14 jaar geleden

Vrouw in het ambt

Voorwoord

“Ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb” (Ps. 119:45).

Wandel in de ruimte

Gezien de steeds toenemende invloed van vrouwen in de gemeente van God anno 2004, vestig ik uw aandacht op het volgende zeer leerzame artikel. Vooral u/jij, geliefde zuster in de Heer, beveel ik dit milde, liefdevolle onderwijs aan. Het is niet volgens de “trend van onze tijd” maar wel in de “trant van het heilig Woord van God” geschreven, hetgeen voor ons als Christenen van uitermate groot belang is. Misschien zeg je: Dat is al lang achterhaald! Mag ik je dan vragen of je wel in de “ruimte van de Heer wandelt”? Is het niet meer de engheid van eigen wijsheid en de maatstaven van de vrouwen-emancipatie? Wees zo eerlijk en oprecht om de dingen in dit artikel genoemd, te overwegen voor het aangezicht van de Heer. Alleen als je Zijn bevelen zoekt, zul je de “ware ruimte” voor je eigen rol als vrouw onder de kinderen van God leren verstaan en het geluk ervan ervaren. Dit tot je eigen zegen maar ook tot zegen van je medebroeder en -zuster. “Ware ruimte” wordt ervaren in de gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord.
Nog een opmerking vooraf. Wanneer er in dit artikel sprake is van kerk of kerken, is de schrijver er mogelijk van uitgegaan dat de kerk een instituut, een organisatie in de wereld is. Toch spreekt de Bijbel over de gemeente(n) of vergadering(en) van God niet als een instituut, maar als een door Hem gevormde eenheid. Dat die eenheid niet meer wordt geopenbaard, neemt niet weg dat zij in Gods ogen nog steeds bestaat, en daarom ook moet bewaard worden. De inrichting van de gemeente van God vandaag verschilt nogal met die we in de Bijbel kunnen vinden. Een teruggaan naar de Bijbel ook in dit opzicht, zou veel strijd onder de Christenen beslechten en voorkomen. Daarvoor moeten uiteraard alle menselijke tradities op de helling om de Geest van God weer de volle vrijheid toe te kennen. Hoewel dit niet het onderwerp is in dit artikel, wil Frisse Wateren u toch de vraag voorleggen: Bent u bereid om opnieuw te zoeken naar de gedachten van God over Zijn gemeente en over hoe Hij wil dat de gemeente samenkomt? Daarover heeft Frisse Wateren al enkele dingen gepubliceerd, en wil ook, zo de Heer wil, nog meer van zulke artikelen publiceren. Dit is zoals u weet een zeer omvangrijk onderwerp en grijpt diep in in het leven van de Christen en de gemeente. Maar nogmaals: dat is in dit artikel niet het onderwerp van de schrijver.

Frisse Wateren

De Bijbel stelt heel duidelijk dat de man de leiding moet nemen in huis en in de kerk, en de vrouw haar rol is onderworpen te zijn aan haar hoofd, de man. Er bestaat een wereldomvattende rebellie tegen dit Goddelijke plan, zodat vele vrouwen in kerken aangesteld worden in leidende posities.
De feiten hierover zijn legio en hoeven niet aangehaald te worden.

Deze feiten bewijzen de afval in onze dagen. Mannen en vrouwen in de wereld, die de Bijbelse waarheid hebben verworpen, zijn verward over de meest fundamentele dingen. Vele mannen trachten te zijn als vrouwen, in kleding en manieren, terwijl vele vrouwen het recht opeisen om zoals de man te zijn, zich te kleden als de man, hetzelfde werk te doen als de man, dezelfde sport te beoefenen als de man, enz. Zij vragen de man zijn plaats in huis, kerk en maatschappij.

De kerk wordt altijd weer aangetast door de maatschappij, en dus veroorzaakt de rebellie van vrouwen in de wereld dezelfde problemen in de kerken, en zo vinden we vrouwen die het leiderschap vragen in vele Christelijke groeperingen.

De Bijbel spreekt maar al te duidelijk over dit onderwerp zodat er geen misverstand kan zijn. Het probleem is echter dat de kerken voor leiding te dikwijls uit andere bronnen putten dan de Bijbel. God houdt zoveel van vrouwen als van mannen. Vrouwen zijn net zo belangrijk in huis, kerk en samenleving als mannen. In Jezus Christus genieten de vrouwen dezelfde geestelijke positie en zegeningen als de man. Dit betekent echter niet dat er geen verschil is tussen man en vrouw, in uiterlijk en rol. Er is een fundamentele waarheid die in onze kerken opnieuw moet duidelijk gesteld worden: mannen en vrouwen zijn verschillend!

Mannen en vrouwen zijn verschillend gemaakt voor het vervullen van verschillende rollen. Het Nieuwe Testament bevestigt dat mannen de leiding moeten nemen in huis, kerk en gemeenschap. Vrouwen werden niet gecreëerd om deze Goddelijke instructies op te volgen; mannen wel. De profeet Jesaja veroordeelde Israël toen hij zei dat vrouwen over hen heersten: “De drijvers van Mijn volk zijn kinderen, en vrouwen heersen erover. O Mijn volk! die u leiden, verleiden [u], en de weg van uw paden slokken zij in” (Jes. 3:12).

Volgens de Bijbel is een vrouw niet bestemd om enige leidende positie uit te oefenen over de man. Wie zegt dit? God zegt het!

“Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar [wil], dat zij in stilheid is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest” (1 Tim. 2:11-14).

“Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is hun niet toegelaten te spreken, maar [bevolen] onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken. Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen? Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn” (1 Kor. 14:34-37).

Hoe kan een vrouw een predikant, pastor, voorganger, ouderling of opziener worden als het haar verboden is te leren of gezag te voeren over mannen? Zij kunnen dat enkel worden indien zij Gods Woord niet gehoorzamen.

Merk verder op: De Heer Jezus stelde geen vrouwelijke apostelen aan. Alle apostelen waren mannen. De vereisten voor predikant, pastor, voorganger, ouderling of opziener zijn strikt aan mannen voorgelegd. Enkel een man kan “de man van een vrouw” zijn, en degene “die zijn huis wel regeert”.

“Een opziener [Gr. episkopon] dan moet onberispelijk zijn, de man van een vrouw, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren … Die zijn eigen huis wel regeert, [zijn] kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid” (1 Tim. 3:2-4).

“… en [dat] gij van stad tot stad ouderlingen [Gr. presbuterous] zoudt stellen, gelijk ik u bevolen heb: Indien iemand onberispelijk is, de man van een vrouw, gelovige kinderen hebbende, die niet te beschuldigen zijn van overdadigheid, of ongehoorzaam zijn. Want een opziener [Gr. episkopon] moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods …” (Titus 1:5-7).

Waren de instructies van Paulus geldig voor alle kerken {gemeenten} in alle tijden?

Sommigen zeggen dat de vereisten, die hierboven zijn weergegeven, slechts bedoeld waren voor de eerste-eeuwse Christenen, of voor de bijzondere situatie in Korinthe. Dit kan om vele redenen niet waar zijn. Overweeg dit:

  1. Paulus zei dat zijn instructies in 1 Korinthe 14 de geboden van de Heer waren: “… dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn” (1 Kor. 14:37). Deze instructies moesten als zodanig gehoorzaamd worden door alle Christenen en elke gemeente.
  2. Paulus zei dat de instructies van 1 Korinthe 14 een test zijn op geestelijke gezindheid. Zij die werkelijk geestelijk zijn, moesten onderkennen dat deze instructies werkelijk geboden van God zijn: “Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn” (1 Kor. 14:37). Zij die de leer over de rol van de vrouw in de kerk van 1 Korinthe 14 afwijzen, bewijzen hierdoor dat zij niet geestelijk zijn.
  3. Paulus geeft in 1 Timotheüs juist dezelfde instructies over vrouwen, en van deze brief is geweten dat die geschreven werd om de zuivere orde te leren die voor alle gemeenten van toepassing is: “opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de gemeente van de levende God, een pilaar en vastigheid der waarheid” (1 Tim. 3:15). De dingen in de eerste brief aan Timotheüs zijn algemene instructies voor de kerk en die in alle gemeenten moeten gehoorzaamd worden, doorheen alle tijden. En het is in deze brief, waarin ook de vereisten vermeld staan voor kerkleiders, dat God heeft verboden dat vrouwen enig gezag nemen over mannen, of hen leren: “Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar [wil], dat zij in stilheid is” (1 Tim. 2:11-12).
  4. In het geven van instructies voor de vrouwen in de kerk, wijst de Heilige Geest terug naar de oorspronkelijke scheppingsorde: Adam eerst, daarna Eva: “Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar [wil], dat zij in stilheid is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva” (1 Tim. 2:11-13). De Heilige Geest leidt het schrijven van Paulus en wees naar de scheppingsorde om aan te tonen dat vrouwen geen gezag mogen hebben over de man. Daarom, gezien de scheppingsorde niet veranderd is sinds 1 Timotheüs werd geschreven, en ook niet in onze cultuur en tijd, weten wij dat de instructies van het Nieuwe Testament over de rol van de vrouw in de kerk, vandaag nog steeds van toepassing zijn.
  5. Paulus verwees naar de zondeval om zijn leer te ondersteunen over de onderwerping van de vrouw aan de man: “Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar [wil], dat zij in stilheid is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest” (1 Tim. 2:11-14). Dit toont opnieuw aan dat de leer van de apostel over de vrouw elke cultuur of generatie transcendeert*. Alhoewel wij bij het ontvangen van de Heer Jezus werden gered van de eeuwige consequenties van de zondeval, leven wij toch nog onder de blijvende gevolgen van de zondeval zolang wij in deze wereld wonen en wachten op “de verlossing van ons lichaam” (Rom. 8:23). Dus, de vrouw die op Christus vertrouwt, ontvangt eeuwige bevrijding in Hem van de gevolgen van de zonde, maar zij is hier op aarde nog steeds niet vrij van sommige consequenties van de rebellie van Eva in de Hof van Eden. Zij zal zich nog steeds moeten onderwerpen aan de man.
  6. Paulus verwees naar de menselijke natuur om zijn leer te ondersteunen over de vrouw: “En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest” (1 Tim. 2:11-14). De vrouw vertoont een ander ontwerp dan de man. Zij werd ontworpen voor een andere rol in het leven: dat van vrouw en moeder. Haar emotionele, psychologische en rationele eigenschappen zijn hiervoor perfect ingesteld, maar zij werd niet ontworpen voor leiderschap. In de hof van Eden misleidde de duivel haar. Dit was niet zo bij Adam. Hij zondigde, maar werd niet misleid. Eva had zich in de plaats gezet van beslissingnemer, een plaats die haar niet toekwam. Het is geen toeval dat het juist vrouwen zijn die verantwoordelijk zijn voor het oprichten van vals-Christelijke bewegingen en dat zij sleutelrollen hebben vervuld in spiritisme, New Age, geestescontrole-sekten, enz. De menselijke natuur is niet veranderd, maar evenmin ook Gods restricties tegen vrouwelijke kerkleiders.
  7. Paulus beval dat zijn instructies moesten gehouden worden tot de komst van Christus: “Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt [en] onberispelijk, tot op de verschijning van onze Heere Jezus Christus” (1 Tim. 6:14). Dit gebod werd gegeven aan het eind van de brief waarin de apostel er zo sterk op had gedrukt dat de vrouw zich moest onderwerpen aan de man (1 Tim. 2:9-15). Gezien de Heer Jezus nog niet teruggekeerd is, moeten wij doorgaan met ons te houden aan deze restricties.
  8. Paulus brief aan de Korinthiërs, waarin hij sprak over de onderdanigheid van de vrouwman, was voor alle Christenen bestemd, niet enkel die van Korinthe: “Aan de gemeente Gods, die te Korinthe is, de geheiligden in Christus Jezus, de geroepenen heiligen, met allen, die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onze [Heere]” (1 Kor. 1:2). Het is duidelijk dat de instructies van Paulus niet zomaar bedoeld waren voor een bepaalde situatie in Korinthe!
  9. Alhoewel Galaten 3 vers 28 zegt dat er in Christus “noch dienstbare noch vrije” zijn, leren andere passages dat dienaar/meester relaties toch blijven bestaan. De Christelijke dienaar of slaaf is vrij in Christus – vrij van het eeuwige loon van de zonde – maar hij is niet vrij van zijn aardse positie en verantwoordelijkheden in het dienen van zijn meester (Ef. 6:5-8; Kol. 3:22-25; 1 Tim. 6:1-2; Titus 2:9-10; 1 Petr. 2:18-25). Ieder die leert tegen deze instructies van onderworpenheid aan de meesters, moet aangezien worden als opgeblazen en boos:

I. “De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde.
II. En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen.
III. Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is,
IV. Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent [twist] vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade verdenkingen.
V. Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin is. Wijk af van dezulken” (1 Timotheüs 6:1-5).

Dit zijn strenge woorden, en ze verwijzen direct naar hen die Paulus leer willen tegenspreken van noodzakelijke onderworpenheid van dienaren aan meesters. Ze refereren ook naar hen die de communistische “bevrijdingstheologie” promoten, en zij die de zaken opjutten tussen werknemers en werkgevers. Deze woorden zijn ook van toepassing op hen die de apostolische leer willen ondermijnen van de vrouwelijke onderworpenheid aan de man in kerk en huis. Zulke mensen zijn trots, ongoddelijk, verstoken van de waarheid en wij moeten ons afscheiden van hen! Wij moeten onderkennen hoe ernstig deze kwestie is.

Galaten 3:28 zegt dat er geen “dienstbare noch vrije” is in Christus, terwijl andere passages leren dat er wel degelijk Christenen zijn die dienaren zijn en Christenen die meesters zijn. Galaten 3:28 zegt ook dat er “is geen man en vrouw” in Christus, terwijl andere passages ons tonen dat dit niet betekent dat in deze wereld het onderscheid tussen de seksen is weggedaan, noch dat dit betekent dat de oorspronkelijke scheppingsorde opgelost werd in het Christendom.

Als de mannen niet leiden, dan nemen de vrouwen dat over

Een reden waarom vrouwen leidersposities innemen is dat de mannen te dikwijls faalden om hun plaats in te nemen. Als mannen zwak zijn, dan moeten de vrouwen wel sterk zijn. Dit werd dikwijls waargenomen in de kerk. Mannen zouden moeten en willen voorwaarts treden om de kerk op elk gebied te leiden, maar dikwijls zijn de mannen zwak en lui. Zij geven zich niet; zij gaan geen zielen winnen; zij geven zich niet vrijwillig op voor vacante posities; ze komen niet buiten op werkdagen. Iemand moet de leiding nemen, dus nemen de vrouwen dat over. Christelijke mannen zouden moeten reageren op de roep van wereldevangelisatie, maar weinigen doen het. Een groot aantal Christelijke mannen zijn te zwak, of te lui, of te angstig, of teveel bezig met zelfzuchtige plannen opdat zij bekommerd zouden zijn om de wereldmissies. Dus doen de vrouwen wat zij kunnen.

Wanneer mannen sterk zijn en gehoorzaam aan Gods geboden, dan zou er geen ernstig probleem bestaan over wat de vrouwen zouden moeten doen.

Gebruikte God niet vrouwen om mannen te leiden in het Oude Testament

Waarom gebruikte God DEBORA als rechter in Israel (Richt. 4:4-5)? Het antwoord is niet moeilijk te geven. Gods volmaakte wil is dat mannen leiden. Dat is te duidelijk om mis te verstaan, maar als mannen hun verantwoordelijkheid niet opnemen, dan gebruikt God vrouwen. De mannen in de dagen van Debora waren erg zwak en lafhartig. Dit is te zien in het geval van Barak, de kapitein in Israels leger, die weigerde naar de strijd te gaan tenzij Debora met hem meeging. Wat een dappere man! Wat een held! De vrouw moest hem eraan herinneren dat God had gezegd dat het tijd was om te vechten; de vrouw moest hem ertoe aanmoedigen en aanzetten om te gaan; de vrouw moest met hem meegaan!

“Toen zeide Barak tot haar: Indien gij met mij trekken zult, zo zal ik heen trekken; maar indien gij niet met mij zult trekken, zo zal ik niet trekken” (Richt. 4:8).

Debora besefte dat dit niet juist, noch natuurlijk was, en ze zei Barak dat dit zijn naam te schande maakte: “En zij zeide: Ik zal zekerlijk met u trekken, behalve dat de eer de uwe niet zal zijn op deze weg, die gij wandelt; want de HEERE zal Sisera verkopen in de hand van een vrouw …” (Richt. 4:9).

Klaarblijkelijk was dit een periode in Israëls geschiedenis waarin God geen man kon vinden om Zijn wil te doen, en zo gebruikte Hij een dappere, bereidwillige vrouw. Wij kunnen God prijzen voor vrouwen zoals Debora die bereidwillig en sterk zijn wanneer de mannen zwak zijn. Dit is dikwijls gebeurd, zowel in de seculiere geschiedenis als die van de kerk.

Het grote probleem in de dagen van Debora was geestelijke afvalligheid. Als Gods volk zich van Hem afkeert, dan maakt hij de mannen machteloos tegen hun vijanden en verwijdert Hij de wijsheid uit hun harten. Dit is een oordeel over afvallige mensen. Wij zien ditzelfde gebeuren in het afvallige Noord-Amerika en Europa. De leiders zijn zwak en vertonen een groot gebrek aan gezond verstand. Zij kunnen hun kinderen niet meer in de hand houden, en de vrouwen heersen over hen, te vergelijken met Jesaja 3 vers 12:

“De drijvers van Mijn volk zijn kinderen, en vrouwen heersen erover”

 

Dit is Gods oordeel als gevolg van de afvallige toestand van het belijdende Christendom. In de dagen van Debora was Israel in slavernij aan zijn vijanden, en dat was enkel te wijten aan hun afval van de ware God en Zijn geopenbaarde wil, zoals die weergegeven is in de Schriften:”Maar de kinderen Israëls voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, als Ehud gestorven was. Zo verkocht de HEERE hen in de hand van Jabin, koning der Kanaänieten, die te Hazor regeerde; en zijn krijgsoverste was Sisera; deze nu woonde in Haroseth der heidenen” (Richt. 4:1-2).

Hierdoor waren de mannen zo zwak. God had hen krachteloos gemaakt, zoals Hij ook met Simson deed.

“Zodat de snelle niet zal ontvluchten, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden. En die de boog hanteert, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden” (Amos 2:14-15).

Maar wat te zeggen over DE DOCHTERS VAN FILIPPUS? Zij waren profetessen (Hand. 21:8-9). Betekent dit niet dat vrouwen kunnen prediken aan mannen en hun gaven van profeteren uitoefenen? Nu, het feit dat God gaven van profetie gaf aan vrouwen betekent niet dat zij vrij zijn om leiding te nemen in de kerk.

Gedurende onze missiejaren in Nepal schreef ik een evangelie-pamflet met de titel “De Onbekende God”. De boodschap was ontleend aan de rede van Paulus op de Marsheuvel in Handelingen 17, een geschikte boodschap voor het afgodische volk van Zuid-Azie. Enkele maanden nadat wij dit geïllustreerde pamflet begonnen te publiceren, werd ik benaderd door een vrouwelijke missionaris die me berispte voor het pamflet en voor wat zij beschouwde als een veel te negatieve benadering van het Evangelie. Ik was op een fijne namiddag op weg naar de kapper toen ik haar naar mij toe zag rijden op haar fiets. Zij had mij al eerder bij de kraag genomen om dit en dat te wijzigen, naar wat zij vond wat ik fout had geschreven, zodat ik niet beter vond dan even bij de kapper langs te gaan vooraleer zij mij weer kon vatten. Maar helaas, ik was niet snel genoeg! Daar op straat in Kathmandu nam ze mij onder handen. Zij hield niet van mijn directe benadering in het veroordelen van afgoderij en de prediking van berouw. Ik herinnerde haar eraan dat dit precies was wat Paulus deed. Zij weerstreefde dit door te zeggen dat Paulus waarschijnlijk in het vlees was toen hij die boodschap predikte. Ik zei haar dan dat Paulus zijn prediking van Handelingen 17**, opgetekend door de Heilige Geest, zeer zeker niet in het vlees uitsprak. Ik zei haar ook dat indien God mij wilde corrigeren, Hij een man zou gebruiken om dit te doen. Jongens, dat zette haar in lichterlaaie! Ze wees me op de dochters van Filippus die profetessen waren. Ik herinnerde haar eraan dat toen Paulus in het huis van Filippus verbleef, en alhoewel de vier dochters daar aanwezig waren met hun gaven van profetie, God een mannelijke profeet gebruikte uit een andere stad om te komen profeteren voor Paulus!

“En de volgende [dag], gingen Paulus en wij, die met hem waren, van daar en kwamen te Cesarea; en gegaan zijnde in het huis van Filippus, de evangelist (die [een] was van de zeven), bleven wij bij hem. Deze nu had vier dochters, [nog] maagden, die profeteerden. En toen wij [daar] vele dagen gebleven waren, kwam er een zeker profeet af van Judea, met name Agabus; En hij kwam tot ons, en nam de gordel van Paulus, en zichzelf handen en voeten gebonden hebbende, zeide: Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de Joden alzo te Jeruzalem binden, en overleveren in de handen der heidenen” (Hand. 21:8-11).

Toen ik dit aanhaalde uit het Woord van God, draaide de vrouwelijke missionaris zich om met haar fiets en reed weg.

Mijn vrienden, er is geen twijfel over dat God de gaven van profetie aan vrouwen gaf. Op de dag van Pinksteren had Petrus immers beloofd dat God dit zou doen: “En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren” (Hand. 2:18)***.

Maar de Heilige Geest, de Geest die de gaven geeft, heeft de vrouw restricties opgelegd voor het beoefenen van deze gaven. 1 Timotheüs 2 en 1 Korinthe 11 en 14 zijn Heilige Schrift. Onmiddellijk nadat het de vrouwen verboden wordt om te spreken in kerkbijeenkomsten, waarschuwt de apostel Paulus dat zij, die dit gebod weerstaan, niet geestelijk zijn: “Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is hun niet toegelaten te spreken, maar [bevolen] onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken. Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen? Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn” (1 Kor. 14:34-37).

Leert Handelingen 2 vers 17-18 niet dat zowel vrouwen als mannen zullen profeteren?

We hebben reeds besproken dat de dochters van Filippus profeteerden (Hand. 21:8-9), maar, zoals we reeds zagen, toen God Paulus wou spreken bracht Hij een man om dit te doen (Hand. 21:10-11). God geeft rijkelijk geestelijke dingen aan vrouwen, maar aan hen worden restricties opgelegd in het beoefenen ervan. De vrouwelijke bediening is afgestemd op vrouwen en kinderen (1 Tim. 2:15; 2 Tim. 1:5; 3:15; Titus 2:3-5). Zoals al eerder werd gezegd is het veelbetekenend dat er geen vrouwelijke apostelen waren, en dat de Goddelijke standaarden voor ouderlingen [Gr. presbuteroi] en opzieners [Grieks episkopoi] aan mannen worden voorgelegd (1 Tim. 3:2-4; Titus 1:5-9).

Onlangs schreef een vrouw me die zei dat ze zich geroepen voelde om te prediken, maar dat ze in de war was geraakt doordat ze dingen had gelezen van mij en anderen die menen dat een vrouw niet kan prediken tot of gezag kan voeren over mannen. Ik schreef haar en legde uit dat die verwarring voortkomt uit haar ongeoorloofde verlangens, en dat de verwarring zou verdwijnen wanneer zij zich zou onderwerpen aan Gods Woord en zij de rol zou aanvaarden die God haar had gegeven.

Mijn vrouw is een wonderlijke, godvruchtige vrouw en zij heeft grote geestelijke gaven. Zij ging naar Nepal als een ongetrouwde jonge vrouw en werkte in een afgelegen hospitaal en getuigde voor Jezus Christus, maar zij weigerde groepen van mannen te leren of gezag over hen te voeren, zelfs wanneer zij ertoe aangemoedigd werd dat te doen. Nadat wij getrouwd waren, gingen wij terug naar Zuid-Azie en startten samen een kerk op, en het succes daarvan was voornamelijk aan haar te danken. Zij leidde dozijnen Aziatische vrouwen tot Christus en bracht hen een stevige basis bij van Gods Woord en Zijn wil. Zij stond nooit in de kerk om mannen te leren en zij had geen gezagspositie in de kerk. Enkele jaren terug werkten we samen in een gevangenisbediening. Zij leerde de vrouwen en ik leerde de mannen. Zij beoefende haar gaven binnen de parameters van Gods Woord; en ik doe hetzelfde. Er is helemaal geen verwarring wanneer we de Schrift gehoorzamen.

Te zeggen dat op de vrouwelijke bediening restricties rusten, wil niet zeggen dat vrouwen niet erg waardevol zijn in het werk van Christus. Paulus had vrouwelijke medewerksters: “En ik bid ook u, gij [mijn] oprechte metgezel, wees dezen [vrouwen] behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie …” (Fil. 4:3).

Febe is ook zulk een voorbeeld:

“En ik beveel u Febe, onze zuster, die een dienares is der gemeente, die te Kenchreen is; Opdat gij haar ontvangt in de Heere, gelijk het de heiligen betaamt, en haar bijstaat, in wat zaak zij u zou mogen nodig hebben; want zij is een voorstandster geweest van velen, ook van mijzelf” (Rom. 16:1-2).

Priscilla wordt vermeld die haar man Aquila en Paulus bijstond in de bediening:

“En toen Paulus er nog vele dagen gebleven was, nam hij afscheid van de broeders, en scheepte van daar naar Syrie; en Priscilla en Aquila met hem” (Hand. 18:18).

“Groet Priscilla en Aquila, mijn medewerkers in Christus Jezus; Die voor mijn leven hun hals gesteld hebben; die niet alleen ik dank, maar ook al de gemeenten der heidenen. [Groet] ook de gemeente in hun huis” (Rom. 16:3-5).

Waarom blijkt er zegen te zijn op de bediening van sommige vrouwen die prediken en leren aan mannen

Wij geloven dat het correcte antwoord op deze vraag werd gegeven door E.W. Rogers in The Church of God: A Symposium:

Mensen kunnen zich afvragen hoe het komt dat het evangelische werk van vrouwen toch gezegend lijkt te worden wanneer zij nochtans niet conform de schriftuurlijke restricties handelen. Wij zouden een gelijksoortige vraag kunnen stellen in omgekeerde richting: Hoe komt het dat sommigen die de Heer consequent dienen volgens de Goddelijke principes toch zo weinig of helemaal geen vrucht dragen? Wie was het die zei: “Ik heb tevergeefs gearbeid, Ik heb Mijn kracht onnut en ijdel besteed; gewis, Mijn recht is bij de HEERE, en Mijn werkloon is bij Mijn God”? Het was onze gezegende Heer Jezus (Jesaja 49:4)***! God is niet gebonden aan Zijn eigen restrictieve principes zodat Hij niet zou kunnen zegenen wanneer de dienaars zich niet aan de regels houden****. Maar de dienaar moet weten: “indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettig heeft gestreden” (2 Tim. 2:5).

God zegent dikwijls de bediening van Zijn Woord niettegenstaande de fouten van de bedienaar. Maar in zulke gevallen zal de persoonlijke beloning van de bedienaar (man of vrouw) voor het werk slechts zo groot zijn als dat het in overeenstemming werd gedaan met het Woord van God (1 Kor. 3:6-15).

Mijn vrienden, wees u bewust van de invloed die uitgaat van de rebellie in deze tijden. God verbiedt een vrouw te prediken tot en gezag uit te oefenen over de man. Hij verbood dit bijna 2000 jaar geleden, en Hij verbiedt het vandaag.

“Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar [wil], dat zij in stilheid is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest” (1 Tim. 2:11-14).

“Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is hun niet toegelaten te spreken, maar [bevolen] onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken. Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen? Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn” (1 Kor. 14:34-37).

* Transcenderen: te boven gaan, uitreiken boven.
** Zie Handelingen 17:16,24-25,29.
*** Dit handelt over de Messias, die vanaf de moederschoot als Knecht des Heren geroepen was.
**** Vergelijk het principe in Lukas 19:39-40: “En sommigen van de Farizeeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg u, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen”. God is niet gebonden aan iets van de mensen: werken, niet-werken, noch geslacht of afkomst. Vergelijk ook Mattheus 3:9; Lukas 3:8.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol