Gastvrijheid (10)
“De vreemdeling overnachtte niet op de straat; ik opende mijn deuren voor de reiziger” (Job 31:32). De gewoonte van gastvrijheid (10) In het vorige artikel spraken we over Gajus en Stéfanas die hun huis openstellen als een daad van gastvrijheid. Ook van Job is bekend, dat hij zijn huis openstelde om in de behoeften van anderen te voorzien. Van Job werd gezegd: “Wie werd er níet verzadigd van zijn vlees” (Job 31:31)? Job vergat niet gastvrijheid te tonen (Hebr....
Overdenking over 2 Thessalonika (3)
Aantekeningen bij de overdenking van de 2e brief aan de Thessalonikers Vervolg hoofdstuk 1 “… zodat wij zelf in u roemen in de gemeenten van God over uw volharding en geloof onder al uw vervolgingen en verdrukkingen die u verdraagt” (vs. 4). Een andere kwalificatie ten opzichte van de eerste brief; daar kon Paulus zeggen dat de omringende volken hadden gesproken over de ingang die zij onder hen hadden gevonden; hier beroemt hij zich op de Thessalonikers in de gemeenten...
Gastvrijheid (9)
“<Want> ik heb mij zeer verblijd toen1 er broeders kwamen en van uw waarheid getuigden, zoals u in [de] waarheid wandelt. Ik heb geen grotere blijdschap dan deze, dat ik hoor dat mijn kinderen in de waarheid wandelen. Geliefde, u handelt trouw in alles wat u jegens de broeders bewerkt, en dat jegens vreemdelingen, die van uw liefde getuigd hebben tegenover [de] gemeente; u zult er goed aan doen, als u hen voorthelpt op een wijze God waardig; want zij zijn...
Gastvrijheid (8)
“De HEERE bewaart de vreemdelingen, Hij houdt wees en weduwe staande …” (Ps. 146:9). “Die recht verschaft aan de wees en de weduwe, Die de vreemdeling liefheeft door hem brood en kleding te geven. Daarom moet u de vreemdeling liefhebben, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Deut. 10:18-19). De gewoonte van gastvrijheid (deel acht) Deze verzen voor ons vandaag onthullen het hart van God voor hen die zich alleen, verlaten, geïsoleerd of gewoonweg buitengesloten voelen! In...
Gastvrijheid (7)
“Zie, er was een man, genaamd Zacheüs; en hij was een oppertollenaar en was rijk. En hij trachtte Jezus te zien, Wie Hij wel was, en hij kon het niet vanwege de menigte, omdat hij klein van gestalte was. En hij liep snel vooruit en klom in een moerbeivijgenboom om Hem te zien; want Hij zou daar langs komen. En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem: Zacheüs, kom vlug naar beneden, want...
Overdenking over 2 Thessalonika (2)
Aantekeningen bij de overdenking van de 2e brief aan de Thessalonikers Vervolg hoofdstuk 1 “… genade zij u en vrede van God <onze> Vader en van [de] Heer Jezus Christus” (vs. 2). De apostel wenst de Thessalonikers genade en vrede toe; genade voor hun weg ondanks hun vervolgingen (verg. 2 Thess. 2:16), en vrede voor het hart ondanks deze beproevingen en ongunstige omstandigheden (verg. 2 Thess. 3:16). En deze genade en vrede komen van God onze Vader, wat meer een...
De eerste decennia van het christendom (43)
Handelingen 22 vers 16-30 Vers 16-21 “En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van Zijn naam.” De Heer was daar en spreidde zijn armen om zijn vroegere vervolger te ontvangen. Waarom zou hij aarzelen, zoals zoveel zielen die genade aangeboden krijgen? Hij moest alles achter zich laten en door de doop tot uitdrukking brengen, dat hij in geloof door de dood heen was gegaan, waarin al zijn verleden, al zijn zonden...
Gastvrijheid (6)
“Een Samaritaan echter, die op reis was, kwam bij hem en toen hij [hem] zag, werd hij met ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, terwijl hij daar olie en wijn op goot, zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En de volgende dag haalde hij twee denaren tevoorschijn, gaf ze aan de herbergier en zei: Verzorg hem, en wat u meer ten kost mocht leggen, zal ik u...
Gastvrijheid (5)
“… want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij opgenomen; naakt en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek en u hebt Mij bezocht; Ik was in [de] gevangenis en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig en hebben U gevoed, of dorstig en hebben U te...
Overdenking over 2 Thessalonika (1)
2 Thessalonika Aantekeningen bij de overdenking van de 2e brief aan de Thessalonikers De 2e brief aan de Thessalonikers is waarschijnlijk slechts enkele maanden na de eerste brief geschreven, eveneens in 52 na Christus, waarschijnlijk ook net als de eerste brief uit Korinthe, omdat Silvanus en Timotheüs nog bij de apostel Paulus waren (vs. 1). De Thessalonikers werden nog steeds vervolgd (vs. 4); en bovendien waren zij ook nog verleid door Joodse leraren die hun hadden voorgehouden dat de...


