9 maanden geleden

Afhankelijkheid in het leven van Jezus (107)

Afhankelijkheid en lijden

“En Jezus antwoordde en zei tot hem: Er staat geschreven: ‘[De] Heer, uw God, zult u aanbidden, en Hem alleen dienen’” (Luk. 4:8).

De duivel deed alles wat hij kon om de Heer Jezus te verleiden een kortere weg te nemen op weg naar de heerschappij over deze wereld. In plaats van de door God gegeven weg door lijden naar heerlijkheid te volgen, bood de oude slang Hem aan om de heerschappij onmiddellijk uit zijn hand te ontvangen. Satan stelde daarbij slechts één voorwaarde aan Hem: De Zoon van God moet hem aanbidden. Maar in plaats van met de duivel te redetwisten, hield de Heer hem eenvoudig weer het geschreven Woord van God voor. Daarmee zei Hij als het ware: “Ik aanvaard de heerschappij over deze wereld alleen uit de hand van God. Van Hem ben Ik afhankelijk, op Hem wacht ik, en op Hem vertrouw ik – koste wat het kost.”

De getrouwe Getuige liet in Zijn leven niets tussen Hem en God komen. In Psalm 16 vers 4 zei Hij: “Groot wordt het leed van hen die andere (goden) geschenken geven; ik echter giet geen plengoffers van bloed voor ze uit en neem de namen ervan niet op mijn lippen.”

Toen de Zoon van God later Zijn hart opende voor Zijn discipelen en hen vertelde dat Hij moest lijden, verworpen en gedood worden, probeerde de duivel opnieuw – maar dit keer indirect via Simon Petrus – om Hem van deze weg af te brengen. Maar ook daar antwoordde de Heer hem standvastig en zei: “Ga weg achter Mij, satan; want je bedenkt niet de dingen van God, maar de dingen van de mensen” (Mark. 8:33).

Nadat de vijand zelfs in Gethsémane geen aanknopingspunt had gevonden met de “Heilige van God” (Joh. 6:69), ondernam hij tenslotte op Golgotha een laatste poging om Hem van gehoorzaamheid en volharding af te brengen en Hem zo te beletten het verzoenend lijden op Zich te nemen, dat Hem in de drie uren van duisternis wachtte. Toen de Heer Jezus daar aan het kruis hing, riepen de overpriesters, schriftgeleerden en oudsten uit: “Hij is koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen in Hem geloven” (Matth. 27:42). Wat een verschrikkelijke kwelling zou Hem bespaard zijn gebleven als Hij op dat moment daadwerkelijk Zijn macht had gebruikt en van het kruis was afgekomen! Maar dit is precies waar Hij voor gekomen was: om Zijn volk te redden van hun zonden “en Zijn leven te geven tot losprijs voor velen” (Mark. 10:45).

Als wij consequent leven in de navolging van de Heer Jezus, zullen ook wij lijden en concreet ervaren wat vervolging betekent (zie 2 Tim. 3:12). We hoeven daarbij niet altijd aan fysiek geweld te denken, want het Woord laat ons zien dat godslastering of bespotting ook een vorm van vervolging kan zijn (Gal. 4:29; Gen. 21:9). De duivel zal ook bij ons alles in het werk stellen om ons te weerhouden te lijden omwille van de gerechtigheid. Petrus schrijft in een soortgelijke context: “Daar Christus dus in [het] vlees geleden heeft, moet u zich ook met dezelfde gedachte wapenen; want wie in [het] vlees lijdt, heeft afgedaan met [de] zonde, om de overige tijd in [het] vlees niet meer te leven naar [de] begeerten van [de] mensen, maar naar [de] wil van God” (1 Petr. 4:1, 2). Als de duivel er niet in slaagt ons van het pad van de afhankelijkheid af te brengen, heeft hij geen macht over ons!

De Heer Jezus boog Zijn knieën niet voor de duivel. Maar satan zal eens zijn knieën moeten buigen voor de eeuwige Zoon van God (zie Fil. 2:10,11). God verzekert ons in Zijn Woord, dat als wij nu volharden en met Hem lijden, wij ook met Hem verheerlijkt worden en zullen ook met Hem regeren. Bovendien hebben wij de vaste belofte dat de God van de vrede op een dag de “aanklager van de broeders” (zie Openb. 12:10) onder onze voeten zal vertrappen (zie Rom. 8:17; 16:20; 2 Tim. 2:12).

Ervaart u ook dat Satan telkens weer probeert u van het pad van navolging te doen afdwalen? Denk aan de waarschuwing van Johannes: “Kinderen, wacht u voor de afgoden!” (1 Joh. 5:21). Blijf trouw aan uw Heer – zelfs als dat lijden betekent! “Maar al lijdt u ook terwille van [de] gerechtigheid, gelukkig bent u!” (1 Petr. 3:14). Hoe blijkt uit uw leven dat u “de smaad van Christus” als een grotere rijkdom beschouwt dan “de schatten van Egypte” (Hebr. 11:26)?

 

Jan Philip Svetlik; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 22.07.2019.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW