Het vlees en de wet (Gen. 16)
In Genesis 15 hebben we geleerd, dat Abraham een zegen in soevereine genade en met zekerheid werd beloofd. De basis hiervoor was een offer. Dit onthulde de diepe waarheid, dat elke zegen, of het nu voor Gods aardse of hemelse volk is, wordt geschonken in soevereine genade en tegelijkertijd in volmaakte gerechtigheid, gebaseerd op de dood van Christus.
In dit hoofdstuk zien we Abrahams poging om de belofte van de erfenis te verkrijgen door middel van vleselijke middelen, gebaseerd op werken en zijn eigen inspanningen.
De test
God had Abraham een zoon beloofd, en Abraham had God geloofd (Gen. 15:4-6). Nu wordt zijn geloof op de proef gesteld, want we lezen: “Maar Sarai, de vrouw van Abraham, had hem geen kinderen geschonken” (vers 1). Hoe zou Abraham dan een erfgenaam kunnen krijgen? In deze beproeving raakt zijn geduld op. In plaats van te wachten op Gods tiijd, probeert Abraham de beloofde zegen door eigen inspanningen te verkrijgen. In de brief aan de Hebreeën wordt Abraham ons voorgesteld als het grote voorbeeld van iemand die “… en zó, door geduld te hebben, verkreeg hij de belofte” (Hebr. 6:12-15). In zijn levensverhaal zien we – zoals zo vaak in ons eigen leven – dat hij situaties meemaakte waarin hij faalde, juist op de momenten waarop hij een opmerkelijk voorbeeld had moeten zijn. In Genesis 12 zagen we, dat hij faalde toen zijn geloof door God op de proef werd gesteld. Hier in Genesis 16 begeeft zijn geduld hem bij een nieuwe beproeving.
De verleiding
Net als in Genesis 12 was Egypte opnieuw de verleiding. In eerste instantie was de verleiding van Egypte, dat Abraham ogenschijnlijk bevrijd was van de beproevingen die het pad van het geloof met zich meebrengt. Nu is het de slavin uit Egypte die lijkt te beloven, dat ze hem zal bevrijden van verdere beproevingen. Hoewel Abraham persoonlijk hersteld is, zijn de gevolgen van zijn overtreding tegen Egypte nog steeds aanwezig. Iets uit deze wereld was zijn huishouden binnengedrongen dat – als hij zich vleselijk zou laten leiden – zich zou laten gebruiken. Hoe waar is het bijbelse principe: “Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten” (Gal. 6:7). Door een onoplettende levenswijze kunnen we gemakkelijk dingen uit deze wereld ons huis binnenlaten, wat uiteindelijk het vlees in ons de kans geeft zich te laten gelden.
In Galaten 4 vers 21-26 verwijst de apostel Paulus naar deze gebeurtenis en legt hij de geestelijke betekenis ervan uit. Hij herinnert de gemeenten in Galatië eraan, dat Abraham twee zonen had: één bij de slavin en één bij de vrije vrouw. De zoon van de slavin was naar het vlees geboren, terwijl de zoon van de vrije vrouw door de belofte was geboren.
De instructie
De apostel leert ons vervolgens, dat deze dingen een symbolische weergave zijn van twee verbonden: het verbond van de wet, verbonden met de berg Sinaï, dat tot slavernij leidt; dit verbond wordt vertegenwoordigd door Hagar en haar zoon Ismaël. Het tweede verbond is dat van genade, verbonden met Jeruzalem, dat boven is en tot vrijheid leidt; dit verbond wordt vertegenwoordigd door Sara en haar zoon Izaäk.
De neiging
De gelovigen in Galatië hadden zich werkelijk bekeerd. De Geest van God woonde in hen. Maar vervolgens onderwierpen ze zich opnieuw aan de wet als levensregel. Zo maakten ze hun zegen in de praktijk afhankelijk van hun eigen inspanningen. Om de beeldspraak uit Genesis 16 te gebruiken: ze werden kinderen van de berg Sinaï en ontwikkelden karaktertrekken die de eigenschappen van het vlees waren.
Als de Galaten de vrijheid van het hemelse Jeruzalem hadden omarmd, zouden ze het karakter van Christus hebben geopenbaard. In plaats daarvan onderwierpen ze zich aan de wet en toonden ze een trotse geest van ijdele eerzucht, die leidde tot afgunst en strijd, zodat ze elkaar beten en opaten en verslonden en in de wereld werden gezogen (Gal. 4:21; 5:15,26). De apostel verlangde ernaar, dat Christus in hen gestalte zou aannemen, zodat het glorieuze karakter van Christus gestalte in hen kreeg (Gal. 4:19).
Terugkerend naar de geschiedenis van Abraham, zien we dat het enige resultaat van zijn pogingen het erven door middel van zijn eigen vleselijke inspanningen de introductie was van iets, dat de kenmerken van het vlees draagt in zijn huis. “Wat uit het vlees geboren is, is vlees” (Joh. 3:6). Het natuurlijke kan alleen het natuurlijke voortbrengen. Zo brachten Abrahams natuurlijke inspanningen slechts een natuurlijke mens voort, die te zijner tijd – figuurlijk gesproken – het geestelijke zaad zou vervolgen.
De tragedie
Ondertussen had Abraham een onaangenaam element in zijn familie geïntroduceerd. Degene die de arbeid van het vlees vertegenwoordigde, verachtte degene door wie de zegen zou komen (vs. 4). Hagar en Sara vertegenwoordigden respectievelijk het vlees en de Geest. En de twee konden het niet met elkaar eens worden. “Want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; want deze staan tegenover elkaar” (Gal. 5:17).
Bovendien is de man die in Abrahams huishouden wordt opgenomen, gericht op de wereld, want hij wordt gevonden in de woestijn van Sur, aan de grens van Egypte (vs. 7). Verder heeft hij een hard karakter, dat zich tegen iedereen richt en iedereen tegen hem opzet (vs. 12).
Het voorbeeld
De toepassing van deze waarheden op ons is duidelijk. We kunnen ware gelovigen zijn zoals Abraham en de Geest van God bezitten zoals de Galaten. En toch kunnen we in ons dagelijks leven de wet tot onze leidraad maken. Zo kunnen we ruimte maken voor de gedachte, dat de gunst en genade van God, onze Vader, waarvan we het voorrecht hebben te genieten, het resultaat is van ons goede gedrag en onze wettische inspanningen. Het gevolg van deze houding bestaat uit twee dingen:
- We ontwikkelen een hardvochtig en zelfingenomen karakter, trots op onszelf en jaloers op anderen.
- We zullen niet genieten van de vrijheid waarvoor Christus ons heeft vrijgemaakt. Daardoor zullen we genade en liefde missen en zullen we er volledig in falen de vrucht van de Geest voort te brengen die het karakter van Christus draagt (Gal. 5:1-6,22).
De verklaring
De verklaring van de geschiedenis in Genesis 16 in de brief aan de Galaten laat zien, dat het beeld niet een zondaar afbeeldt die rechtvaardiging voor God zoekt door middel van zijn werken. Het gaat veeleer om een gelovige, die reeds gerechtvaardigd is en die ernaar verlangt een heilig leven te leiden door zijn eigen wettische inspanningen en kracht.
Het is duidelijk, dat het christendom precies in dit wetticisme van de Galaten is vervallen. Het is niet zo, dat christelijke waarheden volledig zijn verlaten. Maar het wettische systeem, dat door Hagar werd aangekondigd, is in de christelijke belijdenis geïntroduceerd, zodat er nu veel ware christenen zijn wier ziel in slavernij wordt gehouden door hun poging hun leven te reguleren door middel van de wet om een rechtvaardig leven te leiden en God te behagen. Zij begrijpen niet, dat een rechtvaardig leven het resultaat is van het gezegende feit, dat zij door de dood van Christus reeds Gods eeuwige welgevallen bezitten. Evenmin erkennen zij, dat we ons leven alleen rechtvaardig kunnen leiden door de kracht van Christus.
In beeld stelt deze gebeurtenis ons ook de geschiedenis van Israël voor onder de wet, en laat zien hoe zij probeerden de beloften te verkrijgen door hun eigen werken. Het gevolg was dat zij – net als Hagar – uit hun land werden verbannen naar de woestijn, de woestijnwereld, om zo te zeggen. Daar kwamen zij in opstand tegen iedereen – en iedereen was tegen Israël. Niettemin werd het volk geliefd omwille van hun vader Abraham. Daarom werd Gods voorzienige zorg nooit van hen teruggetrokken, net zoals Hagar zelf, zelfs in de woestijn, een bron en de engel van de Heer kon ontdekken, en dat God al hun lijden zag.
Hamilton Smith ; © www.bibelpraxis.de
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW