Abraham (9)
Zegeningen en beloften (Gen. 18) In Genesis 17 hebben we geleerd, hoe God Zich aan Abraham als de Almachtige geopenbaard heeft – Degene Die Zijn beloften van zegen kan en zal nakomen, ondanks alle moeilijkheden. In het licht van deze openbaring moest Abraham voor Gods aangezicht een volkomen leven leiden. Dit was alleen mogelijk als hij zijn vertrouwen niet op het vlees stelde. In Genesis 18 zien we de zegeningen en voorrechten van iemand wiens leven in overeenstemming is met...
Abraham (8)
De almachtige God en het eeuwige verbond (Gen. 17) Abraham luistert naar Gods openbaring (vs. 1-2) In de brief aan de Hebreeën lezen we van Abraham: “En zó, door geduld te hebben, verkreeg hij de belofte” (Hebr. 6:12-15). Het verhaal van Hagar en Ismaël laat zien, dat Abraham, onder druk, zijn geduld verloor. Dit bericht eindigt met de verklaring: “Abram was zesentachtig jaar oud, toen Hagar Ismaël bij Abram baarde” (Gen. 16:16). Nu lezen we: “Toen Abram negenennegentig jaar oud...
Abraham (7)
Het vlees en de wet (Gen. 16) In Genesis 15 hebben we geleerd, dat Abraham een zegen in soevereine genade en met zekerheid werd beloofd. De basis hiervoor was een offer. Dit onthulde de diepe waarheid, dat elke zegen, of het nu voor Gods aardse of hemelse volk is, wordt geschonken in soevereine genade en tegelijkertijd in volmaakte gerechtigheid, gebaseerd op de dood van Christus. In dit hoofdstuk zien we Abrahams poging om de belofte van de erfenis te verkrijgen...
De droom van Jakob – zijn Nieuwtestamentische vervulling
Hoofdlijn: Genesis 28; Hebreeën 13 vers 5b Hebreeën 13 vers 5b: “Hijzelf heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten’.” De schrijver van de brief aan de Hebreeën verwijst naar de prachtige gebeurtenis die in Genesis 28 wordt beschreven. In Hebreeën 13 vers 5 lezen we: “Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten.” Zo wordt de belofte aan Jakob toegepast op de christen, en we mogen met recht concluderen, dat alle goede dingen die...
Het alfabet van de beloften van God …
Een christen had de gewoonte om voor het slapen gaan bewust zijn zorgen aan de Heer over te dragen: “Zorg voor mijn zaken en geef mij de rust die ik nodig heb, zodat ik morgen mijn werk weer kan doen.” Toen de zorgen hem nog overvielen en hem van de slaap probeerden te beroven, begon hij het ABC van Gods beloften en bemoedigingen op te zeggen. Voor elke letter kende hij een bijbelvers met een Goddelijke belofte. De Bijbel bevat...


