9 jaar geleden

De wijnstok en de ranken (3)

Indien God van mij verwacht dat ik vrucht draag – en ik kan zelf die vrucht op geen enkele wijze voortbrengen – hoe wil Hij dan dat die vrucht geproduceerd wordt? De gelijkenis geeft daar antwoord op …

Hoofdstuk III

“Ik in u”

“Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht … blijft in Mij, gelijk Ik in u” (Johannes 15:5 en 3).

We hebben nagedacht over de tragedie van de rank die geen vrucht draagt, en we hebben onder ogen gezien dat een rank onmogelijk door eigen inspanning vrucht voort kan brengen. Maar nu hebben de wijnstok en de ranken ons een volgende les te leren.  Alléén wie zich de vorige lessen eigen heeft gemaakt, is daar klaar voor.

Indien God van mij verwacht dat ik vrucht draag – en ik kan zelf die vrucht op geen enkele wijze voortbrengen – hoe wil Hij dan dat die vrucht geproduceerd wordt? De gelijkenis geeft daar antwoord op. De vrucht wordt voortgebracht door het leven-van-de-Wijnstok in de rank. Het is Gods bedoeling dat de vrucht in mijn leven voortgebracht wordt door het Leven van de Heer Jezus die in mij woont,

“Toch leef ik,” zegt de apostel Paulus, “dat is niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” (Galaten 2:20). “Niet ik” – niet door eigen kracht of eigen goedheid, net zo min als er leven is in de rank door iets wat de rank gedaan heeft. “Maar Christus leeft in mij” – het is Zijn leven dat in mij die dingen bewerkt die voor God aanvaardbaar zijn, net zoals het leven van de wijnstok ervoor zorgt dat de rank vrucht draagt.

Zo is het Gods plan voor iedere christen dat de Heer Jezus, die in ons woont door Zijn Heilige Geest, al die dingen bewerkt die voor God acceptabel zijn en Hem verheerlijken.

Als dat duidelijk is geworden, dan heb je daarmee het grootste geheim doorgrond van het leven dat God voor je heeft. De Heilige Geest woont in iedere christen en Hij is het die al het werk doet dat God nodig acht – al dat werk dat nodig is voor het voortbrengen van de vrucht waar
Hij op uit is. Het belang van deze geweldige waarheid kan alleen maar begrepen worden, wanneer je de les van de volkomen hulpeloosheid van de rank ter harte genomen hebt.

Het gaat erom dat je dóór krijgt dat je uit jezelf nooit een leven kan beginnen dat voor God aanvaardbaar is. Dán pas ga je begrijpen waarom God je de Heilige Geest gegeven heeft, namelijk om het HELE werk te doen. Hij is niet van plan je te assisteren bij het vruchtdragen – dat doet de wijnstok ook niet voor de rank. Het is zélfs niet zo dat de Heilige Geest wel Zijn werk doet, maar er toch ook op rekent dat jij Hem daarbij zoveel mogelijk helpt. De rank kan de wijnstok in geen enkel opzicht helpen. Nee, Christus zelf moet ALLES in je doen, net zoals de wijnstok ALLES moet doen in de rank.

Wat kun jij doen?

Laat me dat laatste nog eens benadrukken, want het is iets, dat we maar héél langzaam leren. Wat doet de wijnstok allemaal om tot vruchtdragen te komen? Alles. Wat doet de rank allemaal om te helpen? Niets. Hoeveel moet het leven van de Heilige Geest in je doen? Alles. Hoeveel moet jij doen om daarbij te helpen? Niets.

Christus deed in Zijn sterven en opstaan alles voor jouw “rechtvaardigmaking”, jij deed niets. Jij aanvaardde simpelweg de gevolgen van een werk dat volbracht werd twintig eeuwen vóór je geboren werd. Zo moet Christus in jou ook alles doen voor je “heiligmaking”. Jij moet niets doen, alléén maar de gevolgen aanvaarden van een werk dat Hij “ten einde toe zal voortzetten”, zo zeker als Hij in je “een goed werk is begonnen” (Filippenzen 1:6).

“Maar”, vraag je, “is er echt niets wat ik moet doen?” “Nee, niets.” “O, maar nu ga je toch te ver. Je kunt zoiets niet tot zo’n uiterste doordrijven. Natuurlijk zijn er dingen die ik doen moet. Moet ik m’n bijbel niet lezen en bidden, moet ik niet getuigen voor Christus, moet ik Hem niet alles overgeven, moet ik geen goede werken doen wanneer de gelegenheid zich voordoet?”

Weet je waarop je lijkt? Je lijkt op de rank die zegt: “Het heeft helemaal geen zin me te vertellen, dat ik niets moet doen om vrucht voort te brengen. Dat gaat te ver. Natuurlijk moet ik iets doen. Moet ik soms geen vrucht voortbrengen?

Ik zou het volgende zeggen tegen die rank: “Ja, je hebt gelijk, je moet vrucht voortbrengen, maar dat zal je nooit lukken door het zélf te proberen. Om die vrucht moet je je niet druk maken, maar om het leven. Zodra je dat hebt, komt de vrucht ook.”

En zo antwoord ik jou ook; ja, natuurlijk moet je je bijbel lezen en bidden en getuigen en goede werken doen. En natuurlijk moet je je aan Christus overgeven, maar kun je niet begrijpen dat al deze dingen deel zijn van de vrucht zelf? Je kunt deze dingen niet doen vanuit jezelf. Het enige dat je op die manier bereikt is imitatie; met andere woorden, je gaat te werk als een rank, die niet begrijpt dat échte vrucht het resultaat is van het “wijnstokleven” in haar – daarom behangt ze zich maar met plastic druiventrossen …

Laat de vrucht eens even rusten. Zonder HEM kun jij NIETS doen – daarbij inbegrepen zijn het gebed, het getuigen, de overgave, alles. Ieder afzonderlijk vruchtje moet het resultaat zijn van het leven van Christus in je. Richt al je aandacht op het Leven! Wanneer je dát hebt, dan komt de vrucht vanzelf

Zijn volmaakte werk

Laat de vrucht dus even buiten beschouwing. Vergeet even dat je moet bijbellezen, bidden, getuigen, en al die andere dingen, en concentreer je gedachten op het Leven dat de bron moet zijn voor dit alles. Dat Leven is Christus in je. Hij leeft in je door de Heilige Geest en Hij verlangt er naar Zijn volmaakte werk in je te doen. Hij kan dat niet doen terwijl jij probeert het vóór Hem te doen. Is dat wat er aan de hand is met je christenleven – dat je almaar hebt geprobeerd Zijn werk vóór Hem te doen? Je hebt je bijbel gelezen, je hebt geprobeerd het te begrijpen. Het is je gelukt om er heel wat van in je hoofd te krijgen en misschien kun je er aardige lezingen over houden, maar het lééft niet voor je. Je hebt geprobeerd te bidden, maar het ging niet veel hoger dan het plafond, en eigenlijk weet je nauwelijks iets af van echte gemeenschap met God. Je hebt getuigenis gegeven, maar er was maar weinig kracht. Je hebt getracht alles aan God over te geven, maar je merkt meer en meer dat dat zondige hart van je niet geïnteresseerd is in wat Hij wil.

Je probeert Zijn werk vóór Hem te doen; dat is je hele probleem. Jij hebt de verantwoording op je genomen voor een werk, waarvoor Hij juist wil dat je de verantwoordelijkheid aan Hem overlaat. Het is Zijn werk om Zijn Woord levend voor je te maken, om de ogen van je hart te openen, zodat je de “wonderen van Zijn wet” ontdekt. Het is Zijn werk om te getuigen met jouw geest, dat je een kind van God bent (Romeinen 8:16). Zo zorgt Hij dat je gebed de blijde gemeenschap wordt van een kind met zijn oneindig liefhebbende Vader. Het is Zijn werk om je in staat te stellen te dienen, je te vervullen met Zichzelf, en in je zwakheid Zijn kracht ten volle in je te openbaren (2 Korinthe 12:9-10).

Het gevolg is dat er dingen beginnen te gebeuren, terwijl je steunt op Hem in je getuigenis tot anderen, dingen die alles te maken hebben met Zijn kracht. Het is Zijn werk om je tot die volle overgave te brengen. Dat doet Hij door met Zijn licht te schijnen op de zaken die Hem niet behagen, en je te vervullen niet Zijn liefde, totdat je begrijpt dat het gewoon het beste is om Hem Zijn gang te laten gaan in je leven. Dit alles is Zijn werk, Je kunt het niet vóór Hem doen. Ook is het uitgesloten dat je de dingen alvast voor Hem klaarmaakt. Je moet al die zinloze pogingen stoppen en in afhankelijkheid tot Hem opzien. Hij is in je – Gods volledige voorziening voor alles wat je nodig hebt. Hij staat klaar om Zijn werk te doen, zodra jij het Hem toestaat. Met vaste hand zal Hij een wondermooi werk doen, als jij ophoudt met je eigen zwakke inspanningen en je geheel op Hem verlaat. Hij zal een volmaakt werk doen, waar jij niet eens aan beginnen kunt. Wil je nu niet tot Hem opzien en Hem vertellen dat je je niet meer gaat bemoeien met Zijn werk? Zou je Hem niet vragen dóór te gaan met dat werk dat Hij in je begonnen is, om het tot een goed einde te brengen?

Wordt D.V. vervolgd

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM