2 jaar geleden

Na de Babylonische ballingschap (5,6)

V


“Toen de zevende maand aanbrak en de Israëlieten zich in de steden gevestigd hadden, verzamelde het volk zich als één man in Jeruzalem.

Jesua, de zoon van Jozadak, stond op met zijn broeders, de priesters, en Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, met zijn broeders, en zij herbouwden het altaar van de God van Israël om daarop brandoffers te brengen volgens wat geschreven staat in de wet van Mozes, de man Gods. En zij plaatsten het altaar op zijn fundament, hoewel er verschrikking over hen was vanwege de volken van de landen rondom. Zij brachten daarop brandoffers voor de HEERE, brandoffers voor de ochtend en voor de avond. Zij vierden het Loofhuttenfeest volgens wat geschreven staat, namelijk een brandoffer van een dag op die dag in het juiste aantal, overeenkomstig de bepaling voor elke afzonderlijke dag” (Ezra 3:1-4).

Zodra deze teruggekeerden uit de ballingschap Jeruzalem bereikten, verspreidden zij zich en ging ieder in zijn eigen stad wonen. Maar in de zevende maand verzamelden zij zich in Jeruzalem. Op de eerste dag van deze maand had God Zijn volk geboden zich te verzamelen. Zij verzamelden zich als één man! Hoe goed zou het ook vandaag zijn, als dit het karakter zou zijn van het gehele volk van God waar zij ook mogen wonen!

Wat zouden ze nu gaan doen? De leiders namen het initiatief. Met hun broeders herbouwden zij het altaar en offerden daarop brandoffers! Ze bouwden het zoals geschreven stond in de wet van Mozes, de man Gods. God heeft ons aanwijzingen doorgegeven in Zijn Woord. Hij verwacht van ons dat wij deze aanwijzingen opvolgen!

Zij begonnen het altaar te bouwen met angst voor de volken om hen heen. Ze kregen al snel veel tegenstand van hen. Hoe moesten ze dit nu doen? Zij gingen door met het werk en tijdens het werk offerden zij brandoffers aan de Heer. Ze begonnen met de voorgeschreven morgen- en avondbrandoffers, die God voortdurend herinnerden aan het werk van de Heer Jezus. Zij vierden het loofhuttenfeest, offerden het aantal offers dat God in de wet had aangegeven voor elke dag. Zij offerden de voorgeschreven brandoffers voor al de ingestelde feesten. Dit alles werd gedaan met het oog daarop dat alles door zou gaan, want het fundament van de tempel was nog niet gelegd. Wat een krachtig getuigenis moet dit voor al deze volken geweest zijn!

Hoe waarderen wij ons altaar, Christus, en het offer aan God door Hem? (verg. Hebr. 13:9-16).

VI


“Zij zongen in beurtzang bij het prijzen en bij het danken van de HEERE dat Hij goed is, dat Zijn goedertierenheid over Israël tot in eeuwigheid is. Heel het volk hief een groot gejuich aan bij het prijzen van de HEERE, omdat de fundering voor het huis van de HEERE gelegd was.

Maar velen van de priesters en de Levieten en de familiehoofden, namelijk de ouderen die het eerste huis op zijn fundering gezien hadden, huilden met luide stem toen zij dit huis voor hun ogen zagen, terwijl vele anderen met gejuich en met blijdschap hun stem verhieven.

En het volk kon geen onderscheid maken tussen het geluid van het vreugdegejuich en het geluid van het huilen van het volk, want het volk hief een groot gejuich aan en het geluid werd tot ver gehoord” (Ezra 3:11-13).

Geween en vreugde

Eindelijk is het moment aangebroken! De fundamenten van de nieuwe tempel stonden op het punt om te worden gelegd! De leiders Zerubbabel en Jesua, de rest van de priesters en de Levieten en allen die teruggekeerd waren naar Jeruzalem, waren nu bereid om te beginnen met de opbouw van de tempel die vele jaren eerder vernietigd was. De Levieten van twintig jaar oud en daarboven werden belast om toezicht te houden op dit werk. Jongere broeders hebben ook een verantwoordelijk deel in het werk van de Heer.

Iedereen was enthousiast en er waren priesters, Levieten en zangers met trompetten om de Heer te prijzen volgens de richtlijnen van David, de koning van Israël, met heel het volk. Als antwoord daarop zongen ze, lovende en dankende de Heer: “dat Hij goed is, dat Zijn goedertierenheid over Israël tot in eeuwigheid is”. Hoe moet het hart van de Heer zich ook vandaag verheugen om te aanschouwen dat Zijn volk tezamen zingt, terwijl zij samenwerken!

Maar er waren gemengde gevoelens onder het volk. Het grote gejuich van vreugde, dat bij die uiteindelijke fundering begon, werd vermengd met luid geween. Velen van de ouderen hadden de de originele tempel – de prachtige tempel gebouwd door Salomo – in zijn heerlijkheid gezien. Wat een contrast met de bouw die hier net begonnen was! Wanneer we het schitterende begin van de gemeente in de dagen van het Nieuwe Testament vergelijken met oplevingen in onze dagen, hebben ook wij veel redenen om te wenen. Maar laten we ons verheugen en God danken voor alles wat we Hem nog steeds zien doen vandaag!

Wordt DV vervolgd.

© The Lord is near, Eugene P. Vedder, Jr.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol