De weg – de waarheid – het leven
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6) Deze uitspraak is één van de zeven “Ik ben” uitspraken van de Heer Jezus. In de laatste nacht voordat Hij naar Golgotha ging, bereidde Hij Zijn discipelen voor op de dagen die voor hen lagen. Al meer dan drie jaar waren deze mannen Hem gevolgd, lerend van Zijn onderricht en voorbeeld. Zij hadden hun hoop op Hem gevestigd als de Messias, de...
In de zonden sterven of sterven in de Heer?
Bijbelplaatsen: Johannes 8 vers 24; 1 Korinthe 15 vers 18; Openbaring 14 vers 13 “Want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u in uw zonden sterven” (Joh. 8:24). Het Woord van God zegt, dat de mens eenmaal moet sterven (Hebr. 9:27). Ieder mens is van nature een zondaar en heeft gezondigd. Daarom is het hem aangewezen eenmaal te sterven, want de dood is het loon van de zonde (Rom. 6:23). Maar er zijn twee manieren om te sterven:...
Verzamelde brokken (484+489)
Luther merkte eens op over de betekenis van waarom mensen een handicap hebben: Dit gebeurt ook, opdat wij gezonde mensen leren, dankbaar te zijn. Als we iemand zien die blind is, dan worden we ertoe gebracht eens te danken, dat we gezonde ogen hebben. Menselijke godsdiensten zijn de systematische pogingen om God tot dienaar van zelfzucht en hoogmoed te maken (W. Kelly). De duivel plakt op zijn gifflesjes niet het etiket ‘gif,’ maar etiketten met mooi klinkende namen: Tolerantie, gezondheid,...
Halloween: Het grijnzen van de pompoenhoofden
Historie und achtergronden van Halloween Dit artikel verscheen in het Duits op 20-10-2002 en werd geactualiseerd: 25.10.2022. {FW} Leidraad verzen: Deuteronomium 18 vers 10-12. Deuteronomium 18: 10: Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is, 11. die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die de doden raadpleegt. 12. Want iedereen die zulke...
Gastvrijheid (10)
“De vreemdeling overnachtte niet op de straat; ik opende mijn deuren voor de reiziger” (Job 31:32). De gewoonte van gastvrijheid (10) In het vorige artikel spraken we over Gajus en Stéfanas die hun huis openstellen als een daad van gastvrijheid. Ook van Job is bekend, dat hij zijn huis openstelde om in de behoeften van anderen te voorzien. Van Job werd gezegd: “Wie werd er níet verzadigd van zijn vlees” (Job 31:31)? Job vergat niet gastvrijheid te tonen (Hebr....
Overdenking over 2 Thessalonika (3)
Aantekeningen bij de overdenking van de 2e brief aan de Thessalonikers Vervolg hoofdstuk 1 “… zodat wij zelf in u roemen in de gemeenten van God over uw volharding en geloof onder al uw vervolgingen en verdrukkingen die u verdraagt” (vs. 4). Een andere kwalificatie ten opzichte van de eerste brief; daar kon Paulus zeggen dat de omringende volken hadden gesproken over de ingang die zij onder hen hadden gevonden; hier beroemt hij zich op de Thessalonikers in de gemeenten...
Gastvrijheid (9)
“<Want> ik heb mij zeer verblijd toen1 er broeders kwamen en van uw waarheid getuigden, zoals u in [de] waarheid wandelt. Ik heb geen grotere blijdschap dan deze, dat ik hoor dat mijn kinderen in de waarheid wandelen. Geliefde, u handelt trouw in alles wat u jegens de broeders bewerkt, en dat jegens vreemdelingen, die van uw liefde getuigd hebben tegenover [de] gemeente; u zult er goed aan doen, als u hen voorthelpt op een wijze God waardig; want zij zijn...
Gastvrijheid (8)
“De HEERE bewaart de vreemdelingen, Hij houdt wees en weduwe staande …” (Ps. 146:9). “Die recht verschaft aan de wees en de weduwe, Die de vreemdeling liefheeft door hem brood en kleding te geven. Daarom moet u de vreemdeling liefhebben, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Deut. 10:18-19). De gewoonte van gastvrijheid (deel acht) Deze verzen voor ons vandaag onthullen het hart van God voor hen die zich alleen, verlaten, geïsoleerd of gewoonweg buitengesloten voelen! In...
Gastvrijheid (7)
“Zie, er was een man, genaamd Zacheüs; en hij was een oppertollenaar en was rijk. En hij trachtte Jezus te zien, Wie Hij wel was, en hij kon het niet vanwege de menigte, omdat hij klein van gestalte was. En hij liep snel vooruit en klom in een moerbeivijgenboom om Hem te zien; want Hij zou daar langs komen. En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem: Zacheüs, kom vlug naar beneden, want...





