5 maanden geleden

Het boek Jozua (00) – inleidende opmerkingen

Bijbelgedeelte: Jozua 1 vers 24; 1 Korinthe 10 vers 11

Het boek Jozua bestaat uit twee delen. Het eerste deel (Joz. 1-12) vermeldt de verovering van het land; het tweede deel (Joz. 13-24) doet verslag over de verdeling van het land door het lot onder de stammen.

Het eerste deel kan grofweg in twee delen worden verdeeld: Het ene deel begint met de toegang tot het land Kanaän en eindigt met de overwinning van Israël op Jericho (Joz. 1-6); de andere begint met de zonde van Israël en zijn nederlaag bij Ai en eindigt met de opsomming van de verslagen koningen (Joz. 7-12).

Van de intocht in het land Kanaän tot de val van de stad Jericho, wat duidelijk een beeld is van de vernietiging van het georganiseerde kwaad in deze wereld, loopt alles in Israël in de kracht van God; het volk voerde ononderbroken het Goddelijk plan uit. Als het boek Jozua op dit punt zou eindigen, zouden we een levendig beeld hebben van Gods wegen om Zijn komende koninkrijk vóór ons te introduceren.

Vanaf de val van Jericho tot de lijst van de verslagen koningen (het einde van Jozua 12), ziet men zowel de wegen van God als ook het falen van Zijn volk.

In het laatste deel van het eerste deel van het boek (Joz. 8:30-35) vinden we het prachtige tafereel van de bijeenkomst van heel Israël op de bergen van Ebal en Gerizim, waar het volk, ingevoerd in het ‘Beloofde Land’ in de kracht van het Woord van God, zich formeel onderwerpt aan de gehoorzaamheid ten opzichte van dit Woord. Net zoals na de overwinning op Jericho de nederlaag tegen Ai volgde, valt hier het volk van kracht in zwakheid. In plaats van gehoorzaam te zijn aan het Woord van God, luisterden ze naar bedriegers (Joz. 9) en gingen een verbond met vijanden aan – het zekere voorspel van de ondergang.

De rest van het eerste deel van het boek beschrijft de macht van Kanaän en de verovering door Israël en eindigt met de opsomming van de overwinningen.

Het tweede deel (Joz. 13-24) begint met de waarschuwende woorden van de Heer: “Er is nog zeer veel land overgebleven om dat in bezit te nemen” (vs. 1). De algemene zwakheid en traagheid van het volk worden beschreven, terwijl lichtgevende uitzonderingen op de geest die overheerst, niet weggelaten worden. Het land heeft rust van de strijd, en de aanbidding van de Heer in Silo en Zijn rechtsnormen worden in de vrijsteden ingevoerd. Zo zijn de omstandigheden veelbelovend voor Israël, op wie nu de verantwoordelijkheid ligt, dat te veroveren wat ze nog niet onderworpen hebben en dat te behouden wat ze veroverd hebben – met welke resultaten laat de volgende geschiedenis zien!

Het boek eindigt met de opdracht van Jozua en zijn oproep aan het volk om zich niet in te laten met de volken, verbonden met het Woord van de Heer, die hen aan Zijn wegen van barmhartigheid herinnert, gevolgd door Jozua’s oproep om de vreemde goden te verwijderen; het besluit met de dood van Jozua en het resultaat van het geloof van Jozef.

Het eerste deel van het boek Jozua als geheel is levendig, vol van Goddelijke energie. Het wordt hoofdzakelijk gevormd door kracht in de Heer en in de macht van Zijn sterkte. Het tweede deel is grotendeels inactief; en niets doen in het aangezicht van de vijand is falen.

IJver gevolgd door inactiviteit is, kort gezegd, de geschiedenis van elk tijdperk waarin God Zijn volk de verantwoordelijkheid heeft opgelegd om een door God gegeven positie te handhaven. En moeten we er niet aan toevoegen, dat ijver gevolgd door inactiviteit, kort gezegd de geschiedenis is van de verschillende religieuze bewegingen die er zijn geweest onder christenen – die opwekkingen terug naar de waarheid en naar Christus, die er sinds Pinksteren vaak geweest zijn?

Deze bewegingen beginnen met het geloof in God en de gevolgen van het geloof – geestelijke energie, ijver, zelfverloochening en de geest van overwinning. Na verloop van tijd ontwikkelt zich op het toppunt van de beweging het uitrusten in de verworven voorrechten, geestelijke traagheid en afhankelijkheid van leiders in plaats van God. Het einde van wat eens een beweging voor God was, is verworden tot een volharding in de tradities van de vaderen in plaats van gehoorzaamheid aan Zijn Woord, en het vasthouden aan bepaalde geloofsbelijdenissen in plaats van aan God Zelf. De geest van de strijder die zich voor de waarheid van God inzet, is verloren gegaan; de directe omgang met God wordt opgegeven en wereldgelijkvormigheid verschijnt; en net zoals Israël zich met de omringende volken vermengde, wordt de neerwaartse beweging van een eenmaal Goddelijke beweging snel door de wereld ontvangen. In de laatste stadia van een dergelijke geschiedenis heerst onverschilligheid en zelfvertrouwen. Men is niet langer van God afhankelijk, de Schrift is niet meer de enige regel, de leiding van de Geest van God wordt geloochend en menselijke zelfgenoegzaamheid tiert welig. De herinneringen aan het verleden vervangen de levende energie van ’t heden, het veren bed van religieuze gebruiken vervangen de inspanningen tot geestelijke welzijn. Traagheid en arrogantie staan ​​dicht bij elkaar in de ziel. Lauwheid tegenover de dingen waarvan God zo houdt bij Zijn volk, en de bewering: “Ik heb aan niets gebrek” (Openb. 3:16-17) zijn de twee kenmerken van een verdorven geest.

Herstel uit deze droevige toestand wordt door Gods tuchtigende hand bewerkstelligd, vaak hard, altijd ernstig. Hoe bewijst het lijden van Israël in het boek Richteren deze waarheid! En we moeten niet vergeten, dat dit lijden slechts de oogst van de gezaaide vruchten is, hetgeen in het laatste deel van het boek Jozua beschreven wordt. God zal niet toestaan, dat de opgeblazenheid, het pralen, deze onheilige toestand die trots voortbrengt, in het midden van Zijn volk blijft bestaan. Zijn ernstige, pijnlijke hand van regering leidt door Zijn genade tot zelfoordeel in Zijn volk, tot verootmoediging en tot hun constante metgezel – het gebed. En wanneer over zonden en smaad oprecht leed worden gedragen en de zonde werkelijk wordt opgegeven, dan wordt God opnieuw de onmiddellijke Hulp van de Zijnen, herleven hun harten, herstelt hun kracht weer en geeft hen nieuwe overwinningen. Want God is God en Hij verandert niet.

De heilzame leringen van het boek Jozua, zijn levende handelingen en ernstige waarschuwingen zijn bijzonder van toepassing voor de huidige tijd. Aan de ene kant zijn er veel christenen die door God zijn onderwezen over wat het ware christendom is. Deze komen op de eerste rij als goede strijders van Jezus Christus. Ze leven praktisch gezien in de geest van het eerste hoofdstuk van het boek. Wanneer het overwegen van de rolmodellen en voorbeelden van het boek Jozua, waarmee we hier beginnen, de ijver van zulke gelovigen inspireert, hun moed verhoogt of hun geest ondersteunt, zij God daarvoor de eer. Aan de andere kant zijn er christenen die al veel hebben geleerd over wat het christendom is, maar die als slapende zijn temidden van de doden, zoals de apostel Paulus als waarschuwing aan de Efeziërs schrijft. Deze christenen leven, praktisch gezien, in de nonchalance van de tweede helft van het boek Jozua. De gordel van de waarheid klappert hen rond de heupen, het schild van het geloof bedekt hen niet helemaal en het zwaard van de Geest wordt, als het ooit gedragen wordt, door een zwakke arm geleid: hun leven is een leven van geestelijke inactiviteit, hun bestaan voor God op deze aarde een voortdurende mislukking. Voor zulke hebben de waarschuwingen van het laatste deel van het boek van Jozua haar bijzondere betekenis. Het lijkt erop alsof ze luid roepen: “… bekeer u en doe de eerste werken” (Openb. 2:5). “Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten” (Ef. 5:14).

H. Forbes Witherby; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 29.05.2013.
Uit een overdenking van “Das Buch Josua” (00).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW