Leestijd: 2 minuten
Vrijdag 14 november 2025
“Maar hij [Gideon] zei tegen Hem: Och, mijn heer! Waarmee zal ik Israël verlossen? Zie, mijn geslacht is het armste in Manasse en ik ben de jongste in mijn familie” (Richt. 6:15).
Hier gaat het om een bijzonder interessante fase in Gideons voorbereidingscursus. Hij wordt geroepen om de grote en universele “wet” voor dienaren van God te aanvaarden, zowel praktisch als door persoonlijke ervaring. Deze wet luidt: “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Kor. 12:10).
Dit is een uiterst waardevolle wet, een onmisbaar element in de vorming van alle dienaren van Christus. Niemand zou zich moeten inbeelden, dat hij of zij ooit ingezet zou kunnen worden in het werk van de Heer of ooit vooruitgang zou kunnen boeken in het goddelijke leven zonder een zekere mate van echte toegang tot dit onschatbare principe. Wij beschouwen het als absoluut essentieel in de karaktervorming van de ware dienaar van Christus. Waar het niet bekend of gevoeld wordt, waar het niet tot op zekere hoogte verwerkelijkt wordt, is er zeker een gebrek aan bereidheid om zich aan Gods wil te onderwerpen. Dit heeft te maken met een niet gebroken eigen wil, met geleefd egoïsme in de een of andere vorm. Men leeft dan min of meer in vertrouwen op zichzelf. Het is geen wonder, dat er allerlei dingen in het leven een rol spelen die een triest obstakel vormen voor alles wat goed, nuttig en heilig is.
Aan de andere kant, als men het grote “familiemotto”, dat hierboven is aangehaald, heeft geleerd – als men in Goddelijke aanwezigheid heeft leren zeggen: “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk” – als men zijn eigen natuur, om zo te zeggen, op de weegschaal van het heiligdom heeft gewogen, dan zal men altijd een zekere mate van gebrokenheid, zachtheid en tederheid van geest aantreffen. Niet alleen dat, maar zo’n dienaar bezit een edelmoedig hart en een bereidheid tot elk goed werk; ook die wonderlijke veerkracht van geest die het mogelijk maakt om boven alle kleinzielige, egoïstische overwegingen uit te stijgen die het werk van God zo jammerlijk belemmeren.
Kortom, het hart moet eerst gebroken en vervolgens heel gemaakt worden. En als het heel gemaakt is, moet het zich ongedeeld aan Christus en Zijn gezegende bediening wijden.
© www.bibelpraxis.de; C. H. Mackintosh
Uit: Gideon und seine Kameraden
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW