9 jaar geleden

Door Mijn Geest (2)

Een aards systeem of een hemelse werkelijkheid

Onder de nieuwtestamentische geschriften is er een die van het grootste belang is met betrekking tot het wezen van het christendom. Dat is de brief aan de Galaten. Paulus nam zijn pen ter hand om deze brief te schrijven met een intense vastbeslotenheid om eens en voor altijd deze belangrijke kwestie op te lossen. In deze zes hoofdstukken gaf hij de essentie van het christendom weer. Ik geloof niet dat de apostel ooit iets geschreven heeft met een groter besef van de belangrijkheid en de noodzaak. Uit deze hele brief blijkt hoezeer hij zich deze speciale zaak aantrok. In de gemeente was er in die tijd een belangrijk vraagstuk gerezen. Deze dreigde de ware aard van het christendom te vernietigen. De vraag was deze: Wat is het nieuwe dat door de komst van de Heere Jezus in de wereld is gekomen? Want door de komst van de Heere Jezus in deze wereld heeft God ingegrepen in de geschiedenis en wel om een immense verandering te brengen in alle dingen. De grote vraag was: Wat is het dat met de komst van Jezus Christus in deze wereld is binnengekomen? Is het slechts de voortzetting van een oud systeem waaraan enkele nieuwe dingen zijn toegevoegd? Is het een wettisch systeem op basis van het oude Joodse systeem? Met andere woorden, is het de voortzetting van het Judaïsme met iets eraan toegevoegd? Of is het een totaal nieuwe, levende geestelijke beweging vanuit de hemel? Zijn het de oude wijnzakken gevuld met nieuwe wijn? Of is het een totaal nieuwe wijnzak? Dit was de grote vraag.

Deze grote vraag betekende een groot verschil. En dit grote verschil werd het strijdtoneel tussen het oude en het nieuwe. Het bracht het christendom in verwarring. Een tijdlang waren allen, op enkelen na, in onzekerheid hierover. Het leidde tot zeer ernstige verdeeldheid onder Gods volk, zelfs onder de apostelen. Petrus, de leider van de twaalf, had het erg moeilijk met deze vraag. Eens had hij zelfs een ernstig conflict met Paulus over dit onderwerp. Jacobus, die een van Jezus’ broers was naar het vlees, had ernstige bedenkingen over dit onderwerp. De eerste christenmartelaar, Stefanus, stierf om deze zaak. Overal waar het christendom kwam, kwam dit punt aan de orde. Wij, in onze tijd, kunnen onmogelijk beseffen hoe de spanningen over de ware aard van het christendom opliepen.

Hoewel de Galatenbrief duidelijkheid bracht in die tijd, speelt de aard van deze controverse tot de dag van vandaag een belangrijke rol. Is het christendom een wettisch systeem of gaat het om geestelijk leven? Met het oog op dat vraagstuk verscheen de opgestane Heer aan Saulus en legde Zijn hand op hem. Jezus kwam helemaal uit de hemel, uit de heerlijkheid, en legde Zijn hand op deze man Saulus van Tarsus. Het was geen kleinigheid voor de Heere Jezus, die aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge gezeten was, om Zijn troon te verlaten en hier terug te keren. Hij moet gezien hebben dat het om een ernstige zaak ging. Daarom stuurde Hij niet een engel of aartsengel; Hij verliet Zijn plaats in heerlijkheid en daalde af naar die man op weg naar Damaskus en legde Zijn hand op hem. Later beschreef Paulus het als “gegrepen door Christus Jezus” (Fil. 3:12). Hij zei: “Ik ben gegrepen, ik ben gearresteerd door Jezus Christus”. Dat was met het oog op deze kwestie. De Heer “arresteerde” Paulus als het instrument door wie Hij deze vraag zou beantwoorden. De Heere vond deze kwestie zo belangrijk dat het onmogelijk is de bediening van Paulus te begrijpen als wij dat verband niet zien. De hele bediening van Paulus had met slechts één onderwerp te maken. En dat onderwerp is de ware, geestelijke, hemelse aard van het christendom.

Door deze machtige ingreep van de hemel was Paulus het grote verschil gaan zien. Hij was gaan zien dat er een grote kloof was tussen het oude Judaïsme en het nieuwe christendom, tussen het oude aardse Israël en het nieuwe hemelse Israël. Hij had gezien dat dit twee verschillende volken waren. Hij had gezien dat deze kwestie twee tijdperken verdeelde. Wat er in het verleden was geweest, was nu beëindigd. Iets nieuws was er gekomen wat tot in alle eeuwigheden de aard van de dingen zou blijven. En toen Paulus dat enorme verschil tussen het systeem van de wet en het geestelijke gezien had, wierp hij zich met alles wat in hem was in die strijd.

Die strijd begon meteen na Paulus’ bekering. Nadat de Heere hem ontmoet had en hij Damaskus binnentrok en daar gedoopt was en de Heilige Geest ontvangen had, getuigde hij meteen dat Jezus de Christus is. Hij besefte dat hij zijn grondslag veranderd had; hij had de grond van het wetticisme verlaten, de grond van het Judaïsme, en daarvoor in de plaats kwam Christus. Toen begon de strijd. En gedurende heel zijn verdere leven moest hij die strijd voeren, waar hij ook ging.

In het laatste hoofdstuk van Handelingen, waar Paulus in de gevangenis zit, wachtend op zijn doodvonnis, is die strijd nog steeds aan de gang. De Judaïsten komen bij hem in de gevangenis. Hij probeert hen te overtuigen, maar dan moet hij zich van hen afwenden en zeggen: “Het heeft geen zin. Ik moet me tot de heidenen wenden”. Van het begin van zijn christenleven tot het eind was die strijd aan de gang. En het ging om dit ene punt: Is het christendom een wettisch systeem op deze aarde, of is het een geestelijke beweging vanuit de hemel?

De brief aan de Galaten wordt algemeen beschouwd als Paulus’ eerste brief. Als dat waar is, wat is het dan betekenisvol dat dit het eerste onderwerp was waarover de apostel schreef. Als je deze brief leest, zie je de kracht waarmee hij zijn argumenten naar voren brengt, en bemerk je hoe ernstig hij deze kwestie vond. Hij zag dat er iets was dat de hele aard van het christendom bedreigde. Daarom schreef hij deze brief, om de zuiver geestelijke aard van datgene wat met Jezus Christus gekomen is te bewaren.

Voordat we verdergaan met deze brief, zijn er twee basiselementen die onze aandacht moeten hebben. In de eerste plaats wat de apostel zelf met deze brief bedoelde. Dat vinden we in hoofdstuk één vers acht: “Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!” De hele brief wordt in die ene zin samengevat. “Het evangelie dat wij u verkondigd hebben”. Wij hebben jullie het evangelie gebracht en deze brief vertelt u het evangelie opnieuw. Nu zijn er verschillende namen gegeven aan wat het Nieuwe Testament leert. Velen noemen het het christendom en dat is een veelomvattende term. Anderen spreken van het christelijk geloof of de christelijke godsdienst. In het Nieuwe Testament vinden we geen van deze namen. Er is maar één naam. Alles wat we in het Nieuwe Testament vinden en dat gekomen is met Jezus Christus wordt het Evangelie genoemd.

Wij maken vaak onderscheid tussen wat wij het evangelie noemen en het onderricht voor gelovigen, dat soms aangeduid wordt als het diepere leven of het volle evangelie. Men bedoelt dus met het evangelie dat wat voor hen is die nog niet behouden zijn, en dat diepere is voor de christenen. Stel dat u evangelische samenkomsten gaat houden die bedoeld zijn voor niet gelovigen en niet voor gelovigen. Dat is een totaal verkeerd onderscheid. Alles in het Nieuwe Testament, voor de verlorenen zowel als voor de christenen, wordt evangelie genoemd. Het is geen religie. Het is geen filosofie. Het is geen systeem van waarheden en regels. Het is gewoon het evangelie. En dat woord betekent: “het goede nieuws”. Het wordt vaak wel verbonden met een ander woord, zoals “het evangelie van onze behoudenis”. Maar het woord evangelie houdt alles in. Het is “het evangelie van God … aangaande Zijn Zoon Jezus Christus” (Rom. 1:13, Eng. vert.). Ziet u wat wij eigenlijk doen als we het in tweeën delen, iets voor de ongelovigen en iets voor de gelovigen? We zeggen daarmee dat we de grond van Gods Zoon verlaten hebben en op speciale grond voor christenen zijn gekomen. Het evangelie omvat alles in Christus. Er zal nooit een moment komen dat u niets nieuws meer kunt ontdekken in Gods Zoon. En mocht u in de eeuwigheid nog steeds meer ontdekken, het is nog steeds het evangelie.

Denkt u dat het evangelie ophoudt als u wedergeboren wordt? Denkt u dat het ophoudt als u deze wereld verlaat en naar de Heere gaat? Als u de grote schare die niemand kan tellen rondom de troon hoort zingen “Waardig is het Lam”, dan is dat nog steeds het evangelie. Het evangelie is het evangelie van God aangaande Zijn Zoon Jezus Christus, voor tijd en eeuwigheid. Het is oneindig veel meer dan vergeving van zonden en bevrijding van dood en oordeel. Het evangelie omvat alles wat in Christus is. Daarvoor heeft Paulus strijd gevoerd. Niet alleen maar voor de behoudenis van de mensen, maar dat ze zouden verstaan waartoe ze behouden zijn. Dat is de strijd. Hij zegt: “Het evangelie dat wij u verkondigd hebben”. In deze woorden is de hele brief samengevat. Het evangelie is vrijmaking van alle wettische banden. Het is vrijmaking tot de vrijheid van de zonen Gods. Dat is het thema van deze brief. Dat is het evangelie.

In deze brief noemt Paulus wetticisme een juk van slavernij. Hij roept hun toe: “Houdt stand in de vrijheid waarmee Christus u heeft vrijgemaakt en laat u niet weer een slavenjuk opleggen”. Het woord “juk” dat hij gebruikt, is hetzelfde woord dat de Heere Jezus gebruikt in Mattheüs 11 vers 28-30. “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt … neemt mijn juk op u en leert van Mij, … want mijn juk is zacht en mijn last is licht”. Hij sprak tot de scharen die onder het juk waren van het Joodse wetticisme. Hij zei dat als je onder dat juk bent, je vermoeid en belast bent. Hij zei: “Mijn juk is zacht”, waarmee Hij bedoelde: Ik zal jullie bevrijden van het juk van Joodse slavernij, van al het zwoegen onder de wet.

De schriftgeleerden en de Farizeeën hadden duizenden interpretaties van het Oude Testament. Ze hadden de wet van Mozes genomen en elke wet van tweeduizend interpretaties voorzien en zo hadden ze de mensen een zware last opgelegd. Dat is altijd het effect van wetticisme. Onder een wettisch systeem weet je niet wat wel en niet mag. Je vraagt je voortdurend af: mag dit eigenlijk wel? Als we dit doen, komen we dan onder het oordeel? Of als we het niet op die manier doen?

Zo was het toen en Paulus was zelf onder die last geweest. Hij zegt dat in Romeinen 7. En hij besluit dat trieste verhaal met: “Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?” Dat hele systeem is een systeem van de dood, maar dan voegt hij eraan toe: “Gode zij dank, door Jezus Christus onze Heere!” Dat is waar het om gaat in deze brief aan de Galaten. Dit is wat Paulus het evangelie noemt.

De grote vraag betreft dus de ware aard van het christendom, van datgene wat met Jezus Christus gekomen is. Wij moeten zien waarin wij gekomen zijn in Christus. Het is een heerlijk evangelie, het evangelie van onze vrijheid in Christus.

Wordt D.V. vervolgd.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW