8 maanden geleden

De profeet Daniël (12)

Bijbelgedeelte: Daniël 3 vers 24-27

24. sloeg koning Nebukadnezar de schrik om het hart. Haastig stond hij op, nam het woord en zei tegen zijn raadslieden: Hebben wij niet drie mannen gebonden midden in het vuur geworpen? Zij antwoordden en zeiden tegen de koning: Jazeker, o koning!
25. Hij antwoordde en zei: Zie, ik zie vier mannen midden in het vuur vrij rondlopen! Zij hebben geen letsel en de aanblik van de vierde lijkt op die van een zoon van de goden.

In hoofdstuk 3, 4 en 5 vinden we bij de koningen van Babel een beangstiging in dalende lijn, die steeds minder effect op de koningen heeft. Maar de beangstiging was wel degelijk door God bedoeld, een ontwaakt geweten zou daardoor in het volle licht van God moeten komen. In hoofdstuk 4 wordt Nebukadnezar bang gemaakt door de droom (vs. 2); en in hoofdstuk 5 is het Belsazar die bang wordt gemaakt door de schrijvende mensenhand. Hier in hoofdstuk 3 brengt het Nebukadnezar tot bezinning. Blijkbaar heeft alleen hij de vierde man kunnen zien, zijn raadgevers kunnen alleen bevestigen wat ze hadden gedaan. Hij vergelijkt hem met een godenzoon; het is de Heer Jezus die in Daniël 7 vers 13 wordt beschreven als de Mensenzoon.

De drie vrienden hadden het niet gehad over wat Nebukadnezar tegen de God van Israël had durven zeggen. Ze hadden het er alleen over gehad, dat ze hun God volledig vertrouwden en de zaak aan Hem overlieten. Hun gevoelens worden verwoord in de Psalmen, bijvoorbeeld Psalm 25 vers 2 en 3 en Psalm  35 vers 21 en 22. En nu is het deze vierde man die Nebukadnezar ziet, die hem terugleidt. Alleen Nebukadnezar zag deze vierde man die hem tot bezinning bracht. Hij ziet nu geen gezicht of droom, maar hij ziet twee wonderen:

  • Zij die gebonden in de oven van vuur waren geworpen, lopen vrij rond;
  • een vierde man is bij hen.

Dit door leed beproefde Joodse overblijfsel zal op onverwachte manieren genieten van de aanwezigheid van God!

Hier vergelijkt Nebukadnezar deze vierde man met een zoon van de goden, in vers 28 noemt hij hem een engel van God. Hij had al veel inzicht gekregen in Gods daden en Zijn wezen, en toch weet men niet hoe deze man er innerlijk werkelijk voor stond. Hij spreekt hier absoluut als een niet-Jood; zoon van de goden heeft niets te maken met Zoon van God! In het Hebreeuws zou dit niet zo duidelijk zijn, omdat in het Hebreeuws altijd het meervoud wordt gebruikt voor God en het meervoud voor goden. Men zou uit de context moeten opmaken of de enige ware God wordt bedoeld of de goden. Maar hier hebben we de tekst in het Aramees (Dan. 2:4-7:28), en in deze taal is het anders. In deze taal wordt God altijd in het enkelvoud genoemd, en als het meervoud wordt gebruikt, worden altijd de afgoden bedoeld.

Maar deze gebeurtenis heeft ook een stem voor ons: “Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, geen vlam zal u aansteken” (Jes. 43:2). Ieder van ons heeft zijn problemen; ieder van ons weet een beetje wat de vuuroven is; ieder van ons weet, dat dit geen gemakkelijke dingen zijn en dat God ze ons niet spaart en ze ons oplegt. Maar dan leren we, dat Hij in onze moeilijkheden bij ons is, Die ons redt (Ps. 23:4). Het medegevoel van de Heer Jezus voor ons in de oven is waardevoller dan van de oven gered te worden – veel broeders en zusters hebben dit door de eeuwen heen ervaren! De oven wordt een plaats van gemeenschap met God, en de ervaringen die we opdoen kunnen niet worden opgedaan als de Heer ons voor deze of gene oefening behoedt. God verheerlijkt Zichzelf vaak meer door de Zijnen in deze oefeningen bij te staan en kracht te geven om te dragen en te verdragen dan door in Zijn macht het een of ander te verhinderen. God verheerlijkt Zichzelf juist door ons te beproeven, dat Hij ons de beproevingen niet te bespaart!

In de kerkgeschiedenis was het tijdperk van Smyrna een vuuroven geweest. Waarom had de Heer deze vuuroven toegestaan, wat was Zijn bedoeling? Was het niet om de gemeente terug te brengen omdat ze haar eerste liefde had verlaten? En als de Heer ons vandaag persoonlijk of als plaatselijke gemeente beproevingen zendt, dan moeten we die ook eens in dit licht zien. Wat probeert Hij ons persoonlijk te vertellen? Waar wil Hij ons van bevrijden?

Aan het begin van de geschiedenis van het aardse volk Israël sprak God tot Mozes vanuit de brandende doornstruik – een beeld van het volk Israël (Ex. 3:4); daarna vinden we dit feit pas weer genoemd aan het einde van de woestijnreis (Deut. 33:16). Het is een wonderbare ervaring, dat God aanwezig is bij Zijn volk in de oefeningen.

De Heer had ervoor gezorgd, dat alleen de boeien van de drie vrienden verbrandden. Soms leidt de Heer ook door lijden heen om boeien en kettingen los te maken. En dan leidt Hij uit het lijden om broeders of zusters in staat te stellen Hem op een bijzondere manier te dienen. Broeder Heijkoop vertelde vanuit zijn leven, dat hij de moeilijkste, maar ook de kostbaarste dagen van zijn leven had in het concentratiekamp, toen hij elke dag moest verwachten dat hij naar de executie geleid zou worden. Hij werd vrijgelaten omdat een jonge officier de handtekeningen van hogere superieuren voor zijn vrijlatingsbewijs had vervalst. Daarvoor werd hij geëxecuteerd. Toen broeder Heijkoop hiervan hoorde, besefte hij dat de Heer hem door deze omstandigheden wilde vrijmaken om fulltime in Zijn dienst te werken.

Broeder Darby vertaalt in zijn Bijbel in de verzen 21, 23, 24 en 26 en in de Elberfelder vertaling in vers 25 de woorden “midden in …” of “midden in het vuur.”1 Als je bij het smeden wilt, dat het stuk staal bijzonder roodgloeiend wordt, moet je het niet aan de rand van het vuur plaatsen, maar direct in het midden van het vuur, daar is de hitte het grootst – en dat is waar de drie vrienden waren en met hen de vierde Man.

26. Toen kwam Nebukadnezar in de nabijheid van de deur van de brandende vuuroven. Hij nam het woord en zei: Sadrach, Mesach en Abed-Nego, dienaren van de allerhoogste God, ga naar buiten en kom hier! Daarop gingen Sadrach, Mesach en Abed-Nego uit het midden van het vuur.
27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing zelfs geen brandlucht aan hen.

Er worden bijzondere details beschreven over de drie vrienden, toen ze uit de oven kwamen:

  • Hun haar was niet geschroeid; dat herinnert ons eraan, dat zonder de wil van God geen haar van ons hoofd verloren gaat (Luk. 21:18).
  • Hun mantels waren niet veranderd; hun getuigenis voor de Heer was niet beschadigd door deze vreselijke beproeving.
  • De geur van vuur was niet over hen gekomen; er waren geen sporen van het oordeel overgebleven, geen herinnering aan het lijden in het verleden (verg. Jes. 25:8).

Hoe volmaakt is toch de verlossing van God bij deze drie vrienden! Dit drievoudige resultaat werd aanschouwd ten overstaan van alle machthebbers en landvoogden en hoogwaardigheidsbekleders van Nebukadnezar. Dit herinnert ons, kerkhistorisch gezien, aan de verzekering van de Heer aan de gelovigen in Filadelfia (Openb. 3:9) en aan het gebed van de Heer in Johannes 17 vers 23, waar de wereld moet erkennen hoe Hij de Zijnen liefheeft.

We kunnen misschien vier resultaten van deze beproeving van de vuuroven vastleggen bij de drie vrienden:

  • Ze hadden de vreugde van de gemeenschap met hun Heer in deze beproeving; ze zouden deze gemeenschap verloren hebben als ze zich voor het beeld hadden neergebogen;
  • er wordt bevestigd, dat zij juist hadden gehandeld; Nebukadnezar moet erkennen, dat de God die zij dienden de hoogste God is;
  • God is verheerlijkt;
  • ze werden bevrijd van de boeien.

De eerste keer dat God de Allerhoogste in de Bijbel wordt genoemd is in Genesis 14 vers 18-22, waar Melchizedek ook een beeld is van de Heer Jezus Die eens Koning en Priester zal zijn op Zijn troon (verg. Zach. 6:12,13), een verwijzing naar de zegen van het 1000-jarige koninkrijk. Nebukadnezar spreekt hier over iets, dat hij zelf helemaal niet had begrepen. Zijn woorden maken duidelijk, dat hij andere goden toestaat naast deze allerhoogste God.

 

NOTEN:
1. Zie HSV.

 

Achim Zöfelt; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 05.06.2014.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW