Debora (2: een geestelijke moeder)
Dinsdag 22 juli 2025
Debora was een geestelijke moeder in Israël en daarmee een voorbeeld voor geestelijke moeders in Christus. Wat onderscheidde haar?
Opmerking: De volgende tekst is een door de computer gegenereerd transcript van het audiobestand. Spraakherkenning kan in sommige gevallen foutief zijn. Dit geldt ook voor alle vorige en toekomstige publicaties over dit onderwerp.
In de eerste podcast over Debora zagen we wat een hardwerkende vrouw ze was, hoe ze haar plaats innam en hoe ze oog had voor geestelijke zegeningen, en in het verlengde daarvan, oog voor de gemeente van God, haar verantwoordelijkheden en haar zegeningen. We zien vervolgens, dat ze in het bergland van Efraïm woonde (Richt. 5). Dit getuigt ervan, dat haar leven vrucht droeg voor God. Efraïm staat voor dubbele vruchtbaarheid. Deze vrouw leefde voor God; deze vrouw heeft zegeningen voor God voortgebracht, en ze deed dat te midden van haar eigen volk. Ook vandaag de dag mogen wij zegeningen en vrucht dragen voor God te midden van de wereld. Als zuster, als gelovige vrouw, is het zeker niet uw taak om evangelist te zijn. Het zijn ook maar weinig mannen die evangelist zijn; we zien immers dat de Heer evangelisten als een gave aan de gemeente heeft gegeven (Ef. 4:11).
Timotheüs, één van deze evangelisten, krijgt de opdracht het werk van een evangelist te doen. Hij was inderdaad een evangelist en het was zijn taak om dat werk te doen. Maar u mag een getuige zijn, daarvan hebben we gesproken, u mag vrucht dragen, zelfs in relatie tot ongelovigen, misschien buren of mede-ouders van kinderen op school, enzovoort, daar kunt u vrucht dragen voor God. Maar wat een vrucht is het wanneer u kinderen opvoedt voor de Heer, wanneer u de tijd neemt, wanneer u zich hieraan toewijdt, wanneer u de kinderen niet zomaar overdraagt, maar u zich werkelijk met hen bezighoudt zodat ze volgelingen, discipelen van de Heer Jezus worden, wanneer u hen laat zien wat het betekent om christen te zijn, wanneer u de Heer Jezus voor hun zielen, voor de kinderzielen, voor het kinderhart stelt, zodat ze de Heer Jezus al op jonge leeftijd als hun Heiland aannemen. Een prachtige zegen die met het leven van een gelovige, een gelovige vrouw verbonden is.
En dan lezen we, in eerste instantie van de Israëlieten, in Richteren 4 vers 5: “… en de Israëlieten gingen voor rechtspraak naar haar toe.” Daar zien we, naar mijn mening heel mooi, dat hoewel God haar op een bijzondere wijze voor deze bediening geroepen heeft, ze toch op haar plaats gebleven is, dat ze niet zomaar van plaats tot plaats zwierf, zoals Samuël later deed (we lezen dit in 1 Sam. 7), om zijn profetische en pastorale bediening uit te voeren, maar dat ze bleef waar ze woonde; ze bleef daar, en daar kwamen de mensen naar haar toe.
We zien later iets soortgelijks bij de profetes Hulda. Ik vind het heel indrukwekkend hoe God laat zien, dat ze werkelijk volhard heeft, hoewel haar een buitengewone positie was toebedeeld. En zoals we de vorige keer zagen, is dat vandaag de dag niet het geval, uitdrukkelijk niet, maar ze is toch op haar plaats gebleven. En dat wens ik ook voor jullie, als jullie het in je hart hebben om de Heer te dienen; en dat is prachtig, dat is waardevol, dat jullie dat doen op jullie plaats; hier, dat de Israëlieten naar haar toe gingen. Niettemin was het natuurlijk vernederend, dat mannen nu naar haar toe gingen om te vragen wat Gods wil was. Zo’n zuster – dat is niet naar de gedachten van God. We lezen duidelijk in het Nieuwe Testament, dat als het gaat om geestelijke echtgenotes die daadwerkelijk wilden deelnemen aan de gemeente, wat niet naar de gedachten van God was, God door de apostel uitdrukkelijk zegt, dat ze hun eigen echtgenoten thuis moeten vragen. Dat is de weg die God werkelijk voorzien heeft. Dat wij als echtgenoten, dat wij als broeders, in staat zijn om deze vragen te beantwoorden.
Maar alles stond alles op zijn kop, en ze gingen naar haar toe. God gebruikte dit echter om haar en Gods volk te zegenen, dat zich op deze wijze aan haar onderwierp. En dan staat er in Richteren 4 vers 6: “Zij stuurde een bode en liet Barak, de zoon van Abinoam, uit Kedes-Naftali, roepen en zei tegen hem: Heeft de HEERE, de God van Israël, niet geboden: Ga, trek op naar de berg Tabor en neem tienduizend man met u mee, van de nakomelingen van Naftali en van de nakomelingen van Zebulon?” Ook hier zien we, dat zij hem liet roepen. Ze ging zelf niet, maar ze liet hem roepen. Dit getuigt eens te meer van dit besef en deze ware geloofskracht om op haar plaats te blijven. Dat was zeker niet gemakkelijk. Ze was een gerespecteerde vrouw, we zouden haar tegenwoordig een zuster noemen, en waarschijnlijk zou niemand in Israël in die tijd hebben gezegd: “Dat is vreemd, ze komt nu naar ons toe, maar ze wilde dat niet.” Ze liet hem roepen; ze wilde niet in het openbaar verschijnen en bleef daarom op de plaats waar God haar had geplaatst.
En dan zien we, dat ze hem aanmoedigt: Ga heen naar Barak, die God werkelijk wil gebruiken, die Hij werkelijk tot richter heeft aangesteld. Ga naar de berg Tabor en neem tienduizend mannen mee uit de nakomelingen van Naftali en Zebulon. En Ik zal Sisera, de legeraanvoerder, naar u toe trekken en Ik zal hem in uw hand geven, zo staat er aan het einde van het vers. Dat wil zeggen, ze doet precies wat profetie inhoudt: ze moedigt aan. Wonderbaar dat ze deze plaats gebruikt, dat zij deze dienst uitvoert en daarmee tot zegen van het volk is. Dat nu is juiste profetie, en we hebben in de eerste podcast over Debora al gezien, dat de profetische bediening inderdaad een dienst is, die u ook als zuster doen kan. Als een vrouw bidt of profeteert, of als u naar een andere zuster gaat, die misschien ontmoedigd is, kunt u haar misschien een WhatsApp-bericht sturen. WhatsApp is natuurlijk niet echt het medium voor geestelijke communicatie, maar in zo’n uitzonderlijk geval kunnen we het gebruiken om iemand die we kennen en die zich ontmoedigd voelt, een hart onder de riem te steken. Misschien door een foto van een Bijbelconferentie te sturen of door een kalenderstukje, om die persoon aan te moedigen iemand te bellen, maar het beste is natuurlijk om er persoonlijk heen te gaan.
Soms zijn de afstanden zo groot, dat u daar niet heen kunt, dus daar kunt u zulke technische middelen voor gebruiken en daar wil Hij u voor gebruiken. Misschien ook om iemand te troosten, dat iemand daar werkelijk terneergeslagen is, dat iemand rouwt om het verlies van een echtgenoot, ouders, kinderen, een vriendin; dat is een prachtige dienst die u kunt doen. Misschien ziet u dat een gezin niet de goede kant opgaat en kunt u de zuster ook waarschuwen om niet op deze weg door te gaan, in deze richting te blijven denken, in deze richting te blijven handelen. Een prachtige dienst die u kunt doen, troosten, vermanen, bemoedigen, waarschuwen en ook jongere gezinnen in praktisch opzicht Titus 2 te onderwijzen; gewoon aan hun zijde staan, ook in uiterlijke ondersteuning. Het zijn diensten jullie als zusters heel goed kunnen doen. En dan zien we in Richteren 4 vers 8, dat Barak tegen haar zegt: “Als u met mij mee zult gaan, dan ga ik. Maar als u niet met mij mee zult gaan, dan ga ik niet.” Dit is natuurlijk het gebrek aan geloof van Barak, maar het laat zien welke goede invloed Debora had.
Natuurlijk, als geestelijke vrouw, als moeder, moet u niet uw kinderen, moet u niemand van u afhankelijk maken, ook niet op geestelijk terrein. Het is een groot gevaar, dat wij als ouders dat met onze kinderen doen, dat ze in wezen alleen maar bij ons zijn en van ons afhankelijk. Nee, dat is precies wat we niet moeten doen, en u als zuster ook niet. Maar het is waardevol, dat Barak zich ervan bewust was, dat als Debora meeging het goed zou komen, dat zal alles goed gaan. Dat is een geestelijke vrouw, een vrouw van geloof, een moeder in Israël, zoals we dat later zullen noemen – daar komen we op terug. En dat is wat ik u toewens, dat u zo’n moeder in Christus kunt zijn. U hoeft geen 80 jaar oud te worden om dat te ervaren. Natuurlijk zult u dat op uw 22e nog niet zijn, maar dat u opgroeit tot zo’n geestelijke moeder, iemand tot wie andere gelovige zusters zich graag wenden voor advies, omdat ze hebben ervaren dat zo’n zuster leeft volgens Gods Woord, dat ze met de Heer leeft en daarom antwoorden geeft, in plaats van alleen maar te onderwijzen. Dat is niet de taak van een vrouw, maar juist door levenservaring met de Heer, door een leven met de Heer, door te leven met Gods Woord, door het feit dat Gods Woord uw voedsel is, kunt u werkelijk een grote hulp voor anderen zijn.
En dan staat er in vers 9: “En zij zei: Ik zal wel met u meegaan. Maar er zal op de weg die u gaat voor u geen eer te behalen zijn …,” enzovoort. Maar dit laat ten eerste zien, dat ze hem niet aan zich wil binden. Ze wil niet dat Barak denkt, of de indruk krijgt, dat het wel goed komt als Debora meegaat. Nee, ze wil hem juist zelf aanmoedigen. Ze bindt hem niet aan zich en wil daarom de eer ook niet voor zichzelf. Ze is niet op zoek naar publieke roem. Ze maakt Barak duidelijk, dat als hij in deze zwakheid volhardt hij de eer die God voor hem bedoeld heeft, niet zal ontvangen. Maar ze zegt niet: “Maar kom dan naar mij,” ze gaat naar iemand anders, dat is in dit geval Jaël, een andere gelovige vrouw. Hieruit leren we dus, dat Debora hem ten eerste werkelijk niet van zich afhankelijk wilde maken, en ten tweede dat ze ook niet eer voor zichzelf zoekt. Dat is heel belangrijk. Motivatie in het geestelijke domein geldt voor ons allemaal, ook vooral voor ons broeders. Maar het geldt ook voor u. Waarom ben u hierbij betrokken? Wilt u eer voor uzelf verwerven? Wilt u in het middelpunt van de belangstelling staan? Wilt u iemand zijn van wie mensen zeggen: “Ja, daar gaan we heen, daar krijgen we goed advies,” daar is … enzovoort? Of bent u zoals Debora, die juist eer wil geven aan degene die komt en die wenst, dat deze gelovige zuster groeit in geloof en niet van u afhankelijk is, maar werkelijk door de Heer gebruikt en geëerd kan worden? Dit zijn enkele aspecten die we in Debora terugvinden. En we zullen later zien, dat ze deze weg is blijven volgen. Bij Debora zien we niet, zoals bij veel mannen en koningen het geval is geweest, dat ze goed begonnen en vervolgens snel geestelijk achteruitgingen. Nee, dat is bij haar niet het geval. En dat zullen we later nog zien.
Manuel Seibel; © www.bibelpraxis.de
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW