4 jaar geleden

Christus en het huis van Simon, de farizeeër

Het huis was geveegd en op orde, maar helaas, het was leeg! Simon, de gastheer, was punctueel geweest in het observeren van de verbodsbepalingen, van de rituelen en ceremoniën van de wet. Maar er was geen liefde in zijn hart of in zijn huis.

En de verschillende geschenken en offers van de farizeeër konden het geweten van de trotse man niet vrij maken. Hij reinigde alleen “de buitenzijde van de kom”. Het hart waaruit de uitgangen van het leven komen, was nog steeds als altijd onrein en bezoedeld, was koud en liefdeloos.

De Heer komt ook in een leeg huis

De Heer had dus een uitnodiging van Simon in het huis van een zondig man ontvangen, die zichzelf bedroog met de ijdele waan dat hij een kind van de gelovige Abraham was. Maar, hoewel in een koud, onvruchtbaar en liefdeloos huis uitgenodigd, de zachtmoedige en nederige Meester ging toch.

Hij liet zich niet misleiden door de schijnbare gastvrijheid achter Simon’s open deur. Hij wist dat Hij gevraagd was om in een “leeg huis” te eten. Maar in die genade, die uit de hemel was, niet van de aarde, antwoordde Hij erop en ging bij Simon aan tafel.

De Heer wist dat bij Zijn komst elk uiterlijk teken van welkom en respect zorgvuldig zou worden vermeden; geen water voor Zijn voeten, geen kus op de wang, geen olie op het hoofd. Maar de Heiland bleef niet op de drempel staan. Hij ging naar binnen om zich aan de verachting en oneer, die Hem wachtte, bloot te stellen.

Abraham en Simon – zoon van Abraham: Wat een verschil!

Wat een contrast tussen Simon’s ontvangst en de maaltijd die Abraham bij Mamre voor de Heer bereidde (Gen. 18:1), toen “drie mannen” in de hitte van de dag aan de ingang van zijn tent verschenen!

Met welk een ijver zette de patriarch zich in om hen te bedienen! “Laat er toch wat water gebracht worden”, zei hij, “was dan uw voeten, en rust wat uit onder de boom. Dan zal ik een stuk brood halen, zodat u op krachten kunt komen”.

En Abraham haastte zich naar Sarah, zodat koeken werden gemaakt, terwijl hijzelf naar de kudde rende, “nam een kalf dat er mals en goed uitzag”, en gaf het aan de knecht, die zich haastte om het te bereiden. “Toen nam hij boter en melk, en het kalf dat hij bereid had, en zette het hun voor en terwijl hij bij hen onder de boom stond, aten zij”.

Abraham’s maaltijd was alleen voor de Heer Zelf gemaakt, en Hij nam het aan, omdat het hem uit liefde en diepe eerbied aangeboden werd.

Dezelfde Heer – bekend, hoewel niet erkend

Dezelfde persoon die ooit bediend werd in Mamre, kwam naar het huis van Simon de Farizeeër die pochte van het zaad van Abraham te zijn. Maar Simon bewees dat hij niet een zoon van Abraham was, want hij deed niet de werken van Abraham. Zoals de Heer zei: “Abraham … verheugde zich erop dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en zich verblijd” (Joh. 8:56). Simon zag echter geen schoonheid in Hem, toen Hij in het vlees voor hem stond. In zijn hart verachtte en bespotte hij zijn gast en hij oordeelde dat Hij geen profeet kon zijn.

Maar terwijl de Farizeeën de Zoon onteerden, had de Vader zulken in het land, die Hem in de dagen van Zijn vernedering eerden. Wat een ontvangst werd Hem in het huis van die andere Simon, de melaatse, bereid! (Joh 12:1; Matth. 26:6).

Het komt op het hart aan!

Het was daar, waar liefdevolle harten Hem zes dagen voor het Pascha een diner bereidden. Martha diende; Lazarus, de “gestorvene”, zat bij Hem, en Maria zalfde in geloof en liefde Zijn hoofd en Zijn voeten voor de dag van Zijn begrafenis. Dit huis in Bethanië was vervuld met een geur van huldiging van de liefde. “Beter is een schotel groente waar liefde is, dan een gemeste os met haat erbij” (Spr. 15:17).

Is het hart van ons ook een huis van gastvrijheid voor de Heer van de genade en heerlijkheid? Moge het ontvangen van Hem bij ons eerzaam en oprecht zijn, zonder arrogantie en aanmatiging. Bekleed u “met nederigheid en zachtmoedigheid” want Hij die “in de hoge en in het heiligdom” woont, wil ook bij hen wonen, die een “verbrijzeld en verslagen hart” hebben. (Ps. 51:19).

William J. Hocking

 

© Beröa Verlag; uit: Halte Fest, 1976, bladz. 217.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol