10 jaar geleden

Een levende offerande

Ik vermaan u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat u uw lichamen stelt tot een levende offerande, heilig, voor God welbehaaglijk, [dat is] uw redelijke dienst” (Romeinen 12:1). Lees verder Exodus 3:15-18; 8:25-28; 10:8-11; 10:24-26.

Wij zingen en spreken dikwijls over de dienst voor de Heer. Bij vele gelegenheden geven we ons bij vernieuwing over aan de Heer en willen ons als “een levende offerande” aan Hem ter beschikking stellen. Maar heel dikwijls sluipen de levende offeranden al van het altaar weg, voordat het offeren plaatsgevonden heeft. God vermaant ons in Romeinen 12 vers 1 om Hem onze lichamen als middel voor een redelijke godsdienst ter beschikking te stellen. Er kan geen werkelijke dienst voor Christus zijn, als we niet gewillig zijn onszelf als offer te brengen. De voorwaarde voor zo’n offer is, dat wij heilig en welgevallig zijn. In het andere geval is geheel onze dienst slechts zingen en spreken.

Satan kent Romeinen 12 vers 1 net zo goed als elke Christen. Hij weet, dat, wanneer hij een Christen daarin hinderen kan een heilig en welgevallig leven te leiden, zijn offer niet zoveel waarde heeft. Hij weet dat het koninkrijk van God niet door zingen en spreken bevorderd wordt, maar door een “levend en heilig offer”.

In de geweldige geschiedenis van de uittocht leren we, dat het Gods wil voor Zijn volk was, dat zij Egypte moesten verlaten en drie dagen de woestijn in moesten reizen om Hem te dienen, doordat zij daar offers brachten (Exodus 3:15-18). Maar de vijand, farao, deed alles wat in zijn macht stond, om het volk van God in Egypte vast te houden – ver verwijderd van de plaats, die God voor het offeren en de dienst bepaald had. God heeft ons dit bericht in Zijn Woord meegedeeld, om ons te tonen hoe de aartsvijand van de Christen doorgaat, om ons ervan af te houden onszelf als een levende offerande ter beschikking te stellen. Farao paste vier verschillende tactieken toe om het volk van God ervan af te houden om Egypte te verlaten en de Heere, hun God, te dienen. Satan gebruikt vandaag dezelfde vier tactieken, om Christenen tot een compromis te bewegen, wanneer het erom gaat, dat zij zichzelf als een levende offerande aan de Heer ter beschikking moeten stellen.

De eerste tactiek

In Exodus 8:25 zegt farao: “Gaat heen, en offert uw God in dit land”. De duivel heeft niets tegen het offeren, zolang het “in het land [Egypte]” gebeurt. Egypte stelt de wereld voor. Dat is het terrein waar de vijand heerst. Satan is vorst ook in de “religieuze” wereld. Hij eist “religie”. Hij begroet de activiteiten van hen, die onder de dekmantel van de religieuze dienst eer voor zichzelf zoeken. Hij weet, dat ieder mens een vacuüm [leegte] in het hart heeft, dat alleen met de levende God opgevuld kan worden. Wanneer satan de leegte van een hart met de religieuze activiteiten van de wereld vullen kan, is hij nog steeds de vorst in dit leven. Waar Christendom is niet religie, maar een levende relatie met God door Jezus Christus. En het bevel van de Heer luidt, dat wij het land verlaten en “drie dagreizen” ver reizen, om te offeren (Exodus 8:27). Die drie dagen dagen wijzen duidelijk op de reis van onze Heer door de dood en de opstanding. Dat is het beslissende punt, waar het bij de “levende offerande” om gaat. Zijn wij met de Heer door Zijn dood en Zijn opstanding gegaan? Zijn wij aan Hem overgegeven tot aan het punt, waar wij aan onszelf gestorven en met Hem opgestaan zijn? Zie daarvoor Kolosse 3:1-3. Of zijn we er tevreden mee, iets voor te wenden en alleen terloops dienst voor de Heer in “het land Egypte” te doen?

De tweede tactiek

In Exodus 8:28 wordt een tweede tactiek van farao toegepast: “Ik zal u laten trekken, dat gij de Heere, uw God, offert in de woestijn; alleen, dat gij in het gaan geenszins te ver trekt!”.

Wanneer satan ons niet in het land houden kan, wil hij ons toch in de buurt houden. Dan heeft satan vrij spel met zijn listen, kan ons terugtrekken en ons getuigenis verstoren. Een grensgebied-Christen is geen “levende en heilige offerande”! Een student die één avond contact heeft met Christenen en met hen samen bidt, maar op de volgende avond met de wereld feestviert, is geen “welgevallige offerande”. Zelfs de ongelovigen weten, dat dit geen redelijke Christelijke dienst is. Zij lachen om de huichelarij, die beweert, dat de Heer Jezus de eerste prioriteit in zijn leven heeft, en dan niet doet, wat Hij beveelt.

De Heer roept ons op drie dagreizen ver de woestijn in te trekken, om te offeren. Ja, het is gemakkelijk dichtbij de vreugden en de rijkdommen van Egypte te leven, maar het is zwaar als een offer in de woestijn te leven. Zie daartoe Hebreeën 11:24-27.

De derde tactiek

De derde tactiek, die farao gebruikt in zijn poging het volk van God tot een compromis te bewegen, vinden we in Exodus 10:11: “Niet alzo, gij mannen, gaat nu heen en dient de Heere”. Dat betekent, dat de mannen kunnen trekken en offeren, maar de gezinnen moeten achterblijven. Farao wist, wanneer hij vrouw en kinderen vasthield, zouden ook de vaders niet in staat zijn, de Heer langere tijd effectief te dienen. Wanneer satan ons er niet persoonlijk voor winnen kan, om binnen zijn invloedsfeer te blijven, is het zijn list ons door onze naaste verwanten te hinderen.

Hoe succesvol is de duivel met deze tactiek geweest! Veel mannen en vrouwen hebben op dit terrein gefaald. Zij nemen zich in hun harten voor, aan God hun lichamen als een levende offerande te stellen, en eindigen ermee om zich aan iemand anders ter beschikking te stellen. De onderwijzing is duidelijk.

De vierde tactiek

In Exodus 10:24 vinden we de beschrijving van de laatste poging van farao, om Gods volk van een volledige overgave af te houden. “Gaat heen, dient de Heere! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven …”. Wat een geslepenheid: laat uw levensonderhoud in Egypte achter. Satan weet, wanneer onze carrière en andere interesses en “dingen” in zijn rijk achterblijven, dat hij altijd nog een zekere invloed heeft. Wij mogen denken dat we sterke en afgezonderde Christenen zijn, maar wanneer een van onze beslissende motieven is, in deze wereld vooruit te komen, en wel onder haar voorwaarden, dan zijn ons kleinvee en onze runderen nog in Egypte. Er is dan slechts één antwoord: “… er zal niet één klauw achterblijven” (vers 26). Egypte volledig te verlaten, in volle overgave als een levende offerande, stelt ons zelfs enkele principiële vragen. Plan ik mijn vooruitkomen in mijn beroep, om zelf in dit leven vooruit te komen, of heb ik het als deel van mijn “levende en heilige offerande” de Heer ter beschikking gesteld? Gebruik ik mijn bezit om de Heer te dienen, of zijn zij “klauwen” die mij in Egypte vasthouden? Wanneer niet “schapen en runderen” Egypte verlaten, kan er geen offer zijn. Tot daartoe is de dienst voor de Heer slechts zingen en spreken!

Aanbidding, familiebetrekkingen, beroep, persoonlijke interesses – alles moet de reis van drie dagen maken. Alles aan ons moet de stempel van ons nieuwe opstandingsleven in Christus dragen. Deze manier van dienst voor de Heer is heilig en God welgevallig. Dat is een levende offerande.

Uit: © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM