4 weken geleden

Weest niet bang

“En de engel zei tot hen: Weest niet bang, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn; want u is heden een Heiland geboren, die Christus [de] Heer is, in [de] stad van David” (Luk. 2:10-11).

Terwijl de Heer Jezus in de stad Bethlehem werd geboren, hielden herders buiten de stad ’s nachts de wacht over hun schapen. “En <zie>, een engel van [de] Heer stond bij hen en [de] heerlijkheid van [de] Heer omscheen hen, en zij werden buitengewoon bang” (vs. 9). Het is interessant om op te merken, dat telkens wanneer een engel verschijnt in de verhalen rond de geboorte van onze Heer, de mensen aan wie die engel verschijnt, bang zijn – Maria in Lukas 1 vers 30, Jozef in Mattheüs 1 vers 20; zelfs een paar maanden eerder was Zacharias bang (Luk. 1:12-13), en nu zijn de herders buitengewoon bang wanneer de heerlijkheid van de engel om hen heen straalt. Wie van ons zou niet bang zijn als er een engel, stralend, onder ons zou verschijnen?

Het woord ‘omscheen’ wordt slechts één andere keer in het Nieuwe Testament gebruikt: toen de Heer aan Saulus van Tarsus verscheen: “… zag ik, o koning, midden op [de] dag onderweg een licht uit de hemel, sterker dan de glans van de zon, mij en hen die met mij reisden omstralen1 (Hand. 26:13).

Toen ik nadacht over de angst die ieder van de aanwezigen bij de geboorte van de Heer Jezus bekroop, dwaalden mijn gedachten af ​​naar de hof van Eden – naar Adam en Eva. Zij hadden nooit angst gekend totdat de zonde de wereld binnenkwam. Toen de Heer Adam riep, lezen we dat Adam antwoordde: “En hij zei: Ik hoorde Uw stem in de hof en ik werd bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij” (Gen. 3:10). Let op de drie dingen die de zonde met zich meebracht: schuld en angst – “ik was bevreesd” – en schaamte – “want ik ben naakt.” De zonde bracht schuld, angst en schaamte met zich mee, en de wereld lijdt sindsdien onder deze drie dingen.

Wij zijn schuldig voor een heilige God, omdat “want allen  hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God” (Rom. 3:23). Wij vrezen, omdat: “Vreselijk is het te vallen in [de] handen van [de] levende God” (Hebr. 10:31). En wij ervaren schaamte vanwege onze zonde.

Maar het woord dat de geboorte van onze Heer omringt, is: “Weest niet bang!” De engel verkondigde aan de herders: ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn.” De Heer Jezus Christus kwam om de liefde van God te demonstreren, en “In de liefde is geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit, want de vrees houdt straf in, en wie vreest, is niet volmaakt2 in de liefde” (1 Joh. 4:18).

Aan het kruis werd de Heer Jezus – “Hij die geen zonde gekend heeft” – “voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem” (2 Kor. 5:21). Hij nam onze schuld en schaamte op zich, “… [de] Rechtvaardige voor [de] onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen” (1 Petr. 3:18). Zijn dood verklaart Zijn geboorte.

 

Anker voor vandaag

How sweet the name of Jesus sounds
In a believer’s ear!
It soothes his sorrows, heals his wounds,
And drives away his fear.

John Newton

* * *

Hoe lieflijk klinkt de naam van Jezus
in het oor van een gelovige!
Hij verzacht zijn verdriet, geneest zijn wonden
en verdrijft zijn angst.

Vrij vertaald

NOOT:
1. Het woord wordt in een andere vertaling ook weergegeven als ‘omschijnende.’ {FW}
2. Of ‘volmaakt geworden’ (perfectum: het voortduren van een ontstane toestand).

 

© Anchors For Life

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW