4 maanden geleden

Overdenking over 2 Thessalonika (1)

2 Thessalonika

Aantekeningen bij de overdenking van de 2e brief aan de Thessalonikers

 

De 2e brief aan de Thessalonikers is waarschijnlijk slechts enkele maanden na de eerste brief geschreven, eveneens in 52 na Christus, waarschijnlijk ook net als de eerste brief uit Korinthe, omdat Silvanus en Timotheüs nog bij de apostel Paulus waren (vs. 1). De Thessalonikers werden nog steeds vervolgd (vs. 4); en bovendien waren zij ook nog verleid door Joodse leraren die hun hadden voorgehouden dat de dag des Heren reeds was aangebroken (2 Thess. 2:2). Deze verleiding was kennelijk niet alleen mondeling gebeurd, maar waarschijnlijk ook met behulp van een vervalste brief waarin de verleiders hadden gedaan alsof deze van de apostel zelf afkomstig zou zijn. Daarom schrijft Paulus hun in 2 Thessalonika 3 vers 17 dat zijn brieven altijd als teken de groet met zijn eigen hand dragen. Deze vervalste brief mist waarschijnlijk dit teken van echtheid.

Deze achtergrond was de reden om deze brief te schrijven:

  • Omdat zij vervolgd werden, hadden zij bemoediging nodig; en Paulus laat hun in hoofdstuk 1 zien, dat God op een dag deze schrijnende omstandigheden zou omkeren – troost voor de lijdenden;
  • omdat zij misleid waren, hadden zij onderricht nodig; wij vinden dit in hoofdstuk 2 – onderricht voor de dwalende; hoofdstuk 2 is een van de duidelijkste overzichten van de opeenvolging van toekomstige gebeurtenissen in het hele Nieuwe Testament;
  • omdat zij onvoorzichtig waren geworden en zich hadden misdragen, hadden zij correctie en vermaning nodig; dit is te vinden in hoofdstuk 3 – tucht over wanordelijken.

In 1 Thessalonika 5 vers 27 had de apostel er nadrukkelijk op gewezen dat zijn brief voor iedereen gelezen of toegankelijk gemaakt moest worden. En in de loop van deze tweede brief zien we meer waarom het voor hem zo belangrijk was, dat de Thessalonikers de leer van de eerste brief met zekerheid zouden overnemen. Verscheidene malen herinnert hij hen aan zijn mondelinge en schriftelijke leer (2 Thess. 2:5,15).

Een groot aantal brieven werd op deze manier geschreven. De huidige toestand of situatie in de verschillende gemeenten was voor de apostel – uiteraard onder leiding van de Heilige Geest – aanleiding om deze situaties aan te pakken. Maar de leringen die hij dan geeft zijn niet alleen een hulp voor de situatie van toen, maar zijn ook voor ons vandaag nog gezaghebbende richtlijnen en hulp voor ons in onze huidige omstandigheden.

Enkele verschillen tussen de 1e brief en de 2e brief aan de Thessalonikers:

Eerste brief aan de Thessalonikers

  • Onwetendheid van de Thessalonikers over hen die ontslapen zijn;
  • centraal staat de opname van de gelovigen, de komst van de Heer voor de gelovigen, waarbij de gelovigen uit de wereld worden genomen en dan in de heerlijkheid worden geleid;
  • geloof, liefde en hoop van de Thessalonikers worden geprezen (1 Thess. 1:3).

Tweede brief aan de Thessalonikers

  • Onwetendheid van de Thessalonikers over de nog levende gelovigen;
  • de verschijning van de Heer in macht en heerlijkheid, Zijn komst met de heiligen staat op de voorgrond, waar zij dus met Hem worden teruggebracht in de wereld om vervolgens met Hem over de wereld te regeren;
  • alleen maar het geloof en de liefde van de Thessalonikers worden geprezen (2 Thess. 1:3); geloof en liefde waren zelfs toegenomen ten opzichte van de eerste brief, maar van de hoop is geen sprake meer.

De allereerste frisheid van de Thessalonikers was waarschijnlijk afgenomen in dit onderdeel van de hoop, en dat kwam natuurlijk ook door de valse leer die hun was voorgehouden, dat de dag van de Heer er al was. Hierdoor was de hoop op de terugkeer van de Heer op de achtergrond geraakt. We leren hieruit hoe fataal valse leer is! Het leidt tot verkeerd gedrag en zelfs tot twijfel aan het behoud. Daarom is het van fundamenteel belang de leer als geheel goed te kennen, anders glipt de kennis ons als zand tussen de vingers weg. In de eerste brief hebben wij reeds gezien, dat Paulus hun duidelijk had gezegd, dat de eerste verwachting van de gelovigen de komst van de Heer is om hen thuis te halen (1 Thess. 1:10); en hij had hun ook meegedeeld, dat er hier op aarde een zichtbaar koninkrijk zou zijn onder de heerschappij van de Heer Jezus, waartoe Hij met de heiligen uit de hemel zou neerdalen (1 Thess. 4:14). De Thessalonikers wisten eigenlijk al heel wat christelijke waarheden; en de enige leemte bij hen was, dat zij niet wisten hoe het zat met hen die al ontslapen waren (1 Thess. 4:13-18). Maar als bekende waarheden niet door praktische ervaring worden bevestigd, is het gevaar groot, dat alles slechts theorie blijft en wij – net als de Thessalonikers – heen en weer worden geslingerd door elke wind van de leer!

Hoofdstuk 1

“Paulus en Silvánus en Timotheüs aan de gemeente van [de] Thessalonikers in God onze Vader, en in [de] Heer Jezus Christus” (vs. 1).

Paulus verbindt zich opnieuw met zijn twee metgezellen en medearbeiders Silvanus en Timotheüs. We kennen Timotheüs relatief goed, maar wie was Silvanus of Silas? Was hij slechts een reisgenoot van Paulus, die bijvoorbeeld met hem in Filippi in de gevangenis had gezeten? Als we in het Nieuwe Testament nagaan wat er nog meer over hem gezegd wordt, blijkt dat hij veel meer was dan een reisgenoot.

  1. Uit Handelingen 15 vers 22 blijkt dat hij een voorganger was onder de broeders, iemand die vooruit ging, die een voorbeeld was;
  2. in Handelingen 15 vers 32 wordt hij dan ook een profeet genoemd; iemand die voor Gods aangezicht stond en aan wie God iets kon geven, aan wie God Zich kon openbaren, die in gemeenschap met God leefde.
  3. Petrus noemt hem een trouwe broeder (1 Petr. 5:12), hij was een betrouwbaar man op wie men kon vertrouwen;
  4. en in 2 Korinthe 1 vers 19 wordt hij door Paulus beschreven als een prediker die de Zoon van God had gepredikt.

Dit zijn vier eigenschappen waar wij ook naar moeten streven.

Timotheüs was veel jonger dan Paulus, Silas zeker ook; toch plaatst de apostel zich naast deze jongere broeders en erkent ook hun belang voor het gemeenschappelijke werk. Wat een prachtige harmonie tussen de oudere apostel en de jongere medewerkers Silvanus en Timotheüs. En hoe versterkt en bemoedigt zo’n vertrouwen vooral jongere broeders!

Voordat Paulus tot het eigenlijke onderwerp van zijn brief komt, geeft hij de Thessalonikers een bemoediging voor hun hart. Dit stelt hen in staat een vast standpunt in te nemen en vrij te worden om de leer over hun probleem aan te kunnen nemen. Opnieuw verwijst hij naar hen als de gemeente van de Thessalonikers; daarmee zinspeelt hij niet zozeer op de leer van de plaatselijke gemeente, maar op het feit, dat elke individuele gelovige in Thessalonika wordt aangesproken als deel van deze eenheid van de gemeente. Kan het plaatselijke getuigenis van de gemeente waar wij samenkomen ook als een eenheid worden aangesproken?

En dan wordt hun verhouding tot God de Vader en de Heer Jezus Christus voorgesteld. In deze beschermende atmosfeer van God de Vader en de Heer Jezus Christus hadden zij hun zekerheid. In tegenstelling tot de eerste brief wordt God hier tweemaal onze God genoemd, wat wijst op een bewuste en genoten verhouding. Tegelijkertijd verbond dit hen ook met Paulus en zijn twee medearbeiders, het was hun gemeenschappelijke Vader.

Een soortgelijke toespraak vinden we in de brief van Judas, die niet gericht is tot een gemeente, maar tot individuele gelovigen in een eindtijd. Wij leren uit deze vergelijking, dat het dezelfde bewaring en dezelfde bronnen van hulp zijn, of men nu jong is in het geloof, aan het begin van het geloofsleven staan, of dat het gelovigen in een eindtijd zijn.

Door deze toespraak herinnert Paulus de Thessalonikers eraan dat zij, die nog maar heel kort geleden vanuit het heidendom tot geloof waren gekomen, nu iets totaal nieuws en Goddelijks vormden. Misschien waren ze nog maar enkele maanden in deze toestand, en toch herkent hij hen op deze unieke manier als een gemeente, waartoe ieder van hen behoorde. Het was een bont gezelschap van Grieken geweest, die niet wilden werken en zichzelf een mooi leven wilden bezorgen en op de zak van anderen teerden. Maar nú waren ze een gemeente, en wat een oefening moet dat voor hen zijn geweest, om die oude gewoonten en gedragspatronen af te leggen.

Wordt DV vervolgd.

 

Achim Zöfelt; www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 08.10.2013

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW