Bijbeltekst uitgelicht
Psalm 40 vers 7-9
Een toebereid lichaam ... Psalm 40 vers 7–9: 7. U hebt geen vreugde gevonden in slachtoffer en graanoffer, U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist. 8. Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. 9. Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste. Psalm 40 wordt beschouwd als een Messiaanse psalm omdat het profetisch spreekt over de Messias, de Heer Jezus Christus. Dit wordt bevestigd in Hebreeën 10 vers 1 en 4-7. Hebreeën 10 vers 1,4-7: “Want daar de wet een schaduw heeft van de toekomstige goederen, niet het beeld van de dingen zelf, kan zij met diezelfde offers die men voortdurend elk jaar offert, hen die naderen nooit volmaken … Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt. Daarom zegt Hij bij Zijn komen in de wereld: ‘Slachtoffer en offerande [1] hebt U niet gewild, maar U hebt Mij een lichaam toebereid; in brandoffers en zondoffers [2] hebt U geen behagen gehad. Toen zei Ik: Zie, Ik kom (in [de] boekrol is over Mij geschreven) om Uw wil te doen, o God.’” Sommige vertalingen (in het Engels) laten de zinsnede “maar U” in Psalm 40 weg; deze helpt ons echter het contrast te zien, dat God schetst tussen de oudtestamentische offers en het offer van de Heer Jezus. Dit wordt nog duidelijker wanneer we in Hebreeën lezen: “… maar U hebt Mij een lichaam toebereid.” (Hebr. 10:5). God had geen behagen in de oudtestamentische offers, zoals vermeld in Psalm 40, omdat die offers de zonden niet konden wegnemen, zoals uitgelegd in Hebreeën 10. Daarom bereidde God de Vader een lichaam voor Zijn Zoon, de Heer Jezus. In Psalm 40 lezen we: “U hebt Mijn oren doorboord,” wat letterlijk betekent: “U hebt oren voor Mij gegraven.” De Vader bereidde een fysiek lichaam voor de Heer Jezus, zodat Hij Zijn wil kon volbrengen. Hebreeën vervolgt: “Door die wil zijn wij geheiligd door middel van de offerande van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd” (Hebr. 10:10). Omdat de Heer Jezus in de wereld kwam - in de gedaante van een Mens, maar zonder zonde - kon Hij het volmaakte offer voor de zonde zijn, een welriekende reuk die aan God werd geofferd (Ef. 5:1-2). Hebreeën 10 vers 12 zegt: “Maar Hij, nadat Hij één slachtoffer voor [de] zonden geofferd heeft, is voor altijd gaan zitten aan Gods rechterhand.” Anker voor vandaag Psalm 40 spreekt tot ons over de Menswording van de Heer Jezus Christus. Wat zijn we dankbaar, dat God een lichaam heeft voorbereid voor onze gezegende Heiland! NOTEN: 1. Hier in de zin van gave, spijsoffer. 2. Letterlijk ‘[offers] voor [de] zonde’; verg. vs.18 en 26 en Rom. 8:3 noot v.d. Telos-vertaling. © Anchors For Life

Ruth (13)
Deze doorlopende overdenking is ontstaan uit voordrachten en zijn voor de praktijk bedoeld. Moge de Heer ons door deze eenvoudige overdenking rijkelijk zegenen! – Het ligt mij op het hart daarop te wijzen, dat men uitleg over het Woord van God alleen met de Bijbel en onder gebed leest. De dienst van Ruth Ruth 2:1-3: “Naómi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimélech; en zijn naam was Boaz. 2) En...