58 minuten geleden

Vreugde in je huwelijk (3)

3. Waar onze vreugde werkelijk op gericht is


Gericht op de gemeenschap met elkaar

Hoofdstuk 3 begint met een bemoediging en een waarschuwing. De bemoediging vinden we in vers 1: “Overigens, mijn broeders, verblijdt u in [de] Heer. Dezelfde dingen aan u te schrijven is voor mij niet vervelend en u geeft het zekerheid.” En de waarschuwing staat in de vers 2–3: “Kijkt uit voor de honden, kijkt uit voor de boze arbeiders, kijkt uit voor de versnijdenis. Want wij zijn de besnijdenis, wij die [God]  dienen door [de] Geest van God, en in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen.”

Zoals we gezien hebben, hoort vreugde bij het normale christelijke leven. Als we met Christus bezig zijn, zal Zijn blijdschap ons hart vervullen. “Dit dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u is en uw blijdschap volkomen wordt” (Joh. 15:11). Die blijdschap komt wanneer we Zijn Woord gehoorzamen en in gebed van Hem afhankelijk zijn. “En in die dag zult u Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt u niets gebeden in Mijn Naam; bidt, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal zijn” (Joh. 16:23–24). Vreugde in het christelijke leven is het gevolg van gemeenschap met de Vader en met de Zoon. “… wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook u met ons gemeenschap hebt. En onze gemeenschap nu is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. En deze dingen schrijven wij <u>, opdat onze blijdschap volkomen is” (1 Joh. 1:3–4).

Deze vreugde hoort over te vloeien naar elk terrein van ons leven, en vooral naar ons huwelijk. Naarmate ik met Christus bezig ben door dagelijks Gods Woord te lezen en een blijvend gebedsleven te ontwikkelen, zal mijn gemeenschap met de Vader en de Zoon dieper worden. En wanneer ik mijn vrouw in die gemeenschap betrek door met haar te bidden en samen Gods Woord te lezen, zal onze gemeenschap in Christus steeds dieper worden.

Samen gericht op aanbidding

De waarschuwing die Paulus geeft, is een waarschuwing tegen wettisch denken. Ze bestaat uit drie delen, die het karakter, het gedrag en de gevolgen beschrijven van mensen die wettisch worden. Paulus waarschuwt ons op onze hoede te zijn voor zulke wettische mensen en herinnert ons eraan, dat wij anders moeten zijn in karakter en gedrag, wat ook tot andere gevolgen zal leiden. We zullen beseffen, dat het vlees niets oplevert en dat we in eigen kracht niets kunnen doen.

Daarna noemt Paulus drie kenmerken die bij ware volgelingen van Christus zichtbaar horen te zijn. In de eerste plaats dienen wij God in de Geest. In de tweede plaats roemen wij in Christus, en in de derde plaats vertrouwen wij niet op het vlees. Laten we elk van deze drie toepassen op ons huwelijk.

Er is voor geen van ons een groter voorrecht dan als aanbidder in de tegenwoordigheid van God te mogen komen. Dat doen we zowel persoonlijk als samen met andere gelovigen. Maar het moet persoonlijk beginnen, als individu. Daarom bracht de Heer Jezus het onderwerp aanbidding ter sprake bij de vrouw bij de bron in Johannes 4. Zij begon eerst over godsdienst, in een poging om de overtuiging in haar ziel te ontwijken. Maar onze Heer bracht de aanbidding van de Vader ter sprake: “Geloof Mij, vrouw, er komt een uur dat u noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de behoudenis is uit de Joden. Maar er komt een uur, en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid” (vs. 21–24).

U en ik zijn geschapen om God te aanbidden, maar de zonde heeft dat vermogen om Hem te aanbidden onderbroken. Door Christus kan die aanbidding echter worden hersteld. Als mannen hebben we het voorrecht ons gezin thuis voor te gaan in de aanbidding. Job bracht geregeld brandoffers voor zijn gezin (Job 1:1–5). Abraham bouwde altaren waar hij en zijn gezin de HEERE aanbaden (Gen. 12:1–13; 13:14–18; 22:9–14). Er is geen groter voorrecht en geen zwaardere verantwoordelijkheid dan de geestelijke leider in het gezin te zijn. Dat moet mijn focus zijn als echtgenoot, en het hoort een gezamenlijke inspanning van elk echtpaar te zijn.

Samen een relatie met Christus opbouwen

Wanneer we hier samen van genieten, zal er vreugde zijn in Christus, en zullen we niet op onszelf vertrouwen. Dat was de ervaring van Paulus: “… hoewel ik reden heb op vlees te vertrouwen. Als iemand meent op vlees te [kunnen] vertrouwen, ik nog meer: besneden op [de] achtste dag, uit [het] geslacht van Israël, van [de] stam van Benjamin, een Hebreeër uit [de] Hebreeën, wat [de] wet betreft een farizeeër; wat [de] ijver betreft een vervolger van de gemeente; wat [de] gerechtigheid betreft die in [de] wet is, onberispelijk” (vs. 4–6). Deze religieuze verdiensten betekenden niets meer voor Paulus. Sterker nog, hij gaat verder met: “<Maar> wat winst voor mij was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht” (vs. 7). Het religieuze leven van Paulus, met alles wat daarbij hoorde, lag achter hem, en wat voor hem lag was Christus! Paulus wilde niet zijn zoals zoveel mensen vandaag, die zich een religieus aanzien geven, die een schijn van godsvrucht hebben maar de kracht ervan verloochenen (2 Tim. 3:5). Paulus wilde echtheid, en onze gezinnen hebben diezelfde echtheid nodig!

Paulus laat ons vervolgens zien hoe dat mogelijk is: het gaat niet om religie, maar om een relatie met Christus. Paulus zegt: “Jazeker, ik acht ook alles schade te zijn om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, om Wie ik de schade van alles heb geleden en het als vuilnis acht, opdat ik Christus mag winnen en in Hem bevonden word, niet in het bezit van van mijn gerechtigheid die uit [de] wet is, maar van die welke door ]het] geloof in Christus is, de gerechtigheid die uit God is, [gegrond] op het geloof; om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en <de> gemeenschap aan Zijn lijden, terwijl ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding uit [de] doden” (vs. 8–11).

Paulus keek naar zijn religieuze verdiensten uit het verleden en kon zeggen: “… dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.” Nu kijkt hij naar alles wat er op dit moment in zijn leven is en zegt hij: “ik acht ook alles schade te zijn om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer.” De vraag die we onszelf met het oog op ons huwelijk kunnen stellen, is: ‘Wat is het allerbelangrijkste in mijn relatie met mijn partner?’ Is het dat ik altijd gelijk heb of dat ik de touwtjes in handen heb? Is het allerbelangrijkste in mijn relatie dat ik goed voor mijn gezin zorg, hoe belangrijk dat ook is? Paulus helpt ons om onze prioriteiten op orde te brengen door te zeggen: “ik acht ook alles schade te zijn om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer.” Hij herinnert ons eraan, dat het allerbelangrijkste in elke relatie onze persoonlijke relatie met Christus is. Paulus verlangt hier ernaar “opdat ik Christus mag winnen” en “om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en <de> gemeenschap aan Zijn lijden.”

Wat betekent dit voor mijn huwelijk? Hoe werkt zo’n houding door in mijn relatie met mijn partner? Deze gerichtheid helpt mij om me te concentreren op wat er echt toe doet, en om samen met mijn partner een relatie met Christus op te bouwen. Sommigen zeggen dat communicatie het belangrijkste is in een relatie, maar Paulus herinnert ons er hier aan, dat communicatie weliswaar belangrijk is, maar dat mijn huwelijk maar zo goed zal zijn als mijn eigen persoonlijke relatie met Christus.

Doorjagen naar het doel

Paulus leert ons vervolgens om nooit tevreden te zijn met de situatie zoals die is: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar, of ik het ook mocht grijpen, omdat ik door Christus <Jezus> ook begrepen ben. Broeders, ik houd het er niet voor, het zelf gegrepen te hebben, maar één ding [doe ik]: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat vóór is, jaag ik in de richting van [het] doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus” (vs. 12–14).

Het is maar al te gemakkelijk om onze relatie op de automatische piloot te zetten, in de veronderstelling, dat we er niet meer aan hoeven te werken. Paulus herinnert ons er hier aan, dat we moeten doorgaan in onze relatie met de Heer, en dat kunnen we ook op ons huwelijk toepassen! Als hij kon zeggen, dat hij in zijn wandel met de Heer nog niet ‘aangekomen’ was, wie van ons kan dan werkelijk zeggen, dat zijn huwelijk volmaakt is en geen voortdurende aandacht nodig heeft? Paulus herinnert ons hier aan een belangrijk ingrediënt voor succes: “Broeders, ik houd het er niet voor, het zelf gegrepen te hebben, maar één ding [doe ik]: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat vóór is, jaag ik in de richting van [het] doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus.”

Kijk eens naar de werkwoorden die hij in deze verzen gebruikt: “ik houd het er niet voor, het zelf gegrepen te hebben”, “terwijl ik vergeet wat achter is”, “mij uitstrek naar wat vóór is”, “jaag ik in de richting van [het] doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus.” Dit alles vraagt inspanning van Paulus; het gebeurt niet vanzelf! Maar deze inspanning kan niet uit de kracht van het vlees voortkomen en kan niet in Paulus’ eigen kracht worden geleverd! Daarom zal hij verderop zeggen: “Ik vermag alles door Hem die mij kracht geeft” (Fil. 4:13). De Heer Jezus leerde ons: “… zonder Mij kunt u helemaal  niets doen” (Joh. 15:5).

Naarmate ik mijn eigen relatie met de Heer ontwikkel, zal die overvloeien naar mijn huwelijk, naar mijn relatie met mijn partner en vervolgens naar de rest van mijn gezin.

Paulus gaat hier verder: „Laten wij dan, die geestelijk volwassen zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets anders gezind bent, ook dat zal God u openbaren. Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn.” (vs. 15–16). Zoals onze eigen relatie met de Heer zal rijpen wanneer we deze dingen in praktijk brengen, zo zal ook onze relatie met onze partner rijpen.

Het grote geheel zien

In de laatste verzen herinnert Paulus ons eraan dat we horen te leven voor een andere wereld: “Weest samen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen die zo wandelen als u ons tot voorbeeld hebt. Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb  gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; hun einde is [het] verderf, hun god is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Want ons burgerschap is in [de] hemelen, waaruit wij ook [de] Heer Jezus als Heiland verwachten, die het  lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen” (vs. 17–21).

Het is maar al te gemakkelijk om te leven voor het hier en nu, alsof dit alles is wat er is. Het is maar al te gemakkelijk om uit het oog te verliezen, dat we burgers van de hemel zijn, en dat we, zolang we hier zijn, Christus moeten laten zien aan wie naar ons kijken. Terwijl veel mensen in hun relaties met zichzelf bezig zijn – alleen levend voor het hier en nu, alleen levend voor zichzelf – horen wij een ander verlangen te hebben, een verlangen dat uitgaat naar de Heer Jezus Christus: “opdat ik Hem mag kennen”!

Daarom kon Paulus tegen zijn lezers zeggen: “Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie ik ook verlang, mijn blijdschap en kroon, staat zo vast in [de] Heer, geliefden!” (Fil. 4:1). Hij daagt ons uit: “staat zo vast in [de] Heer.” Dat heeft de gedachte van vastberaden, standvastig en doelgericht zijn in onze wandel met de Heer. Ons huwelijk heeft dezelfde doelgerichtheid nodig. We moeten ons voornemen om de relatie met onze partner tot een prioriteit te maken, tot eer van de Heer Jezus!

Wordt vervolgd.

 

Tim Hadley Sr.;

Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling (HSV) ®. Bijbelteksten uit het Nieuwe Testament uit de Telos-vertaling.

Copyright: © The Bereans Publishing; Derde druk 2025.

Niets uit deze uitgave {serie FW} mag worden verveelvoudigd, vertaald of overgedragen, in welk deel of op welke wijze dan ook, elektronisch of mechanisch, met inbegrip van fotokopiëren, opnemen of opslaan in een informatiesysteem, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever: The Bereans Publishing.

info@the-bereans.com; www.the-bereans.com

 

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW