Hanna (4: vrede in het hart)
Dinsdag 3 juni 2025
Het is werkelijk verbazingwekkend wat een gebed teweeg kan brengen. Niet in de eerste plaats in de omstandigheden, hoewel die voor deze toegewijde vrouw snel zouden veranderen, maar eerder in haar eigen hart.
Opmerking: De volgende tekst is een door de computer gegenereerd transcript van het audiobestand. Spraakherkenning kan in sommige gevallen foutief zijn. Dit geldt ook voor alle vorige en toekomstige publicaties over dit onderwerp.
We hebben gezien dat Hanna een gelovige vrouw was die haar hart volledig voor God uitstortte; die verkeerd begrepen werd, zelfs niet door de hoogste vertegenwoordiger van God hier op aarde, niet begrepen door de priester, maar die geestelijk reageerde op deze werkelijk onverantwoordelijke, schandalige beschuldigingen en zelfs zijn autoriteit erkende. We lezen nu in 1 Samuel 1 vers15: “Maar Hanna antwoordde en zei: Nee, mijn heer, ik ben een diepbedroefde vrouw; ik heb geen wijn of sterkedrank gedronken, maar ik heb mijn ziel uitgestort voor het aangezicht van de HEERE.” Dit laat zien, dat ze haar verdriet niet probeerde te verdrinken in alcohol. Ik wil jullie ook vertellen, dat er veel verdriet is in de harten van zusters, zowel uiterlijk als innerlijk verdriet. Misschien worden ze slecht behandeld door haar man, misschien geslagen, misschien psychisch onder druk gezet, misschien leven ze echt onder druk, of ze leeven samen met een narcist, of het is allemaal ontzettend moeilijk. En daarin kan gevaar schuilen – nee, er is het gevaar – dat iemand probeert dit op de een of andere manier te compenseren, bijvoorbeeld door een medicatie te gebruiken, en die medicatie kan ook alcohol zijn, simpelweg om dit verdriet, deze ellende te vergeten. Het kan ook zijn, dat u weduwe bent en alleenstaand, of dat u ongehuwd bent en het innerlijk gewoon niet aankunt, en dat u uw toevlucht zoekt in alcohol. En hier zien we een vrouw die echt een voorbeeld is: zij deed dat niet; in plaats daarvan zocht ze haar toevlucht bij God. En dat is precies wat ik u toewens: dat wanneer u in nood bent, wanneer u zich in moeilijke levensomstandigheden bevindt waarin u het gevoel hebt dat u het niet aankunt, u uw toevlucht niet zoekt tot een of ander middel zoals alcohol of andere verdovende middelen zoals medicijnen, maar dat u naar de Heer gaat, of dat u een echtpaar zoekt, dat u kan helpen, een oudere zuster die u kan bemoedigen, die u andere gedachten kan aanreiken door het Woord van God, door middel van een bediening, een profetische bediening, een profetische bediening. Alcohol is geen oplossing, en dat weet u ook, daarom spreek ik dit onderwerp aan, omdat ik steeds weer merk, dat sommige mensen het als een oplosmiddel zien; overigens ook mannen, zij misschien zelfs nog makkelijker. En Hanna deed dat niet; ze dronk geen wijn of andere sterke drank, maar zoals ze zelf zegt, stortte ze haar hart uit voor God.
En dat brengt ons bij het volgende punt, wij zijn daarmee al bij punt 16: ze was niet een dochter van Belial, maar vanuit de diepte van mijn eigen verdriet en pijn spreek ik. Het is werkelijk ontroerend, dat ze haar hart uitstort bij God, dat ze oprecht vanuit haar hart tot God spreekt en niet simpelweg probeert deze dingen zelf op te lossen. Nee, ze gaat naar God en stort haar hart bij Hem uit. Dat kunt u ook. U kunt spreken vanuit de diepte van uw eigen verdriet en pijn. Het gaat er ook om dat ze erkent, dat ze diep getroffen is. U hoeft het niet aan iedereen te vertellen, hoewel het wel nuttig kan zijn om een medezuster – iemand die geestelijk is, ervaring heeft met een leven met de Heer, misschien zelfs ervaring heeft met pastorale zorg – te vertellen wat er in uw hart speelt, om het te uiten, niet om haat te uiten, maar om uw te uiten wat voor nood u hebt, om het haar en de Heer te vertellen, en het vervolgens dan ook te overwinnen. Het gaat erom eerlijk te zijn over de dingen die u in uw leven ervaart. We hoeven de Heer of elkaar niet te bedriegen. Nogmaals, we hoeven onze oprechte gevoelens niet te etaleren op de markt, en dat is ook niet wat Jakobus 5 bedoelt – onze zonden aan elkaar belijden. Die passage gaat over het belijden van een zonde aan de persoon tegen wie u gezondigd hebt, niet aan elke gelovige.
En dan is het prachtig om te lezen in vers 17: “Toen antwoordde Eli en zei: Ga in vrede, en de God van Israël zal u geven wat u van Hem gebeden hebt.” Wat een verschil met wat Eli in vers 14 zegt: “Hoelang zult u zich nog dronken gedragen? Ontdoe u van uw wijn.” Nu zegt hij: Ga in vrede, en de God van Israël zal u geven wat u van Hem gebeden hebt. Zo’n zuster kan zo een broeder overtuigen, een broeder die op dat moment in feite hoger in rang stond dan zij, aangezien de hogepriester de hoogste vertegenwoordiger van God was, zoals al eerder gezegd. En door haar nederige houding, door de bescheidenheid die in haar woorden doorscheen, overtuigde ze deze vertegenwoordiger van God, deze hogepriester, ervan dat de situatie totaal anders was. Ik zou willen dat u zoiets ook meemaakt, dat het u bemoedigt. Het hoeft geen broeder te zijn; het is sowieso niet juist voor een zuster om per se naar een broeder te gaan, want daar loeren andere gevaren. Maar in zo’n situatie, waarin ze misschien verkeerd begrepen is, net als Hanna, en nog steeds verkeerd begrepen wordt, als ze niet openlijk in opstand komt, maar in plaats daarvan haar boodschap open, nederig en zachtmoedig deelt, dan zult u ervaren hoe God iemand op uw pad brengt om u aan te moedigen en te bemoedigen om eenvoudig met de Heer verder te gaan en niet alleen om dingen aan de Heer voor te leggen, maar ook om op Hem te wachten, en Hij zal zorgen voor een goede afloop.
En dan lezen we in vers 18, dat is dan punt 18: “Zij zei: Laat uw dienares genade vinden in uw ogen. Vervolgens ging de vrouw haars weegs. Zij at weer en haar gezicht stond bij haar niet meer als voorheen.” Dat is buitengewoon interessant. Wat veranderde hier? Veranderden haar omstandigheden? Helemaal niet. Ze was nog steeds kinderloos; haar moeilijkheden waren onveranderd. Maar wat wel veranderd was, was haar hart, en dat is het Oudtestamentische equivalent van wat de apostel Paulus zegt in Filippi 4 vers 6: “Weest in niets bezorgd, maar laat in alles, door gebed en smeking met dankzegging, uw verlangens bekend worden bij God. En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.” De zorgen die iemand voor de Heer brengt, zoals Paulus zegt, zijn echte zorgen. Het is niet zo, dat de zorgen plotseling verdwijnen, of dat Paulus zegt, dat het allemaal onzin is wat u daar zegt. Integendeel, dit zijn zorgen die we aan God kunnen voorleggen. Dit zijn zorgen waarover we bezorgd moeten zijn, waarover we ons niet hoeven te piekeren, maar die we aan de Heer kunnen overgeven. Maakt dit deze zorgen op de een of andere manier onbeduidend? Hebben ze geen basis meer? Ja, die hebben ze, maar wij zijn veranderd. De vrede van God, die God ons geeft, de vrede die Hij Zelf geniet, die door niets kan worden aangetast. De hele wereld zou in zekere zin kunnen vergaan, maar God zou op de een of andere manier onaangetast blijven in Zijn vrede; Hij zou van deze vrede kunnen blijven genieten. En dat zien we ook bij deze vrouw. God had Zijn vrede, schonk Zijn zorg en Zijn liefde aan deze vrouw; haar gezicht was niet meer hetzelfde. En dit was niet alleen uiterlijk, alsof alles op de een of andere manier veranderd was, maar haar hart was werkelijk veranderd.
Haar hart was nu vervuld met Gods liefde, Gods zorg, Gods genade, en ze kon ervaren, dat de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, nu in haar hart werkzaam was. We denken ook aan een vers zoals David dat in Psalm 37 uitdrukte. Dat is precies wat ze nu zou ervaren. Natuurlijk weet u niet wat er van God zal komen als u zo’n nood hebt en die aan Hem voorlegt, als u die in gebed aan de Heer Jezus geeft. Maar u mag toch weten, dat Hij het hoort, dat Hij Zijn volk hoort op Zijn tijd, dat Hij het op Zijn eigen wijze verhoort, maar dat Hij Zijn vrede al geeft. Ja, Paulus gaat in Filippi 4 zelfs nog verder, want hij wil dat we niet alleen de vrede van God ervaren, maar ook de God van vrede die met ons zal zijn – dat is Filippi 4:9 – dat we Hem ervaren en onze blik afwenden van deze noodvolle situatie en op Hem zien.
Dan lezen we verder in vers 19. “Zij stonden ’s morgens vroeg op, bogen zich neer voor het aangezicht van de HEERE, keerden terug en kwamen aan bij hun huis in Rama. Elkana had gemeenschap met zijn vrouw Hanna, en de HEERE dacht aan haar.” Is er iets veranderd? Nee, maar we lezen niet langer over bitterheid, we lezen niet langer over deze ongelooflijke nood van het hart, maar wat lezen we dan wel? Wat een moment van verandering, dat God nu in deze concrete nood aan haar dacht, en dat u mag weten, dat God ook aan u denkt, ook aan u denkt in uw nood, en dat als dit op de een of andere manier overeenkomt met Zijn wegen en u niet probeert iets van Hem af te dwingen, dat hij een antwoord geeft en u er zeker van mag zijn, dat Hij reageert, dat Hij u dat geeft, wat tot Zijn verheerlijking en tot uw zegen is.
Hier zien we, als punt 19, dat ze werkelijk gezegend is en gezegend zal blijven: De Heer dacht aan haar. Elkana had gemeenschap met Hanna zijn vrouw. Had hij niet al vele malen voordien gemeenschap met zijn vrouw gehad? Jazeker. Maar tot dat moment had God haar baarmoeder gesloten, en nu verandert God dat. Hij is met Hanna tot Zijn doel gekomen. Hanna droeg een wortel van bitterheid in haar, en we moeten toch ook toegeven, dat er in ons leven situaties kunnen ontstaan waarin we ook moeilijkheden ervaren, waarin we moeten wachten, waarin God ons iets niet geeft; en waarin we, als we terugkijken, moeten zeggen: ja, er was een moment, al was het maar een specifiek geval, zoals bij Job of Hanna, waarop een wortel van bitterheid kon ontstaan, waarop we op onszelf vertrouwden, waarbij we dachten, dat we recht hadden op dit of dat, en waarop God ons moet laten zien dat dit niet het geval is. Mijn kracht wordt volbracht in zwakheid. We willen leren wachten op de Heer zoals Hanna. We willen leren zoals Hanna tot de Heer te komen. We willen leren zoals Hanna ook de dingen aan de Heer over te laten en onze harten door Hem te laten vervullen; dan zullen we, ongeacht Gods antwoord, een pad van zachtmoedigheid en vrede bewandelen die God verheerlijkt, en die God zelfs nog meer verheerlijkt als er geen antwoord komt, zoals we hier bij Hanna vinden, maar we onze weg vervolgen in zachtmoedigheid, vreugde en in vrede met de Heer.
Manuel Seibel; © www.bibelpraxis.de
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW