Leestijd: 2 minuten
Maandag 17 november 2025
“En hij zei tot mij: Mijn genade is u genoeg; want de kracht wordt in zwakheid volbracht. Heel graag zal ik dus veeleer roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus op mij woont. Daarom heb ik een welgevallen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen en benauwdheden voor Christus; want wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Kor. 12:9,10).
Het is onmogelijk de glorieuze lijn arbeiders van Christus te volgen zonder de waarheid te zien, van wat het betekent om een gebroken geest te hebben. Mozes, Jozua, David, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël in de tijd van het Oude Testament, en Petrus, Paulus en Johannes in de tijd van het Nieuwe Testament – ze staan allemaal voor ons als levendige voorbeelden van de waarde van “gebroken materiaal.” Al deze geliefde en gewaardeerde dienaren moesten gebroken worden om genezen te kunnen worden. Ze moesten leeggemaakt worden om gevuld te kunnen worden. Zo konden ze leren, dat ze uit zichzelf niets konden doen om in de kracht van Christus voor alle dingen bereid te zijn.
Dit is de familiewet – de wet van de wijngaard, de wet van het koninkrijk. Zo ervoer Gideon het in zijn tijd. Zijn “Och, mijn heer!” werd gevolgd door de bemoediging van de Heer: “Vrede zij met u! Wees niet bevreesd!” Toen was hij klaar om te beginnen.
Hij was van aangezicht tot aangezicht met de Engel van God gekomen, en daar leerde hij niet alleen, dat zijn familie in Manasse de armste was en dat hij de jongste in het huis van zijn vader was, maar ook dat hij innerlijk volkomen krachteloos was. Hij moest leren, dat al zijn hulpbronnen te vinden waren in de levende God. Een onschatbare les voor Joas’ zoon en voor ons allemaal!
Dit is een les die niet geleerd kan worden op scholen en universiteiten in deze wereld, maar alleen in de diepe en heilige afzondering van Gods heiligdom.
© www.bibelpraxis.de; C. H. Mackintosh
Uit: Gideon und seine Kameraden
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW