15 jaar geleden

Bidt voor het Huis van Oranje

De Remonstranten van 2004 kunnen nu trots in de richting van de Nederlandse Hervormde Kerk kijken. Eindelijk hebben zij dan eens een overwinning behaald op die verstokte orthodoxe Hervormden. Wat hun voorgangers nimmer bereikt hebben, heeft nu prinses Juliana in haar laatste wilsbeschikking wel bereikt. Haar uitvaartdienst zal geleid worden door een Remonstrantse emeritus-predikante, namelijk dominee Welmet Hudig. Zoals de media bericht, toont de prinses voor het laatst nog eens haar eigenzinningheid. In de eerste plaats geen Hervormde inbreng bij de koninklijke uitvaart, hetgeen in geen eeuwen is voorgekomen. In de tweede plaats een vrouwelijke predikant. Dit past bij prinses Juliana als oecumenisch Christin dan ook uitermate goed.

De huispredikant van de Oranjes, dominee Nico ter Linden, heeft het over een “dubbele breuk” met een eeuwenoude traditie (ook voor het eerst een vrouw) die Juliana jaren geleden en nog bij volle verstand heeft genomen. “Een mild protest tegen een kille, autoritaire, door mannen gedomineerde kerk”1.

Hij spreekt hier wel over de Hervormde Kerk. We laten in het midden over het eventueel gelijk of ongelijk, maar deze opmerkingen mag deze kerk zich wel aantrekken.

Prinses Juliana komt nu in de media naar voren als een spirituele, naar verschillende geloofsbelevingen zoekende vrouw. Dit komt onder andere naar voren in de bijbelstudie-bijeenkomsten die zij organiseerde na haar troonsafstand in 1980. Daar bleek ook haar oecumenische instelling door haar keuze om de leiding van die bijeenkomsten af te wisselen. De ene keer protestants, de andere keer katholiek.

De Rooms-Katholieke pastor, Gerard Oostvogel, werd in 1988 ook al uitgenodigd op de bijbelstudies op Soestdijk. Hij was dan ook de pastor bij wie prinses Juliana in 1998 ter communie ging bij het huwelijk van haar kleinzoon Maurits met Marilene van den Broek. Dat veroorzaakte uiteraard veel commotie, vooral met kardinaal Simonis, want zijn uitnodiging tot de “Maaltijd des Heren” was slechts voor katholieken bestemd. Gerard Oostvogel is lid van de Pater Dominicanen.

De Rooms-Katholieke inbreng op geestelijk gebied is dus blijkbaar de laatste jaren groter geworden binnen de koninklijke muren. Vooral onder invloed van koningin Juliana is dat ontwikkeld. Zelfs andere wereldgodsdiensten oefenden bedenkelijke invloed op deze vorstin onder de Oranjes uit, getuige haar grote waardering voor reincardinatie.”Nu goed leven om later weer goed terug te keren” , was een visie die Juliana deelde, evenals de typering van Oostvogel die de Pater Dominicanen eens als “biddende vrijdenkers” omschreef. “Daar wil ik ook wel bij horen”, zei ze. Ook heeft Juliana op “Het Oude Loo” verschillende conferenties georganiseerd, waarbij zelfs Wilhelmina vaak aanwezig was1.

Bidt voor het Huis van Oranje

We zouden nog veel over haar kunnen vertellen, maar dat is niet zozeer de bedoeling van dit artikel. Dit schrijven is niet bedoeld om een beoordeling te geven over de geestelijke toestand van een zeer gewaardeerd ex-vorstin. Wie kent het hart van ieder mens? Dat kent alleen God, “de Hartenkenner!” Daar wil ik mij dan ook niet aan wagen.

Wel wil ik opmerken dat we met zorg het Koninklijk Huis zouden moeten gedenken in onze gebeden en opnieuw de oproep van de apostel Paulus ter harte nemen: “Ik vermaan dan allereerst dat smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid” (1 Timotheus 2:1-3). Dat dit vers met “smekingen” begint, wijst op de noodzaak in moeilijke tijden – en daar leven wij nu toch ook in? – de Heer ook met ernstige aandrang te smeken. Allereerst voor ons persoonlijk, maar ook voor anderen, ook voor koningen en hooggeplaatsten. Moeten we niet eerlijk zijn en toegeven dat we in onze dagen zo verslapt zijn dat we deze vorm van gebed, namelijk “smekingen” voor ons zelf misschien niet eens meer (of slechts een weinig) kennen? Laat staan voor anderen.

Mogelijk hebben smekingen en gebeden meer een persoonlijk karakter, maar “voorbiddingen” zien toch meer op de behoeften van anderen. Dat drukt het woordje “voor” wel duidelijk uit. Als we al komen tot smekingen en gebeden voor onszelf en hen die dicht bij ons staan – “hen die ons lief en dierbaar zijn”, bidden we vaak – komt “voorbede” voor anderen er bij ons vaak bekaaid af, of zelfs helemaal niet. Over het algemeen staan koningen en hooggeplaatsten ver van ons af. Daarom is het misschien juist ook wel moeilijker om ook voor hen te bidden, om “voorbede” te doen. Maar zij zijn wel over ons geplaatst en regeren ons. Wij moeten hen onderdanig zijn en hebben zeker ook ons gebed nodig (Romeinen 13). Ook zij hebben de hulp van de Heer en de wijsheid van de Heer nodig om te kunnen regeren. Ook als zij de Heer niet zouden kennen, is er nog meer reden om voor hen te bidden dat ze de Heer mogen leren kennen. Maar “de Heer kent hen die de Zijnen zijn” (2 Timotheus 2:19).

Het doel om ook voor koningen en hooggeplaatsten te bidden wordt aangegeven door de woorden: (Hoe actueel is dat wel niet) “opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid”? In onze wereld waar geweld haar magische kracht uitoefent op terroristen, kunnen wij het gebed, “de voorbede” stellen. Ook in ons land. Doen wij dat, geliefde brusters? Het doel is dat wij daardoor “een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid”. Met andere woorden: God wil dat we tot ontplooiing komen; groei naar binnen en naar buiten. Godsvrucht, dat is “eerbiediging van God”. Dat is een innerlijke, persoonlijke zaak. Dat heeft betrekking op je innerlijke gesteldheid naar God toe. Godsvrucht is een vrucht van de omgang met God. Dit moet zichtbaar worden in een heilige (= afgezonderd voor God) wandel (vergelijk 2 Petrus 3:11). Dat gaat niet automatisch, het moet ook “geleerd” worden. Je moet er zelfs naar “jagen” en je er in “oefenen”, ook al ben je al wedergeboren (1 Timotheüs 6:11 en 4:7).

De gemeente van God loopt in een wereld van terroristisch fundamentalisme ook gevaar. Gevaren van velerlei aard. In de landen waar de Islam heerst en soms haar wetten oplegt aan alle mensen die daar wonen, is het gevaar anders dan in de “zogenaamde” Christelijke Westerse landen. Dat de Islam vandaag veel onrust veroorzaakt, ondervinden wij hier in Nederland ook. In het zogenaamde Christelijke Westen is er nog een bepaalde mate van vijheid, al loopt die ook gevaar. Deze vrijheid – zeg maar deze uiterlijke stilheid en rust – bewerkt helaas dikwijls, zoals is gebleken, een lauwheid en gezapigheid en desinteresse voor de dingen en het Woord van God. Dat is duidelijk aan de hand in West-Europa. Het zou geheel anders moeten zijn, namelijk een rustig en stil leven in “alle godsvrucht en eerbaarheid”. Uit het “opdat wij een rustig en stil leven leiden” blijkt, dat God Zijn kinderen wil zegenen door het gebed. Je kunt dit ook wel zien aan het woordje “opdat”. Dat het tot nu toe in West-Europa redelijk rustig is en er vrijheid is, zou ik toch niet willen toeschrijven aan het gebed van Zijn kinderen. Het is Zijn genade die ons dit nog schenkt. Dat wil niet zeggen dat er geen Christenen zouden zijn die niet voor de overheid bidden en in zekere zin voldoen aan de oproep van de apostel in onze verzen (1 Timotheüs 2:1-3). Bovendien gaat God Zijn weg, Zijn regeringsweg, met de volken opdat Zijn plannen met deze wereld tot stand zullen komen. Dat moeten we ook niet vergeten. Wij, hier in West-Europa hoeven ons zeker niet op de borst te kloppen, alsof wij hier God zo trouw zijn gebleven. Mijns inziens hoeft dat verder geen betoog.

God wil dus dat er godsvrucht en eerbaarheid, zeg maar groei, bij “ons” zal zijn. “opdat wij …”; daarbij wijs ik hier op het woordje “wij”. Met het oog daarop moeten we ook bidden voor koningen en hooggeplaatsten. Het “stil en rustig” heeft dan ook betrekking op ons innerlijk leven, onze omgang met God. Niet een gezapig leven. Dat is niet hetzelfde. Niet een lui en vadzig Christelijk leven en “plukken van deze wereld wat er te plukken valt”. Nee, “in alle godsvrucht en eerbaarheid”. Een actief uitstrekken naar een gezond, normaal, Christelijk leven in alle godsvrucht en eerbaarheid (of waardigheid), zal ons denk ik, motiveren om te bidden voor koningen en hooggeplaatsten. Het woord “waardigheid” wijst meer op de praktische invulling van de godsvrucht. Dat hoort wel heel duidelijk bij elkaar.

“Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen” (1 Timotheüs 2:4).

Onze smekingen, gebeden, voorbiddingen en – last but not least – dankzeggingen houden ook verband met dit vers. De woorden “alle mensen” sluiten nauwkeurig aan bij dezelfde uitdrukking in vers 1. En die uitdrukking “alle mensen”, daar behoren ook de koningen en alle hooggeplaatsten bij. Maar God denkt niet alleen aan hen, maar aan alle mensen. Gelukkig wel, want de genade van God brengt heil aan alle mensen (Titus 2:11). Dus ook aan koningen en koninginnen. En als wij de geschiedenis van Nederland een klein beetje kennen weten we ook dat er koningen en koninginnen geweest zijn, die blijk gaven door hun getuigenissen en toewijding dat zij God kenden en geloofden in Zijn Zoon. Maar ook dat was en is geen automatisme, want het geloof in God erf je niet van je ouders. Dat is een persoonlijke zaak.

Tot slot

We mogen als Christenen wel hopen en vooral wel bidden dat ondanks alles het Woord van God op dinsdag 30 maart, de dag van de teraardebestelling van prinses Juliana, mag klinken. Dat dwars door alle koninklijke rituele plechtigheden, waarbij nationale en Oranjegevoelens ongetwijfeld opgeroepen zullen worden, er een roep van deze begrafenis mag uitgaan dat alleen door het geloof in de Heer Jezus de hemelse bestemming kan worden bereikt. Niet het vertrouwen op prinsen, maar het vertrouwen op de levende God, die Zijn Zoon naar deze aarde zond om koningen en koninginnen, om rijk en arm, om u en mij de weg naar de hemel te openen door het offer van Zijn leven op het kruis van Golgotha. Zei de beroemde koning David niet: “Het is beter tot de HEERE toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen” (Psalm 118:9)? Psalm 146:3 zegt: “Vertrouwt niet op prinsen, op het mensen kind, bij wie geen heil is”. Kortom: “Geloof in de Heer Jezus” alleen! Bidt voor Oranje!

1. Volkskrant, zaterdag 27 maart 2003

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW