11 jaar geleden

Zogenaamde genezingsbedieningen (1)

Onder deze titel wordt de zogenaamde genezings-bediening in Frisse Wateren gevolgd aan de hand van uittreksels uit de nieuwsbulletins van broeder A. Geelhoed. Het is zeker goed om hiervan nota te nemen, zeker wanneer u belaagd wordt door verkeerde leringen vanuit de “genezingshoek”. Helaas zijn er geliefde broeders en zusters die hierdoor psychisch in nood geraken en heel veel extra (onnodig) leed ondergaan …

“Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede” (2 Petrus 3:17)

Nieuwsbulletin nr. 11 (14-11-2006)

  • Het geringe resultaat van de hedendaagse genezingsbedieningen
  • De eerste getuige uit eigen kring
  • De tweede getuige uit eigen kring
  • Waarom moet dit gezegd worden?
  • Op zoek naar een wonder I (programma van de EO)
  • Op zoek naar een wonder II
  • Verzoek tot informatie over Jan Zijlstra
  • Tenslotte nog dit: houd moed

Het geringe resultaat van de hedendaagse genezingsbedieningen

Een ieder die vele jaren in het hart van de evangelische beweging heeft doorgebracht weet dat ook bij de zogenaamde genezingsbedieningen nauwelijks werkelijk wonderbaarlijke genezingen voorkomen. Wonderbaarlijk in de zin van plotselinge volledige genezingen, zoals in de tijd van Jezus en de apostelen standaard het geval was. Het ene moment lag b.v. de schoonmoeder van Petrus met hoge koorts op bed, het volgende moment was ze bezig om Jezus en de apostelen te dienen.(Matth 8:14,15)

Vanaf het begin van de zeventigerjaren, de tijd van mijn bekering, hebben bijna alle bekende Nederlandse genezers Middelburg wel een keer aangedaan, mensen als Karel Hoekendijk, Johan Maasbach en Jan Zijlstra. Ik ken persoonlijk de organisator van genezingssamenkomsten met Karel Hoekendijk in Middelburg. Niemand genezen. Bij Maasbach hetzelfde.

Het zal best wel eens voorkomen dat er iemand wonderbaarlijk geneest, maar mijn stelling is dat dit niet vaker gebeurt dan in andere kringen waar serieus wordt gebeden. Het al of niet hebben van een genezingstheologie (b.v. genezing is in de verzoening) lijkt voor het resultaat geen enkel verschil uit te maken.

Let wel, ik zeg niet dat er helemaal geen genezingen voorkomen, af en toe wordt iemand onmiddellijk genezen. Maar, zoals gezegd, dat gebeurt overal waar ernstig tot God word gebeden.

Om verwarring te voorkomen. Het is wel van belang dat er onderscheid wordt gemaakt tussen aan de ene kant genezing en aan de andere kant bevrijding van occulte bindingen en bezetenheid. Ik heb in de voorbije 35 jaar in het pastoraat nooit met iemand te maken gehad die niet bevrijd werd. Klopgeesten in huis, geestverschijningen, omhooggetild worden naar het plafond, de keel dichtgeknepen als je wilt bidden, stuiptrekkend op de grond vallen, dit soort dingen zijn we in het gewone gemeentepastoraat tegengekomen. Alles week voor het gelovig gebed en het gezag van de naam van Jezus. Dit staat in scherp kontrast met de gebeden voor zieke mensen. Persoonlijk heb ik nooit een wonderlijke onmiddellijke genezing meegemaakt, waar ik direct bij aanwezig was, het is wel in mijn omgeving enkele malen gebeurd.

Dit is mijn eigen waarneming. Misschien brengt iemand hier tegen in dat dit het getuigenis is van iemand die zelf niet charismatisch is. En wellicht is hij daarom bevooroordeeld en niet goed op de hoogte.

Daarom wijs ik op twee getuigenissen van geestelijke leiders uit het midden van de Pinkster en de charismatische beweging zelf. De ene is Robert P. Menzies en de andere is Ben Hoekendijk. Zij getuigen beiden dat er in al die jaren, waarin zij in het hart van de pinksterbeweging waren, slechts een enkeling werkelijk genas.

De eerste getuige, Robert Menzies

De eerste getuige is Robert P. Menzies. Menzies heeft in samenwerking met zijn vader het boek “Geest en kracht – de theologie van de pinksterbeweging” geschreven. De Nederlandse uitgave is eind vorig jaar verschenen.

Menzies is opgegroeid binnen de pinksterbeweging, is zendeling en heeft les gegeven aan pinksterbijbelscholen, evenals zijn vader. Zij kennen de pinksterbeweging van binnenuit.

Het is niet zomaar een boek. Het is mede uitgeven door de VPE. VPE staat voor de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten in Nederland. Het logo van de VPE staat in het boek en er staat een aanbeveling op de achterzijde van Peter B. Sleebos, de voorzitter van de VPE. Hij noemt de schrijver “één van de betere pinkstertheologen”.

In het boek erkent Menzies dat er slechts incidenteel iemand geneest. In het hoofdstuk over genezing stelt hij een vraag die hij daarna gaat beantwoorden. De vraag luidt: “Hoe kan de genezing die God schenkt nu geworteld zijn in de verzoening als dat zo onzeker is en we het zo beperkt en incidenteel ervaren?” (p. 177) Hij erkent met deze woorden dat genezing onzeker is. Niet zomaar onzeker maar hij zegt: “zo onzeker” en dat genezing (zelfs in pinksterkringen!) slechts “beperkt en incidenteel” wordt ervaren. Let vooral op het woord incidenteel. Als iets slechts incidenteel voorkomt dat komt het slechts heel af en toe voor.

Daar heeft Menzies het moeilijk mee omdat hij, net als vele anderen, heeft geconstateerd dat de werkelijkheid niet overeenkomt met de (pinkster)leer over genezing. Hij had geconstateerd dat genezingen onzeker zijn en slechts incidenteel voorkomen, terwijl die volgens de pinksterleer niet onzeker zouden moeten zijn. Hier worstelt hij mee. In het boek tracht hij daar een verklaring geven voor de kloof tussen leer en werkelijkheid. Maar intussen erkent hij wel dat er slechts weinigen genezen.

De tweede getuige, Ben Hoekendijk

De tweede getuige die ik aan wil voeren is Ben Hoekendijk.

Ben Hoekendijk is tientallen jaren één van de meest vooraanstaande leiders van de Nederlandse Pinkster- en charismatische beweging geweest. Hij was oprichter en vele jaren de leider van Stichting Opwekking. Dat is de stichting die de bundel met de Opwekkingsliederen uitgeeft en die onder meer jaarlijks de grote conferentie met Pinksteren organiseert (Vroeger in Vierhouten, nu elders).

In het door hem geschreven boek “Op zoek naar Balans” vertelt hij dat hij met duizenden zieke mensen gebeden heeft en hij erkent dat er slechts een enkeling genas. Hij spreekt daarover op de bladzijde 41 van het boek. (Ben Hoekendijk, Op zoek naar Balans, uitgeverij Gideon, 1986, ISBN 9060673840, p 41).

Ik citeer: “Er was een tijd, zo’n twintig jaar terug, dat wij onze tent opzetten in een stad en het spandoek met ‘Jezus redt en geneest’ er bovenop hingen.”

“Net als zij (William Branham, Tommy Hicks, Oral Roberts en T.L. Osborn) liet ik de zieken voor het podium langs komen en legde ik ze de handen op …. Honderden, ja duizenden hebben we zo de handen opgelegd en gebeden voor genezing. Er gebeurden enkele opmerkelijke genezingen ….”

Hier hebben we zwart op wit het getuigenis van voormalig pinksterleider Ben Hoekendijk. Hij heeft met duizenden mensen gebeden en er gebeurden enkele opmerkelijke genezingen. Zet de duizenden zieke mensen af tegen de enkeling die genas. Hij geeft hier toe dat het gebed met de zieken nauwelijks resultaat had. Er genas slechts een enkeling.

Alhoewel hij voor duizenden gebeden heeft en er slechts een enkeling genas heeft hij toch jarenlang met de boodschap rondgetrokken dat Jezus geneest. Hij hing, zoals hij vertelt, zelfs een spandoek op de evangelisatietent met de tekst “Jezus redt en geneest.” Hij verkondigde in die jaren dat genezing in de verzoening is en dat het de wil van God is om iedere zieke te genezen.

Het is tekenend voor zijn irrationaliteit dat hij rustig in een volgend boek, dat 1 jaar later uitkwam, beweert dat het Gods wil is om altijd te genezen. Ik citeer: “Genezing is de wil van de Vader” (Leven in de Geest, Ben Hoekendijk, Gideon, 1987, ISBN 9060674294, pagina 57)

Tot zover het tweede getuigenis. Ik heb deze twee getuigenissen mede uitgekozen omdat Menzies en Hoekendijk ze op hebben geschreven. Ieder die twijfelt kan het in de genoemde boeken nalezen.

Waarom moet dit gezegd worden?

Omdat ondanks deze feiten velen toch de gelovigen blijven misleiden op het punt van genezing. Zieken wordt valse hoop gegeven. Ik heb de pinkstergelovigen van harte lief en respecteer hen, maar ik heb van nabij zoveel leed gezien, als gevolg van de leer dat God altijd of meestal wil genezen, dat ik toch moet waarschuwen. Het lijden van vele zieken wordt er zeer door verzwaard en het geloof van velen geschokt en afgebroken. Want als het werkelijk waar is dat de bijbel iedere zieke genezing belooft, hoe kan het dan dat slechts zo weinigen werkelijk genezen? Komt God zijn beloften dan niet na? Of heeft God de ruif met het voedsel zo hoog gehangen dat slechts een enkeling, met een bovenmenselijk geloofsinspanning, er bij kan? En wat zegt dat dan over God?

Menzies vertelt een verhaal dat typerend is voor wat ik keer op keer in mijn omgeving heb meegemaakt en gehoord. Het gaat over wat een leraar van een (pinkster)bijbelschool hem vertelde. Ik citeer: “Hij had zelf meegemaakt hoe een familielid vocht tegen kanker die haar lichaam verwoestte en hij had veel gebeden voor genezing aangehoord. Hij wist dat de zieke vrouw en ook het merendeel van degenen die voor haar baden een sterk geloof hadden. Hij had de woorden van bemoediging en advies gehoord. En ondanks dit alles zag hij hoe dit dierbare familielid een langzame en pijnlijke dood stierf” (Geest en kracht, p. 177)

Wat zal ik zeggen? We hebben de kaart bewaard van de begrafenis van een vrouw met kanker die door Bennie Hinn genezen was verklaard en die na 1 jaar overleed aan de kanker. De vrouw van een kennis is recent overleden, terwijl hij tot het einde toe, onder inspiratie van de gevaarlijke vloek en zegen leer van Derek Prince, genezing heeft geclaimd en vloeken heeft verbroken. En zo zou ik door kunnen gaan.

Ik geloof dat God kan genezen. Elke genezing is in feite van God. En ik geloof dat God spectaculair kan genezen, van het ene moment op het andere. Ik heb het in mijn omgeving enkele keren meegemaakt. Maar het gebeurde slechts incidenteel, precies zoals Menzies het zegt.

Elke keer komen er weer nieuwe genezers langs. Nu weer mensen als Emenike en Zijlstra. Wat is het resultaat als de stofwolken zijn opgetrokken? Zou het deze keer wel werken? Is het bij hen anders dan b.v. bij Johan Maasbach, Karel Hoekendijk en Ben Hoekendijk. Hebben de nieuwe genezers een krachtiger zalving dan die van de vorige generatie? Ik geloof er niet in.

Victor Emenike heeft zijn organisatie zelfs ‘It is Easy” (Het is gemakkelijk) genoemd. Het is blijkbaar, volgens hem, eenvoudig, gemakkelijk, om genezen te worden. Een ironische opmerking ligt op mijn lippen, maar daar is het onderwerp te ernstig voor. Emenike verkondigt op zijn site overigens zonder omhalen het oude klassieke pinksterstandpunt dat het altijd Gods bedoeling is om te genezen.

Op zoek naar een wonder I

Op zoek naar een wonder is de titel van een EO programma. Het bestond uit een serie uitzendingen die inmiddels alle zijn uitgezonden.

Voor het programma heeft men een aantal zieken gezocht. Daarop is men met hen naar een aantal van de bekende charismatische genezers gegaan opdat die voor hen zouden bidden. In het programma wordt dit op de voet gevolgd. In de vorm van een reallife soap.

De opzet was grondig. Vooraf werd b.v. goed gecontroleerd, via de behandelende artsen, of men inderdaad ziek of gehandicapt was. Dus bedrog was op dat punt niet mogelijk.

Het resultaat? Niemand genezen. Precies zoals je op basis van de hierboven door Menzies en Hoekendijk gegeven getuigenissen kon verwachten. Wel waren er de gebruikelijke aankondigingen (valse profetische uitspraken) dat mensen genezen waren, bij sommigen genezers werd in de Geest gevallen.

Het resultaat is dat ongelovige en gelovige televisiekijkers de indruk hebben gekregen dat wij een dode God hebben, een God die veel belooft maar het niet nakomt. Dat is het treurige resultaat als je namens God meer belooft dan waar je vanuit de Bijbel een mandaat voor hebt.

Op zoek naar een wonder II

Van verschillende zijde is er kritiek gegeven op de aanpak van de EO.

Zoals wel vaker had de EO het programma uitbesteed aan een productie maatschappij. Die had blijkbaar weinig affiniteit met het christelijke geloof. Maar de opzet was op zich goed. Zoek een aantal mensen die werkelijk ziek zijn en ga naar de bekende genezers toe en zie of ze genezen.

Onder meer Gerrie Velema heeft kritiek gegeven. Ze was bij de serie betrokken als pastoraal medewerkster, maar halverwege werd ze er uitgezet. Maar was het anders afgelopen als zij er bij was geweest?

Ook Jan Zijlstra had kritiek op de opzet. Maar waarom? Hij wilde niet meewerken. Was hij bang om door de mand te vallen? Ik heb hem bij Andries Knevel in het elfde uur horen beweren dat het normaal gesproken Gods bedoeling is om te genezen, er zijn alleen soms onbegrijpelijke uitzonderingen waar de genezing niet plaats heeft. Wel, hier waren een aantal zieke mensen, een aantal van hen geloofden oprecht in de Here Jezus. Was dat niet genoeg? Waarom waren ze niet welkom bij zijn samenkomsten?

Ten slotte nog dit: houdt moed

Sommigen dingen moeten gebeuren. Ze zijn aangekondigd in de Bijbel.
“Eerst moet de afval komen” (2 Thessalonika 2:3).
“Ziet toe, weest niet verontrust, want dat moet geschieden” (Mattheüs 24:6).

Daarom weest niet verontrust. Het loopt bij God niet uit de hand.
“En hun woord zal voortwoekeren als de kanker … en toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en Een ieder, die de naam des Here noemt breke met de ongerechtigheid” (2 Timotheüs 2:17,19).
“En de poorten der hel zullen haar, dat is de gemeente, niet overweldigen” (Mattheüs 16:18).

Wat te doen?

“Houd vast wat gij hebt opdat niemand uw kroon neme” (Openbaring 3:11).
“Houd u buiten het bereik van de onheilige holle klanken” (1 Timotheüs 6:20).
“Verkondig het woord, dring er op aan, gelegen of ongelegen” (2 Timotheüs 4:2).
“Blijft gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle” (2 Timotheüs 4:5).

“Met de vermaning om tot het uiterste te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. Want er zijn zekere mensen binnen geslopen” (Judas :3,4).

JEZUS KOMT TERUG

“Nog een korte tijd en Hij die komt zal er zijn” (Hebreeën 10:37).
“Want het heil is ons nu meer nabij dan toen wij tot het geloof kwamen” (Romeinen 13:11).

O WHAT A DAY THAT SHALL BE

WHEN MY JESUS I SHALL SEE

 

Een hartelijke groet,

Ary Geelhoed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol