2 weken geleden

Het boek Jozua (18)

De wijze van oorlog voeren

Bijbelgedeelte: Jozua 6 vers 6-21

6. Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters en zei tegen hen: Draag de ark van het verbond, en laat zeven priesters zeven ramsbazuinen dragen, voor de ark van de HEERE uit.
7. En tegen het volk zei hij: Trek verder en ga rondom de stad, en wie toegerust is voor de strijd, moet voor de ark van de HEERE uit trekken.
8. En het gebeurde zoals Jozua tot het volk gesproken had. De zeven priesters die de zeven ramsbazuinen droegen, trokken voor het aangezicht van de HEERE uit en bliezen op de bazuinen, en de ark van het verbond van de HEERE kwam achter hen aan.
9. Wie toegerust was voor de strijd, ging voor de priesters uit die de bazuinen bliezen, en de achterhoede kwam achter de ark aan, terwijl men al lopend op de bazuinen blies.
10. Jozua had het volk echter geboden: U mag niet juichen, u mag uw stem niet laten horen en geen woord mag er uit uw mond gaan, tot op de dag dat ik tegen u zeg: Juich! Dan moet u juichen.
11. Hij liet de ark van de HEERE rondom de stad gaan, eenmaal eromheen. Toen kwamen zij weer in het kamp, en overnachtten in het kamp.
12. Daarop stond Jozua ’s morgens vroeg op en de priesters droegen de ark van de HEERE.
13. De zeven priesters die de zeven ramsbazuinen droegen, voor de ark van de HEERE uit, liepen alsmaar door en bliezen op de bazuinen. Zij die toegerust waren voor de strijd, gingen voor hen uit en de achterhoede kwam achter de ark van de HEERE aan, terwijl men al lopend op de bazuinen blies.
14. Zo gingen zij op de tweede dag eenmaal rondom de stad, en zij keerden terug in het kamp. Zo deden zij zes dagen lang.
15. En het gebeurde op de zevende dag dat zij vroeg opstonden, zodra de dageraad aanbrak, en dat zij op dezelfde wijze rondom de stad gingen, zevenmaal. Alleen trokken zij op die dag zevenmaal rondom de stad.
16. En het gebeurde, toen de priesters de zevende maal op de bazuinen bliezen, dat Jozua tegen het volk zei: Juich, want de HEERE heeft u de stad gegeven!
17. Maar de stad moet met de ban aan de HEERE gewijd zijn, de stad zelf en alles wat erin is. Alleen Rachab, de hoer, zal in leven blijven, zij en allen die bij haar in huis zijn, omdat zij de boden die wij uitgestuurd hadden, verborgen heeft.
18. Past ú echter op voor wat met de ban gewijd is. Anders slaat u zichzelf met de ban, als u neemt van wat met de ban gewijd is; en dan maakt u van het leger van Israël een met de ban geslagen leger en stort u het in het ongeluk.
19. Maar al het zilver en goud en de koperen en ijzeren voorwerpen moeten heilig zijn voor de HEERE; ze moeten bij de schat van de HEERE komen.
20. Het volk juichte, toen zij op de bazuinen bliezen. En het gebeurde, zodra het volk het bazuingeschal hoorde, dat het volk een luid gejuich aanhief. En de muur stortte in en het volk klom de stad in, ieder recht voor zich uit, en zij namen de stad in.
21. En zij sloegen alles wat in de stad was, met de ban, met de scherpte van het zwaard, van de man tot de vrouw toe, van het kind tot de oude, en tot het rund, het schaap en de ezel toe.

“Terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast” (2 Petr. 3:12)

 

Onmiddellijk na het bevel van de Bevelhebber van het leger van de Heer trekt Israël erop uit als Gods leger. Tot dit punt beschrijft het boek Jozua het werk van God, die Israël in het land Kanaän brengt en hen van voedsel voorziet om hen voor te bereiden op hun actieve krijgsdienst. De bevestiging van de christen in genade moet daarom noodzakelijkerwijs hieraan voorafgaan als hij een succesvolle strijder van Christus wil zijn. De gelovige moet rusten in het werk van God en God moet ongehinderd in hem kunnen werken voordat de strijder van Christus voor Hem kan vechten. Een kind van God, dat twijfelt aan zijn zoonschap of worstelt met innerlijke geestelijke beproevingen kan geen succesvolle strijder voor Christus zijn. Hij mag dan wel het uniform dragen, maar hij is niet in staat om het zwaard van de Geest, dat is het Woord van God, te hanteren en te gebruiken in de kracht van de Heer, want zolang het de ziel nog belast, is offensieve oorlogvoering niet mogelijk. “Want het goede dat ik wil, doe ik niet; maar het kwade dat ik niet wil, dat bedrijf ik,” is de innerlijke strijd om vrij te worden. Het is het bewijs dat de positie van christelijke vrijheid, zonder welke de geestelijke strijd niet kan worden gevoerd, nog niet wordt genoten.

Als christelijke vrijheid door genade erkend wordt als een feit van geloof, dan is een heilig leven ook noodzakelijk om stand te houden in de geestelijke strijd. Een juiste toestand voor God is net zo noodzakelijk als vertrouwen in het gezegend zijn in Christus. Onderwerping aan God en gehoorzaamheid aan de Schriften zijn noodzakelijk voor ware christelijke strijd. We moeten met God wandelen als we voor God willen strijden. Stel je voor dat de Geest die in ons woont met ons zou moeten strijden omdat onze wegen God niet welgevallig zijn. Zouden we op dat moment echt voor God kunnen strijden? Onmogelijk. Het lijkt in zo’n geval misschien wel een echte strijd, maar dat lijkt alleen maar zo. Christelijke strijd vereist zowel geloof in wat God voor ons heeft gewerkt als de bereidheid om God in ons te laten werken.

Zowel de zegeningen van de gelovige in Christus als een gezonde toestand van de christelijke ziel, zoals te zien in de afbeeldingen en symbolen van dit boek, zijn voorwaarden voor de actieve oorlogvoering die ons nu te wachten staat. De oversteek van de Jordaan beeldde voor ons de intocht van de gelovige uit in de hemelse gewesten, en Gilgal is een voorbeeld van zijn ware positie van vrijheid, terwijl de deelname aan het Paschamaal, aan het ongezuurde brood en aan het graan van het land, de voeding verkondigt van Christus. En na deze glorieuze feiten kwam het visioen van het getrokken zwaard en de bevelen voor de verovering van Jericho.

Het lijkt erop, dat Jozua de bevelen die hij van de Bevelhebber van het leger van de Heer had gekregen rechtstreeks aan Israël doorgaf. Geloof leeft in de balans van energie en geduld, want geloof voert eenvoudigweg de gedachten van God uit. De priesters kregen de opdracht: “Draag de ark van het verbond,” en de gewapende mannen: “Trek verder en ga rondom de stad, en wie toegerust is voor de strijd, moet voor de ark van de HEERE uit trekken.”

Strijders van Christus, onze Heer, in de hemel! Laten we onze ziel versterken door geloof. De Heer heeft de overwinning beloofd, zoals Hij die aan Israël beloofde. Ze geloofden hem. “Door [het] geloof vielen de muren van Jericho” (Hebr. 11:30). Geloof weerspiegelt de kracht van God: “… alle dingen zijn mogelijk voor hem die gelooft” (Mark. 9:23). Moge de strijder van Christus voor Hem ten strijde trekken op bevel van zijn Heer, en moge hij net zo zeker zijn van de overwinning als Israël was voor wie de massieve muren van Jericho instortten.

Strijders van Christus, wakker de ziel tot grotere moed aan! Christelijke moed maakt meer indruk op vijanden dan wat dan ook. Moed is de eerstgeboren zoon van het geloof. Laten we ook onze ziel tot grotere volharding aanwakkeren. Krijgers vechten niet op veren bedden, zelfs niet comfortabel uitgestrekt op fauteuils, en de christelijke strijder moet ontberingen verwachten. Bovendien mag hij zich niet te zeer bezighouden met de beslommeringen van het dagelijks leven om degene te plezieren die hem heeft verworven. Dagelijkse taken moeten eerlijk worden uitgevoerd, maar we mogen er niet in verstrikt raken. Er zijn veel ‘verplichtingen,’ zoals ze worden genoemd, die feitelijk verstrikkingen zijn, en die een christen die ijverig voor Christus is, leert af te leggen. Hij kan het zich niet veroorloven om tijdens de paar uur van actieve dienst waartoe hij op aarde geroepen is, opgeslokt te worden door dingen die ooit zijn gedachten en tijd in beslag namen. Net als de hardloper legt hij elke last van zich af. Lasten en verstrikkingen zijn ernstige obstakels voor christelijke dienstbaarheid. Alles wat de geest bezig houdt met uitsluiting van de belangen van Christus moet met argwaan bekeken worden.

In de christelijke strijd gaan de gewapende mannen altijd voorop, en de verzamelde menigte volgt. God heeft altijd zijn frontmannen – mannen die in staat zijn het zwaard van de Geest te hanteren, wat het Woord van God is.

Een goede soldaat houdt van zijn werk, en een echte christelijke soldaat houdt van de christelijke strijd; het is zijn vreugde om ontberingen en vermoeidheid te doorstaan. Hij geniet van wat luxe-christenen zien als een zelfopgelegde straf of onnodige ontberingen. Voorwaarts, altijd voorwaarts, is zijn oproep. Het is geen last voor hem, maar zijn gelukkige dienst om te gebruiken en gebruikt te worden voor zijn Heer. Het is de vreugde van de hemel voor hem, wanneer zondaars voor Christus worden gevangen, wanneer zielen die door Satan gebonden zijn, worden losgelaten en zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van Satan tot God. Luiheid en zelfgenoegzaamheid zijn kwellingen voor iemand die wordt aangespoord door eeuwige vooruitzichten, aangespoord door de Heilige Geest en gedrongen door de liefde van Christus. “Wee mij als ik het evangelie niet verkondig,” is zijn reactie op de talloze pogingen om zijn enthousiasme te temperen en zijn ijver te blussen. Eeuwigheid, eeuwigheid, fluistert hij tegen zichzelf als zijn vermoeide lichaam de bevelen van zijn ziel niet langer wil gehoorzamen. Een dergelijke geest kenmerkt de frontmannen. Moge God de christelijke soldaten naar het front brengen en, bovenal, moge de jonge christen die deze regels leest, geïnspireerd worden door de vooruitzichten van de eeuwigheid en gedurende zijn korte leven vervuld worden met heilige ijver.

Verwachtingen zijn de kiem van geloof. Lage verwachtingen komen voort uit klein geloof, maar waar God voor de ziel staat, is de verwachting van zegening ook groot en zal er een resultaat volgen. We zeggen niet, dat het resultaat altijd onmiddellijk zichtbaar is, maar voor God werken zonder zegeningen van Hem te verwachten, is als het zaaien van zaden zonder naar de oogst te kijken, of als het beschieten van een fort zonder de hoop het te raken.

Een leger zonder vertrouwen in zijn leiders zal zeker verslagen worden. Zonder geloof in hun Heer voeren de soldaten van Christus geen goede strijd. Wee de zinloze, doelloze, zelfvoldane routine die de naam strijden voor God draagt! Een parade is geen oorlogvoering. Het ongeoefende oog kan ze allebei voor hetzelfde aanzien, maar als mensen gewond raken en om genade roepen, weten we dat dit niet het effect is van louter menselijke energie, maar het werk van God de Heilige Geest.

Jozua gaf zijn bevelen slechts voor één dag: “Trek verder en ga rondom de stad, en wie toegerust is voor de strijd, moet voor de ark van de HEERE uit trekken.” Dus elk geloofswerk vindt dag na dag plaats, stap voor stap; en dat is de enige ware en gezegende manier om voor God te leven. Israëls eerste dag eindigde in de gelukkige voldoening God te hebben gehoorzaamd, een troost die we elke dag kunnen ervaren, daar kunnen we op vertrouwen en over de rest de mannen van Jericho laten nadenken wat ze willen.

In de vroege ochtend van de tweede dag stond Jozua op en de priesters droegen de ark van de Heer. Er wordt nu een nieuwe waarheid voorgesteld, en wel een waarheid die praktische betekenis heeft. De zeven priesters trokken voor het aangezicht van de Heer uit, “terwijl men al lopend op de bazuinen blies.” Er kwam geen geluid van de lippen van de Israëlieten, en het enige geluid, dat het leger maakte was het voortdurende stappen van de vele voeten en het luide en doordringende blazen van de bazuinen – de geweldige aankondigende geluiden van het Koninkrijk van God. We mogen aannemen, dat een dergelijke vorm van oorlogvoering, dit voortdurende bazuingeluid, voor de mannen van Jericho, die omsingeld en veilig achter hun verdedigingslinie stonden, even volslagen dwaasheid moet zijn geweest als de vreugde van het evangelie voor de ongelovige wereld. Een enorm leger, dat er tevreden mee was om rond de sterke stad te marcheren en ondertussen deze vreugdevolle geluiden uit te stoten, was fanatisme voor oog en oor. Geen heuvels opgraven, geen stormrammen bouwen, geen stormladders, niets anders dan de weergalmende bazuinen! En wat die geluiden betekenden wisten de mannen van Jericho net zomin als de wereld van vandaag de vreugde begrijpt van het aangename jaar van de Heer en het komende koninkrijk van Christus.

De geluiden van onze weergalmende bazuinen zijn, net als die van Israël, weinig en eenvoudig: “Christus komt!” “Christus komt!” “Christus komt!” Laat de wereldse mensen hun grote muren van ongeloof en bijgeloof hebben, laat ze opscheppen over hun verbeteringen en ontwikkelingen; Christus komt! Laten de logici zeggen: “Sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alles zó [als] van [het] begin …” (2 Petr. 3:4). Christus komt! Laat de spotters schreeuwen: “Fanatisme!” Het levende antwoord van de christen op alle argumenten van ongeloof is deze toon van liefde en vreugde: Christus komt!

De priesters – de mannen wier bediening op deze aarde bestond uit het aanbidden van de Heer – bliezen op de bazuinen. Zo klinken de vreugdevolle geluiden van aanbiddende zielen. De leer over de komst van Christus kan in de gedachten van mensen bestaan, maar vreugde over Zijn komst ontstaat alleen als de liefde van Christus kostbaar is voor het hart. Dan is het een waar getuigenis. Het getuigenis van Israël bij Jericho was een lang jubelend geluid, door de priesters die steeds verder marcheerden. We hebben al gesproken over de kracht die schuilt in ware christelijke moed, maar ware christelijke vreugde is bijna net zo’n groot getuigenis van de aanwezigheid van God. Israël kon niet anders dan hun lied van vreugde zingen bij de Rode Zee. Ze waren vrij, hun ketenen waren weg en hun angsten waren met hun onderdrukkers begraven in de diepe wateren van hun bevrijding. Ook de ziel die in het bewustzijn van de volmaakte verlossing in Christus wordt gebracht, kan zich niet van vreugde onthouden. En het is een gezonde zaak voor oudere christenen om hun jeugd te vernieuwen met het zingen voor de Heer, die hoog verheven is, in het gezelschap van hen die nog maar net door genade tot God gebracht zijn. Zoals de stijfheid en zelfingenomenheid van de ouderdom wegsmelten in de aanwezigheid van de eenvoudige vreugde van kinderen, zo verdwijnen de droogte en kilte van oudere christenen in het aangezicht van de vreugde die God geeft aan het pasgeboren kind in Christus. Triest maar waar, Israëls lied bij de Rode Zee werd overstemd door het geroezemoes van de woestijn, maar gedurende de hele 7 dagen – de hele tijd van de omsingeling van Jericho – vervaagden of eindigden de vreugdevolle klanken van de galmende bazuinen niet.

Dit vreugdevolle geluid was niet alleen een lied van hun eigen vrijheid, maar het voortdurende getuigenis dat de machten van het kwaad spoedig omvergeworpen zouden worden en dat het koninkrijk van God zou komen. De gehoorzaamheid van de stille menigte en het constante geluid van de bazuinen die het aangename jaar van de Heer verkondigden, bieden zeer leerzame lessen voor christelijke soldaten. Israël overwon Jericho door op de bazuinen te blazen.

De zevende dag werd gekenmerkt door speciale ijver en zevenvoudige energie. “En het gebeurde op de zevende dag dat zij vroeg opstonden, zodra de dageraad aanbrak, en dat zij op dezelfde wijze rondom de stad gingen, zevenmaal. Alleen trokken zij op die dag zevenmaal rondom de stad” (vs. 15). Het lijdt geen twijfel, dat deze scène ons herinnert aan het einde, aan de toekomst van Israël en het wereldrijk van onze Heer. Het leidt ons naar de gebeurtenissen in de Openbaring van Johannes – naar het nabije einde. Maar met dit perspectief kunnen we onze ziel aansporen tot nieuwe ijver en nieuwe volharding. Volharding is het stempel op Israëls manier van oorlog voeren – die volharding die wacht tot Gods tijd van overwinning komt. “Volharding” is een woord dat elke christen op zijn vaandel zou moeten schrijven. Een zevenvoudige, een volmaakte beproeving van het geloof ligt op de weg van gehoorzaamheid voor de soldaten van Christus, en hoe dichterbij de dag komt, hoe groter de behoefte aan oprechte arbeid voor de Heer. Hoe dichter het einde nadert, hoe meer ijver vereist is.

De macht van Satan moet worden overwonnen met door God gegeven kracht en hoe sterk de ijver van de gelovigen ook is, gebed blijft een constante noodzaak. “… terwijl u te allen tijd bidt in [de] Geest met alle gebed en smeking, en daartoe waakt met alle volharding” (Ef. 6:18) luidt Gods bevel aan de soldaten van Christus.

De roep van overwinning zal spoedig worden gehoord! De Heer zal het bevel geven en dan zullen de verdedigingen van het kwaad voor Hem neervallen. Wanneer de mensen zullen zeggen: “Vrede en veiligheid,” dan zal een plotselinge vernietiging over hen komen. Ga in afwachting van die dag “ieder recht voor zich uit,” want onder de strijders van Jezus Christus zijn er te veel die eenvoudigweg de leiders volgen en te weinig die eenvoudigweg de Heer gehoorzamen. Iedereen treedt in de voetsporen van anderen en mist de edelmoedigheid van individualiteit, slechts enkelen durven de spot te trotseren, dat ze als vreemd worden beschouwd door gewoon hun plicht te doen in gehoorzaamheid aan het Woord van God.

 

H. Forbes Witherby; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 28.07.2013.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW