Altaar

3 artikelen over dit onderwerp gevonden
3 uur geleden

Wonderen (3) – Het derde boek van Mozes

Bijbelgedeelte: Leviticus 10 vers 1-7 Leestijd: 1 minuut 35. Het verterende vuur De mens verderft alles wat God hem heeft toevertrouwd. Dit gold ook voor het priesterschap. De twee oudste zonen van Aäron, Nadab en Abihu (die twaalf keer in de Schrift worden genoemd, en altijd samen), offerden vuur aan iets vreemds – vuur, dat niet van het altaar afkomstig was. Merk op, dat God dit niet had verboden. De Schrift zegt juist, dat Hij het niet had geboden (Lev....

Lees verder
5 jaar geleden

Woorden van belofte en kracht voor de ‘kwetsbaren’ (16)

“Roep Mij aan in de dag van benauwdheid; Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren” (Ps. 50:15).   De eerste keer dat we in de Schrift lezen over iemand die de Heer aanroept, vinden we in Genesis 4 vers 26: “En ook bij Seth werd een zoon geboren, en hij gaf hem de naam Enos. Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen.” De nakomelingen van Seth leefden in tegenstelling tot de nakomelingen van...

Lees verder
10 jaar geleden

Na de Babylonische ballingschap (5,6)

V “Toen de zevende maand aanbrak en de Israëlieten zich in de steden gevestigd hadden, verzamelde het volk zich als één man in Jeruzalem. Jesua, de zoon van Jozadak, stond op met zijn broeders, de priesters, en Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, met zijn broeders, en zij herbouwden het altaar van de God van Israël om daarop brandoffers te brengen volgens wat geschreven staat in de wet van Mozes, de man Gods. En zij plaatsten het altaar op zijn fundament, hoewel...

Lees verder