7 maanden geleden

Othniël, Ehud, Jefta en andere richters

Schriftgedeelten: Richteren 3 vers 1-30; Richteren 10; Richteren 11.

 

In het Boek Richteren vinden we naast bekende richters als Gideon en Simson ook minder bekende. Minder bekend betekent natuurlijk niet, dat de redding die God door hen bracht, van minder belang was. Dat sommige richters niet zo “beroemd” zijn, komt deels doordat hun verhaal minder ruimte inneemt in het Woord van God of niet zo opwindend en boeiend verliep. Omdat hun verhaal nog steeds enkele waardevolle lessen voor ons bevat, willen we in dit artikel een beetje ingaan op enkele van deze minder bekende richters, waarbij we de een of de andere les voor ons geloofsleven meenemen.

Othniël (Richt. 3:1–11)

Othniël, de eerste richter, was een neef van Caleb. Hij bevrijdde het volk van Israël uit de hand van Cusjan-Risjataïm, de koning van Mesopotamië. Onder hem kende het land 40 jaar rust. Net als sommige dienstknechten van God voor en na hem, had Othniël een verborgen tijd om zich voor te bereiden op zijn openbare dienst. In Richteren 1 vers 12–15 zien we, hoe hij zich in deze tijd onderscheidde door vastberadenheid en moed. Toen het tijd werd om de stad Kirjath-Sefer in te nemen, was hij daar en nam die in. In zijn persoonlijk leven had hij de geloofsstrijd geleerd en zich daardoor een bruid, een erfenis en waterbronnen verworven. Het kan geen “toeval” zijn, dat de Heilige Geest zijn “vroege geschiedenis” tweemaal noemt (zie ook Joz. 15:16-19).

Nadat Israël zich onder de mensen van het land had gemengd en afgoderij had bedreven, gaf God hen in de hand van Cusjan-Risjataïm, de koning van Mesopotamië. Toen het volk in hun nood tot de Heer riep, wees Hij Othniël aan als hun richter en redder. De naam Othniël betekent “God is machtig.” Over zijn tijd als richter wordt ons niet veel verteld, maar wat er wordt gezegd, is buitengewoon leerzaam (Richt. 3: 9-11). We willen zes punten naar voren brengen:

  • De Heer gaf hem als redder om Zijn volk te redden. Othniël was een geschenk van God aan Zijn volk. Omdat God medelijden had met Zijn onderdrukte volk, verwekte Hij een redder voor hen in Othniël. Is Othniël hier niet een prachtig voorbeeld van de Heer Jezus, die God gaf om Zijn volk (van hun zonden) te redden (verg. Matth. 1:21; 2 Kor. 9:15)?
  • De Geest van de Heer kwam op hem. Othniël droeg het merkteken van zwakte, want hij was de zoon van Kalebs jongere broer. Maar in de kracht van de Geest van God kon hij het werk van God met kracht volbrengen. De Heilige Geest wil ook ons leiden en ons de kracht en wijsheid geven die voor elke dienst nodig zijn.
  • Hij richtte Israël. Othniël was een man die voor God stond en de morele autoriteit bezat, die nodig was om het volk te richten, dat wil zeggen, om de zaken van de mensen te beoordelen, zoals God ze beoordeelde. Bovendien bezat hij de “wijsheid van boven” (Jak. 3:17), die ook vandaag voor ons beschikbaar is, als we God erom vragen (Jak. 1:5).
  • Hij ging de strijd aan. Othniël ging de strijd niet uit de weg, maar was bereid om voor God en Zijn volk ten strijde te trekken. Soms moet de gelovige ook strijden, bijvoorbeeld tegen de aanvechtingen van de duivel of voor de waarheid van de Bijbel (verg. Ef. 6:12; Judas 3). Zijn we vertrouwd met onze wapenrusting (verg. Ef. 6:13-18)?
  • De Heer gaf Cusjan Risjataïm in zijn hand. Othniël leidde de strijd, maar de Heer gaf de overwinning. Onze geloofsstrijd moet ook onder de zegen van de Heer staan, ​​als we in geloof overwinningen willen behalen. De overwinning die de Heer door middel van Othniël gaf, was blijvend en volledig. Het land had daarna rust (Richt. 3:10-11).
  • Als gevolg van de overwinning op de vijand kende het land 40 jaar rust. Is het niet bemoedigend te zien, dat God Zijn volk zelfs in een tijd van verval een zekere mate van rust gaf? Ook voor ons christenen, het hemelse volk van God, blijft er een rust over (Hebr. 4:9). Het ligt nog in de toekomst, maar we kunnen er nu al in ons hart van genieten (verg. Matth. 11:29).

Ehud (Richt. 3:12–30)

Na Othniël’s tijd als richter, weken de kinderen van Israël weer snel af van Gods geboden en deden wat kwaad was in de ogen van de Heer. God moest hen hiervoor straffen en gaf hen in de hand van Eglon, koning van Moab, die zij 18 jaar lang dienden. Toen ze zich in hun nood tot God keerden, wekte Hij hen Ehud, de zoon van Gera, op uit de stam Benjamin. Na de redding door Ehud kende het land 80 jaar lang rust. Verschillende details over Ehud verdienen onze aandacht:

  • Zijn naam betekent “lofprijzer.” “Loven ziet naar boven” : God loven is een effectieve bescherming tegen geestelijke nederlagen. Een lovende christen laat zich niet zo gemakkelijk “klein-krijgen”. Christenen worden gesterkt in hun strijd tegen geestelijke vijanden in die mate, zoals zij hun plaats als priester voor God innemen en Hem loven (verg. 2 Kron. 20:21,22).
  • Hij had een natuurlijke zwakheid: hij was linkshandig, dat wil zeggen, zijn rechterhand was beperkt, hoewel hij afstamde van Benjamin, de “zoon van de rechterhand” (vs. 15, verg. Gen. 35:18). Maar wie zich van zijn zwakheid bewust is, mag vertrouwen op de kracht van God daarbij ervaren: “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Kor. 12:10).
  • Hij maakte een kort, tweesnijdend zwaard – een beeld van het Woord van God – en droeg het onder zijn kleren op zijn rechterheup (vs. 16; vgl. Hebr. 4:12). Maar hij droeg het niet alleen, hij gebruikte het ook en zette het effectief in tegen Eglon. “Dragen” wij het Woord van God in ons hart en gebruiken wij het vervolgens effectief in overeenkomstige situaties van ons dagelijks leven (bijv. tot troost, tot bemoediging, tot vermaning)?
  • Bij de gesneden beelden in Gilgal keerde hij zich om, om een “geheime zaak” aan Eglon over te brengen (vs. 19). Uitgaande van de plaats van zelfoordeel (Gilgal), kon hij het oordeel over Eglon uitoefenen. De zwaarlijvigheid van Eglon is een beeld van de zelfzucht van het vlees, waarop we in de kracht van de Geest het doodvonnis moeten voltrekken (verg. Rom. 8:13; Fil. 3:3).
  • Na de dood van Eglon blies Ehud op de bazuin om Israël te vergaderen om te strijden (vs. 27). Op de verborgen overwinning op de koning van Moab volgde openlijke triomf. De vijand werd volledig verslagen. Israël nam ook de controle over op de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan. Dit ontnam de vijand de mogelijkheid van een nieuwe aanval. Voor ons: “Maar zij die van Christus <Jezus> zijn, hebben het vlees met de hartstochten en de begeerten gekruisigd” (Gal. 5:24).

Jefta (Richt. 10 en 11)

Het volk was nog niet volledig hersteld van de misstappen van Gideon, die Gideon aan het einde van zijn leven deed, en was van de slechte tijd onder Abimelech nog niet volledig bekomen en was geestelijk erg verzwakt, toen Jefta, de negende richter, op het toneel verscheen. Toch gebruikte God deze man om zijn volk weer wakker te schudden. Ook Jefta droeg het merkteken van zwakheid. Hoewel hij een “strijdbare held” was, was hij ook de zoon van een hoer (Richt. 11:1). De duur van zijn tijd als richter was betrekkelijk kort; hij gaf leiding aan Israël slechts zes jaar (Richt. 12:7). De bewogen geschiedenis toont ons enkele dieptepunten en slechts een paar hoogtepunten. We willen enkele punten nader bekijken:

  • Bij het lezen van zijn geschiedenis, vragen we ons misschien af of hij in geloof handelde. God geeft ons het antwoord in Hebreeën 11: Hij zag geloof in Jefta’s hart en leven en gaf hem een ​​plaats in de lijst van geloofshelden (Hebr. 11:32).
  • Jefta werd door zijn halfbroers uitgeworpen en verzamelde “leeglopers” om zich heen, met wie hij uittrok (Richt. 11:2,3). Net als Jefta werd ook de Heer Jezus afgewezen door Zijn broers (verg. Luk 19:14; Joh. 7:5). En net als David later, werd hij een aantrekkings- en verzamelpunt voor veel verontruste tijdgenoten (verg. 1. Sam. 22:2).
  • Toen de Ammonieten Israël aanvielen, zagen de oudsten van Gilead zich gedwongen, Jefta weer terug te halen om hem tot hoofd en leider in de strijd tegen de Ammonieten te maken (Richt. 11:4–11). Het zal hetzelfde zijn met Christus: Hij die door Zijn volk is uitgeworpen, zal op een dag hun Hoofd en Aanvoerder zijn (verg. Zach. 12:8-9; 14:3).
  • Nadat Jefta tevergeefs had geprobeerd de Ammonieten te weerhouden van hun ongerechtvaardigde aanvallen op het land, dat God aan Israël had gegeven, kwam de Geest van de Heer op hem. God wilde hem de overwinning geven, maar helaas probeerde Jefta een deal met God te sluiten (Richt.11:12–31).
  • Voor de strijd legde hij een overhaaste gelofte af, omdat hij de overwinning op de vijand wilde vereffenen met een offer (Richt. 11:30,31). Toen Jefta terugkeerde van de strijd, was hij gebonden aan zijn gelofte (verg. Deut. 23:22; Pred. 5:4). We moeten God niets beloven, maar hem gewoon vertrouwen en op Zijn hulp rekenen!
  • Zijn enige dochter moest voor zijn onnodige gelofte betalen. Het geloof dat Jefta had ontbroken, straalde zijn dochter uit: hoewel ze in Israël nooit een moeder zou worden, onderwierp ze zich aan de wil van God. Zij en haar vriendinnen rouwden twee maanden om haar maagdelijkheid voordat Jefta aan haar zijn gelofte voltrok (Richt. 11:34-40).

De zeer “kleine” richters

Tot slot nog een kort woord over de zeer “kleine” richters. De Heilige Geest wijdt niet meer dan twee of drie verzen aan zes richters en noemt ze slechts terloops (Samgar, Tola, Jaïr, Ibzan, Elon en Abdon). Toch was de rustperiode die ze Israël gaven bij sommigen aanzienlijk. Tola, bijvoorbeeld, was 23 jaar richter over Israël zonder enige vermelding van zijn daden (Richt. 10:2).

Van andere richters worden alleen individuele bijzonderheden genoemd. We lezen bijvoorbeeld over Samgar, dat hij 600 Filistijnen doodde met een prikstok voor ossen (Richt. 3:31). En van Jaïr wordt bericht, dat hij 30 zonen had die op evenveel ezels reden en evenveel steden bezaten (Richt. 10:4). Deze paar interessante details laten zien, dat het de moeite waard is om naar deze zeer “kleine” richters te kijken! Want de daar genoemde daden zullen voor degenen, die de tijd nemen om deze verzen te bestuderen, ook zeer leerzaam zijn.

 

Daniel Melui; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 17.03.2020.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW