2 Korinthe 7 vers 5-7
“Immers toen wij in Macedonië kwamen, had ons vlees geen rust, maar waren wij in alles verdrukt: vanbuiten strijd1, van binnen vrees. Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus, en niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij over u getroost werd, doordat hij ons vertelde van uw vurig verlangen, uw treuren, uw ijver voor mij, zodat ik mij nog meer verblijdde” (2 Kor. 7:5-7). De apostel Paulus was...
Psalm 65 vers 12
U kroont het jaar van Uw goedheid “U kroont het jaar van Uw goedheid, Uw voetstappen druipen van overvloed” (Ps. 65:12). Wat is dat prachtig. Het idee om het jaar te kronen – om het jaar te omringen met Gods goedheid – en dat Zijn weg druipt van overvloedig, is zo machtig. Een vriend van mij schreef ooit een kalender met overdenkingen en noemde die “Wagon Tracks,” gebaseerd op dit vers. Hij reflecteerde op de zin: “Uw voetstappen druipen van...
Titus 2 vers 11-14 (3)
De glorieuze verschijning “Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw, in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede...
Titus 2 vers 11-14 (2)
De gelukkige hoop “Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw, in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede...
Titus 2 vers 11–14 (1)
Genade is verschenen “Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw, in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede...
Johannes 3 vers 16
De grootste gave “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Joh. 3:16). In deze tijd van het jaar zijn winkelcentra drukbezocht door mensen die cadeaus kopen voor hun geliefden. Te midden van alle drukte is het goed om even stil te staan bij het meest bijzondere geschenk van allemaal – een geschenk dat niet gekocht, maar vrijwillig gegeven en...
1 Timotheüs 2 vers 5 en 6
Één Middelaar “Want er is één God en één Middelaar tussen God en mensen, [de] mens Christus Jezus, Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor1 allen, [volgens] het getuigenis op zijn eigen tijd” (1 Tim. 2:5–6). Een van de meest fundamentele leerstellingen in het Woord van God is, dat er één God is. Uit dit vers – en vele andere – blijkt ook duidelijk, dat er slechts één Middelaar is tussen God en de mensheid. Job beschreef de noodzaak van...
1 Timotheüs 1 vers 15
Het doel van de geboorte van Christus “Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars te behouden, van wie ik de voornaamste ben”. Er zit meer achter dit vers dan op het eerste gezicht lijkt. In dit gedeelte van 1 Timotheüs spreekt Paulus over de genade van God. Hij heeft de grootheid van Gods genade al benadrukt in de verzen 12-13, omdat Hij hem in de bediening had geplaatst, ondanks...
Mattheüs 2 vers 11
Harten van aanbidding “En toen zij het huis waren binnengegaan, zagen ze het kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en huldigden het (Hem); en zij openden hun schatten en boden het geschenken1 aan: goud, wierook en mirre.” Het tweede hoofdstuk van Mattheüs begint met de woorden: “Toen nu Jezus was geboren in Bethlehem in Judéa, in [de] dagen van koning Herodes, zie, wijzen2 uit [het] oosten kwamen naar Jeruzalem en zeiden: Waar is de Koning der Joden die geboren...







