Bijbelgedeelte: Daniël 6 vers 26-29
Leestijd: 3 minuten
26. Toen schreef koning Darius aan alle volken, natiën en talen die op heel de aarde woonden: Moge uw vrede toenemen!
27. Er wordt door mij bevel gegeven dat men in heel het machtsgebied van mijn koninkrijk zal beven en sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God, en houdt voor eeuwig stand. Zijn Koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde.
28. Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.
29. En het ging deze Daniël voorspoedig onder het koningschap van Darius en onder het koningschap van Kores, de Pers.
De reacties van de vertegenwoordigers van de eerste twee wereldrijken in hoofdstukken 2 tot en met 6 zijn opmerkelijk: in Daniël 2, na de uitleg van de droom, brengt Nebukadnezar lof; in Daniël 3, na de redding van Daniëls drie vrienden uit de vurige oven, brengt hij opnieuw lof; in Daniël 4, na zijn herstel als koning, is er wederom oprechte lofprijzing van God; in Daniël 5, bij Belsazar, vinden we niets van dien aard, alleen oordeel. En hier in Daniël 6, bij Darius, is er weer een lofprijzing.
Darius richt zich hier tot alle volken, naties en talen – dezelfde kring die in Daniël 7 vers 13 en 14 wordt genoemd met betrekking tot de heerschappij van de Heer, de Mensenzoon. Ondanks dit decreet van koning Darius moeten we echter erkennen, dat hij geen persoonlijke, levende relatie met God had! Hij spreekt nog steeds over de God van Daniël en roept op tot ontzag voor deze God. Hoewel hij Hem de levende God noemt, lijkt dit eerder een uiting van bewondering voor het feit, dat er een God is die dienaren heeft die Hem trouw blijven ondanks dergelijke bedreigingen.
In zijn beschrijving van deze God drukt Darius – een wereldlijke heerser afkomstig uit het heidendom – zich op een zeldzame, overvloedige en opmerkelijk uitgebreide manier uit, die bedoeld is om de heerlijkheid van deze God te benadrukken:
- Hij is de levende God: Hij is de God die de Bron van leven is, die leven geeft, leven bewaart en leven wegneemt (vgl. Jer. 10:10); van de Heer Jezus wordt gezegd, dat Hij de Zoon van de levende God is (Matth. 16:16), wat het fundament van de gemeente van God aantoont.
- Hij is eeuwig: Deze God is geen God die aan een bepaalde tijd gebonden is.
- Zijn koninkrijk zal nooit vernietigd worden: Het grote Babylonische rijk werd vernietigd, maar Zijn koninkrijk kan niet vernietigd worden.
- Zijn heerschappij duurt tot het einde: Er is niemand die Hem nakomt (Jes. 41:4; 44:6). Hij is de Eerste en de Laatste.
- Hij redt en bevrijdt: God heeft dit in Daniël aangetoond; Hij is Degene die handelt. Er is geen andere God die op deze wijze kan redden (Dan. 3:29).
- Hij verricht tekenen en wonderen: Alleen God kan zulke tekenen en wonderen verrichten, zowel in de hemel als op aarde. Gods gezag is niet beperkt tot de aarde.
Het is werkelijk schokkend, dat deze Darius, die zulke dingen over God zegt, niet over zijn eigen God kan spreken! Daniël kende deze God en had een persoonlijke relatie met Hem, maar voor Darius blijft het de God van Daniël.
Darius kende alleen het concrete geval van de redding van Daniël door God. Eén man was gered, en toch trekt deze koning de algemene conclusie, dat deze God een reddende God is. Hebben wij dit niet allemaal ook ervaren (Titus 3:4-5; 2 Kor. 1:10; Kol. 1:13; 2 Tim. 1:9, enz.)?
“En het ging deze Daniël voorspoedig onder het koningschap van Darius en onder het koningschap van Kores, de Pers” (Dan. 6:29).
Ook in het leven van Jozef lezen we meermaals over zijn voorspoed (Gen. 39:3,23). Ook hij heeft diepe ontberingen en lijden doorstaan vanwege de haat van zijn eigen broers. Maar of een leven uiteindelijk succesvol zal zijn, wordt bepaald door God, niet door de manoeuvres van mensen!
We hebben al gezien, dat Darius de Meder gelijktijdig regeerde met Kores de Pers. Kores was degene die vele jaren eerder door God bij naam was genoemd als degene die de Joden zou toestaan terug te keren naar hun land, en die door God is aangewezen als Zijn herder en degene die al Zijn goede wil volbrengt, als Zijn gezalfde en als degene die de Heer liefheeft (Jes. 44:28; 45:1; 48:14). Zijn dit niet allemaal ook aanwijzingen voor de Heer Jezus, de ware Kores? Met dit perspectief komt het historische deel van het boek Daniël tot een einde.
Achim Zöfelt; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 08.02.2015
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW