zegt dat hij dat één maal per maand doet. Hij maakt daarna enkele opmerkingen over de zondigheid van de mens. En dan zegt hij plotseling “maar ik hoop op de eeuwige zaligheid, maar ik ben daar niet zeker van”. Andries Knevel reageert verbaasd op deze uitspraak. Hij zegt met verwondering: “Een kardinaal die niet zeker is van de eeuwige zaligheid?”
Simonis reageert op de verbazing van Knevel met de woorden: “Ik hoop dat. Ik hoop dat. En ik leef met Gods barmhartigheid, daar beveel ik me ook altijd aan, maar ik kan niet zeggen: ik ben er zeker van dat ik in de hemel kom, oh nee.”
Knevel vraagt: “Waar komt u dan als u niet in de hemel komt?” Simonis antwoordt: “Dan zou ik in het vagevuur komen, dat hoop ik en niet in de hel. Want ik geloof ook in de mogelijkheid van de hel”.
Knevel en Simonis spreken over de mogelijkheid dat bisschoppen in de hel zijn. Simonis zegt: “Ik kan me …voorstellen dat er ook nu bisschoppen zijn waarvan onze lieve Heer zegt: goeie man je deugt helemaal niet, je hebt niet voldoende beantwoord aan mijn genade.”

Twee opmerkingen

Uit de woorden van Simonis blijkt dat hij nog volledig leeft bij het hierboven beschreven onbijbelse rooms-katholieke evangelie. Of hij de hemel haalt hangt van hem af. In eenvoud steunen op het volbrachte werk van Christus is onvoldoende. Simonis lijkt me een sympathieke en oprechte man, maar als je het bijbelse evangelie niet gelooft dan ben je geen christen. En als je een ander evangelie predikt dan ben je een valse leraar.

Het tweede wat opvalt is de verbazing van Knevel. Uit zijn verbazing blijkt dat hij niet weet wat de katholieke kerk leert over de weg tot behoud. Immers Simonis geeft simpelweg het klassieke en orthodox katholieke standpunt over geloofszekerheid. Er zijn 1 miljard katholieken maar Knevel heeft blijkbaar nooit de moeite genomen om eens uit te zoeken wat die precies geloven. Dit is typerend voor de huidige leiding van de EO die er voor heeft gezorgd dat het woord protestant uit de statuten is geschrapt. Waardoor men het mogelijk heeft gemaakt dat katholieken lid worden van de ledenraad.

De Paus en de EO staan volgens de hoofdredacteur van Visie voor hetzelfde evangelie

Naar aanleiding van het overlijden van paus Johannes Paulus II werd in de Visie geschreven over de verhouding tot de Rooms-katholieke Kerk. Hoofdredacteur Arie Kok schreef “Het gaat de kerk van Rome om de grote zaak waar ik ook voor wil gaan, het evangelie van Jezus Christus” hij voegt er nog wel aan toe: “Ondanks de verschillen in leer, kerkopvatting en vormgeving, die niet onder het tapijt geveegd hoeven worden, overheerst de verbondenheid” (Visie nr. 16, 2005, p. 87).
Kok stelt dat het de kerk van Rome gaat om het evangelie van Jezus Christus. “Het gaat de kerk van Rome om … het evangelie van Jezus Christus”. Dat is de grote leugen die de hoofdredacteur van Visie, en met hem vele andere neo-evangelicals, keer op keer verkondigen. De Rooms-Katholieke kerk brengt het evangelie van Jezus niet. Zij leert een ‘ander evangelie en dat is geen evangelie (Gal. 1:7).
Op grond van deze leugen wordt de Rooms-katholieke Kerk aanvaard als een ware kerk van Christus, worden rooms-katholieke bisschoppen als medechristen erkend, wordt er samengewerkt met orthodoxe rooms-katholieken, etc.
Kok noemt nog wel ‘verschillen in de leer’, maar die zijn voor hem geen reden om afstand te houden. Hij vindt het antwoord op de vraag ‘wat een mens moet doen om behouden te worden’ dus een bijzaak en een foutief antwoord mag de gemeenschap en verbondenheid niet in de weg staan.
De apostel Johannes heeft in zijn tweede brief geschreven: “Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom. Want wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken.” (2 Johannes :10,11) Het gaat hier, in de tweede Johannes brief, om een ernstige dwaling aangaande de persoon van de Here Jezus, maar een ernstige dwaling over de weg tot behoud is net zo ernstig (Zie Galaten 1:6-9).
De opstelling van Arie Kok, en de EO, is typerend voor de opstelling van de neo-evangelicals in het algemeen. Hun ‘onwetendheid’ is geen excuus. Als je hen aanspreekt met het woord van God en met de feiten weigert men te luisteren. Daarom geldt voor hen ook het ‘willens en wetens ontgaat hen’ waar Petrus, in een ander verband, over spreekt (2 Petrus 3:5).

 

Ten slotte nog dit: houdt moed

Sommigen dingen moeten gebeuren. Ze zijn aangekondigd in de Bijbel.
“Eerst moet de afval komen” (2 Thessalonika 2:3).
“Ziet toe, weest niet verontrust, want dat moet geschieden” (Mattheüs 24:6).

Daarom weest niet verontrust. Het loopt bij God niet uit de hand.
“En hun woord zal voortwoekeren als de kanker … en toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en Een ieder, die de naam des Here noemt breke met de ongerechtigheid” (2 Timotheüs 2:17,19).
“En de poorten der hel zullen haar, dat is de gemeente, niet overweldigen” (Mattheüs 16:18).

Wat te doen?

“Houd vast wat gij hebt opdat niemand uw kroon neme” (Openbaring 3:11).
“Houd u buiten het bereik van de onheilige holle klanken” (1 Timotheüs 6:20).
“Verkondig het woord, dring er op aan, gelegen of ongelegen” (2 Timotheüs 4:2).
“Blijft gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle” (2 Timotheüs 4:5).

“Met de vermaning om tot het uiterste te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. Want er zijn zekere mensen binnen geslopen” (Judas :3,4).

JEZUS KOMT TERUG

“Nog een korte tijd en Hij die komt zal er zijn” (Hebreeën 10:37).
“Want het heil is ons nu meer nabij dan toen wij tot het geloof kwamen” (Romeinen 13:11).

O WHAT A DAY THAT SHALL BE

WHEN MY JESUS I SHALL SEE

Ary Geelhoed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM