13 jaar geleden

De Gouden Kandelaar (10)

Het overwinningsgebed van degenen die zich in het geloof reeds nu in de heerlijkheid met Christus verenigd weten, moeten wij vandaag leren verstaan, leren bidden! Wat een onafzienbare gevolgen zou het hebben als alle gebedsstrijders deze volkomen overwinningspositie zouden benutten!

Het leven in de Geest (7)

Hoofdstuk 3 (vervolg)

Wye 1 - Stilte

Ik heb u macht gegeven tegen de gehele legermacht van de vijand

“Daarna wees de Here nog zeventig aan en zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou” (Lukas 10:1).

Ook wij willen beter leren verstaan dat het ons werk mag zijn voor de Here zelf toegang te verschaffen en de baan te bereiden in mensenharten. Dat vertrouwt Hij ons toe en Hij verwacht niets minder van ons. Waar Hij ons heen stuurt, daar wil Hij zelf komen!

Vol blijdschap keerden de zeventig terug naar hun Heer. Het resultaat van hun zending overtrof hun stoutste verwachtingen. “Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam!” (Lukas 10:17). Ongelukkige, door de duivel gebonden mensenharten waren bevrijd door de dienst van de eenvoudige en nog onervaren discipelen, omdat de kracht van de naam van Jezus zo groot is. Ze waren niet in hun eigen naam – niet als “beroemde predikers” – bij de mensen gekomen, maar als onbekende afgezanten van hun grote Heer. Jezus stemt dadelijk in met het overwinningslied van Zijn discipelen en versterkt het nog: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” (Lukas 10:18,19).

Het is zo belangrijk dat wij in onze gebeden op de grond van het volbrachte verlossingswerk gaan staan, van de overwinning over elke macht van de zonde en de duivel (Efeze 1:15-23). Zo worden we uitgetild uit ons door ons ik begrensde bidden, dat onder de ban ligt van de nood in ons en in anderen en we gaan staan in de overwinning van Jezus.

Dit overwinningsgebed is natuurlijk alleen mogelijk waar de plaats van overwinning, die ons in het leven waar Christus op de troon zit geschonken is, volkomen aanvaard wordt. Dan “kunnen wij als koningen heersen in het leven”, want wij hebben immers van God “de overvloed van genade en de gave der gerechtigheid ontvangen” (Romeinen 5:17).

Grijp de aangeboden kracht van de Here aan

“Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden, macht tegen de gehele legermacht van de vijand” (Lukas 10:19). Onder de zegening van onze almachtige, hemelse Heer is het op dit ogenblik voor alle verlosten mogelijk om de plaats van overwinning in te nemen. “De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden” (Psalm 110:2). Het is Gods wil dat wij geheel en al Zijn overwinning en Zijn macht aangrijpen (Efeze 6:10-20). Het overwinningsgebed van degenen die zich in het geloof reeds nu in de heerlijkheid met Christus verenigd weten, moeten wij vandaag leren verstaan, leren bidden!

Wat een onafzienbare gevolgen zou het hebben als alle gebedsstrijders deze volkomen overwinningspositie zouden benutten! We worden hier herinnerd aan de verovering van het land Kanaän door de Israëlieten. Hun voorbeeldige leider in strijd en overwinning was Jozua, die voor ons een voorbeeld en een beeld is van Jezus, die ons heil tot stand heeft gebracht, de Vorst van onze zaligheid. De verovering van het land Kanaän vond stap voor stap plaats door het grote vertrouwen dat vooral Jozua, maar ook het volk had in de wil, de macht en de heerlijkheid van hun God. De Heer had gesproken: “Elke plaats, die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden” (Jozua 1:3). Zo zetten zij dan vol moed en geloof hun voet stap voor stap op de grond van het beloofde land, drongen de vijanden terug en namen datgene in bezit, wat God hun toegezegd en al lang aan hun geloof geschonken had.

Ons bidden mag in steeds toenemende mate gehoorzamen aan God worden – een vrijmoedig opvragen van dat wat Hij ons reeds heeft beloofd. “Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit” (Psalm 2:6). Op dezelfde manier moeten wij het hele gebied van geestelijke zegeningen in bezit nemen en de ongeredde wereld winnen voor onze God, die immers alleen recht op haar heeft.

Abraham waagde het om met 318 man ten strijde te trekken tegen een overwinnende wereldmacht om zijn gevangen neef Lot aan de vijand te ontrukken en voor God terug te winnen. “En hij bracht al de have terug en ook de vrouwen en het volk. Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd” (Genesis 14:1-16,19,20).

Jefta, een dappere held uit de Richterentijd, eist vol geloofsmoed voor zijn volk op wat de Heer hun gegeven heeft: “Zo nemen wij in bezit al wat de Here, onze God, voor ons onteigent” (Richteren 11:24).

En de apostel Paulus trekt naar een wereld die ver van God is, om de overwinning van Jezus te verkondigen en haar voor God terug te winnen. “God zij gedankt, die ons te allen tijde in Christus doet zegevieren en de reuk van zijn kennis allerwegen door ons verspreidt, want wij zijn … voor genen een levensgeur ten leven” (2 Korinthe 2:14,16). Hetzelfde wapen dat aan deze strijders voor God de zekerheid van de overwinning gaf, is ook ons gegeven! “Dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof” (1 Johannes 5:4).

Bidt u het overwinningsgebed, mijn broeder, mijn zuster? Leeft u vandaag in die heerlijke vrijheid waarvoor Christus u heeft vrijgemaakt? Strijdt u om uw broeders en zusters los te maken, de een na de ander, uit de macht van de verblinding, uit de slavernij van het ik-leven? “De wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken” (2 Korinthe 10:4).

Is overwinning over de satan uw ervaring?

De satan kan als een bliksem ter aarde worden geworpen door de alles overwinnende naam van zijn grote Overwinnaar, Jezus! “Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft” (1 Korinthe 15:25). De Openbaring laat ons de laatste grote strijd van de Geest zien, waarvan het einde is dat de satan, de grote draak, de oude slang, die de hele aarde verleidt, uit de hemel op de aarde wordt geworpen en zijn engelen worden met hem neergeworpen. Daarna hoort Johannes in de hemel het overwinningslied: “Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van Zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen!” (Openbaring 12:10,12). Weliswaar verweert de duivel zich op aarde in een laatste woedende poging, “want hij weet, dat hij nog slechts weinig tijd heeft”. Tenslotte laat het einde van de Openbaring ons echter het ogenblik zien waarop de duivel in de poel van vuur en zwavel wordt geworpen, waar zowel het beest als de valse profeet zijn en “zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden”. In Lukas 10 voorziet Jezus de definitieve val van de satan. En ieder stukje overwinning dat een groep gelovigen en gebedsstrijders of ook één enkele gelovige behaalt, is een belofte voor de geweldige laatste overwinning. In dit licht ziet de Here Jezus ook vandaag iedere overwinning die u in uw eigen hart en leven en in het hart en leven van de mensen met wie u te maken hebt, behaalt.

U hebt te maken met een overwonnen vijand

Onze Verlosser heeft de verschrikkelijke overheden en machten van de satan ontwapend – terwijl Hij zelf vastgenageld was aan het kruis – door Zijn gehoorzaamheid en Zijn verzoenend lijden. Waar de satan meende te zullen triomferen, triomfeerde het Lam van God over hem en al zijn duistere machten. Nadat God op deze wijze de heerschappijen en machten, die hun rechten op ons deden gelden, volkomen ontmaskerd en ontwapend heeft, zijn zij immers openlijk aan de kaak gesteld. Door het kruis van Christus heeft God over hen gezegevierd – een volledige triomf uit hen gemaakt (zie Kolosse 2:8-15).

En hemel en aarde aanschouwden deze overwinning, die enig in haar soort is, die de Zoon van God in de allergrootste zwakheid over alle machten der duisternis behaald heeft. Voor het geloof is de duivel een overwonnen vijand! En hijzelf, evenals zijn boze geesten, zijn zich daarvan bewust (Mattheüs 8:28,29).

Als de gelovigen zich er ook maar zo volkomen van bewust waren dat zij met een verslagen vijand te doen hebben! De apostel Jakobus steunt op dit feit als hij aan de gelovigen schrijft: “Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden” (Jakobus 4:7). Wel is het van betekenis dat aan dit bemoedigende woord voorafgaat: “God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. Onderwerpt dus aan God”. Pas wanneer de hoogmoed in het hart van het kind van God is gebroken, als hart en leven aan Hem onderworpen zijn, zal het mogelijk zijn deze blijvende overwinning over de duivel in de praktijk te ervaren. Hoezeer moet het ons aantrekken de weg van de ootmoed te gaan, als Daniël zegt: “De nederigste onder de mensen stelt de Allerhoogste aan in het koningschap” (Daniël 4:17).

Heer, geef mij ootmoed en die mate van geloof die ik vandaag nodig heb om U te verheerlijken, Uw strijd te strijden, Uw overwinning te behalen voor mij en voor anderen!

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW