14 jaar geleden

Zijn onze meisjes naïef?

David staat op en gaat naar het dak van het koningshuis. Dan slaat de vijand toe. Als David op het dak rond wandelt ziet hij van het dak een vrouw zich wassen. “Al de mannen zijn weg”, heeft misschien deze vrouw gedacht, “dus kan ik rustig een bad nemen”. Daar kun je misschien wel het een en ander op af dingen. Is dit niet een beetje naïef van Bathseba? Kan ze niet wat voorzichtiger zijn? Zijn zo ook niet sommige Christenmeisjes?

Hoe het ook zij, David ziet haar en – denkt dan niet meer aan het verbond dat Job met zijn ogen had gemaakt.

“Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven hebben op een maagd?” (Job 31:1). De geschiedenis van Jozef met de vrouw van Potifar dringt ook niet meer tot hem door (Genesis 39). David bezwijkt onder deze verleiding.

Seks is “in”

Hier gebeurt wat vandaag in de wereld – en helaas zelfs onder Christenen – wordt goed gepraat en getolereerd. Seksuele begeerten naar een vrouw worden opgewekt door allerlei middelen. Radio, televisie, film, video, reclamemateriaal vol met “sexuele hints”, vuile boeken, verleidelijke kleding, muziek dat druipt van seks door tekst en rytmes, enzovoorts. Sex is in. De door God bedoelde gemeenschap tussen een man en een vrouw wordt dagelijks omlaag gehaald. Die innige verhouding tussen een man en vrouw – een beeld van de liefde tussen Christus en de gemeente – wordt niet meer gekend, maar wordt integendeel bespot en gesmaad.

De seksuele revolutie in de jaren ’60 van de vorige eeuw hebben hiertoe zeer sterk bijgedragen. Seksuele misdrijven zijn aan de orde van de dag. Deze dingen noem ik niet om “zomaar iets te roepen”. Dit en nog veel erger is het “boze karakter” van onze tijd. Seks is één van de afgoden van onze tijd. Dit mogen we ons wel goed realiseren. Hierin groeien onze kinderen op. Hiermee worstelen vele jongeren en gaan er vaak in ten onder. Zij willen dit veelal niet erkennen en praten het vaak goed.

Wij worden allen ongewild vaak geconfronteerd met deze seksrage.

Het is dus bepaald niet overbodig om een “verbond met onze ogen” te hebben. Laten we op onze hoede zijn en niet slapen, zoals David.

De zonde bedekken

Bij zwakheid, traagheid en onachtzaamheid wordt de begeerte opgewekt en bevrucht, baart zij de zonde. Zegt Jakobus niet dat wanneer de begeerte wordt opgewekt en men geeft er aan toe, de zonde wordt geboren? (zie Jakobus 1:14-15). David “zag”, kreeg “lust” en “nam” haar, om het met Jozua 7:21 te zeggen. Het duurt dus niet zo lang of David misbruikt zijn macht om zijn “vleselijke begeerte” te bevredigen. David wordt een “overspeler”. Bathséba wordt zwanger en David wordt bang. Hij wordt bang dat zijn zonde ontdekt zal worden. Adam en Eva werden immers ook al bang en verstopten zich onder de bomen van het paradijs.

Zonde maakt bang. De enige manier om die angst kwijt te raken is de zonde te belijden. Maar daar denkt David niet aan. Hij bedenkt een slim plan. Hij zorgt ervoor dat de man van Bathséba – Uria – sneuvelt. Hoe hij doet kun je lezen in 2 Samuël 11:6-27. Je ziet hier hoe David steeds verder in de strik van de zonde verward raakt.

Voordat david met zijn verschrikkelijk moordplan aankomt stuurt hij Uria naar zijn vrouw. Wel slim hè? Dan kon David immers later zeggen: – als dat tenminste ooit nog aan de orde kwam – “Dit kind is van Uria, niet van mij”. Dan was de zaak geregeld. Maar het liep anders want God is er ook nog.

Als antwoord op Davids vraag waarom hij niet naar huis was gegaan, zegt Uria: “De ark, en Israël en Juda blijven in de tenten; en mijn heer Joab, en de knechten van mijn heer zijn gelegerd op het open veld, en zou ik in mijn huis gaan, om te eten en te drinken, en bij mijn vrouw te liggen? [Zo] [waarachtig] [als] gij leeft en uw ziel leeft, indien ik deze zaak doen zal!” (zie: 2 Samuël 11:10-11).

Uria was een trouw man. Hij diende God en de koning. Dat ging hem boven alles. Hij wist dat God tot die dienst had geroepen. Maar op David maakt zelfs dit geen indruk meer. Hij is met heel andere dingen bezig. Hij moet en zal zijn zonde bedekken. Hij brengt alles in stelling – dat laat dit gedeelte duidelijk zien – om dat doel te bereiken. Nu lanceert David het plan om Uria te laten sneuvelen. Daarvoor heeft hij Joab nodig. En Joab is direct “in” voor dit plan. Zo wordt hij op deze manier medeplichtig. Joab zelf had ook het een en ander op zijn kerfstok. Dat wist David ook wel.

Als je eenmaal op de weg van de zonde bent, ontwijk je ook hen niet meer die duidelijk vleselijk zijn. De grenzen zijn dan verlegd. Dat heet “ruim” denken vandaag. Maar het is gewoon “zonde”! Zo denkt God daar over. “Doch deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN” (2 Samuël 11:27).

Uria sneuvelt dan ook inderdaad en zijn vrouw Bathséba “droeg leed over haar heer”. Wat onze zonde ook “bij anderen” kan veroorzaken, vergeten wij wel eens.

Jij bent die man!

Hoewel Bagdad en andere Iraakse steden in april 2003 tijdens de tweede Golfoorlog snel vielen, kon (en kan?) een beleg van een stad soms lang duren. We zijn nu in hoofdstuk 12 aangekomen.

Het beleg van Rabba duurde ook enige tijd maar de omkeer bij David verliep erg traag. Maar de Heere laat het er niet bij zitten. De profeet Nathan wordt door de Heere naar David gestuurd. David moet in het licht van God verschijnen. God is namelijk niet alleen “Liefde” maar ook “Licht” (1 Johannes 4:8 en 1:5). God kan geen zonde door de vingers zien. Dat mogen wij nooit vergeten!!!

God brengt de dingen aan het licht. Hij is met David bezig. Met u en met mij is de Heere ook bezig. Lees dat maar eens in Psalm 32:4-5.

Nathan houdt David een gelijkenis voor. Toch heeft David niet door dat het om hem zelf gaat.

Nathan zegt: “Er waren twee mannen in de stad. Een rijke en een arme. De rijke had zeer veel schapen en runderen. De arme daarentegen niet meer dan een klein ooilam dat hij liefdevol vertroetelde als was het zijn eigen dochter. Toen kwam er een wandelaar bij de rijke! … De rijke nam het ooilam van de arme man om zijn eigen vee te sparen. Dit ooilam maakte hij klaar om te eten voor de wandelaar” (zie vers 1-4).

Daar heb je het! Daarvoor moeten wij oppassen. Deze kunnen we maar beter niet binnenlaten. Deze wandelaar vertegenwoordigt ondermeer “verkeerde verlangens” en wel de plotseling opkomende verlangens die niet te weerstaan zijn. Doe de deur dicht, direct!!!

Deze wandelaar weet dat hij bij David succes kan hebben. Hij vindt aansluiting in Davids hart. Als er in onze harten dingen gevonden worden die niet in het licht van God kunnen bestaan en die we niet geoordeeld hebben, zullen ook wij bezwijken voor de verzoekingen van satan, als deze op onze weg komen. En reken er gerust op dat de satan er wel voor zorgt dat zijn verzoekingen in zo?n hartentoestand op onze weg komen. Laten wij ons niet verkijken. Satan is een meester in verzoekingen.

David vergat zijn afhankelijkheid van God en meende te kunnen uitrusten in plaats van God te dienen en te strijden. Zwakheid, traagheid en onachtzaamheid geven de vijand van onze zielen de kans om – net als bij David – de deur te openen en eenmaal binnen veroorzaakt de satan verwoesting en verdriet. Dat is altijd zo. Kijk maar om je heen. Kijk maar in je eigen omgeving. Kijk maar in je hart.

Als we verder gaan zien we de reactie van David. Hij wordt echt hevig verontwaardigd en zijn oordeel was duidelijk en rechtvaardig (vers 5). Jazeker! gaat het ons niet net zo. Zolang het niet om onszelf gaat, hebben we een duidelijk inzicht in het kwaad van anderen. Dit vinden we ook vaker in de Bijbel.

Dan gebeurt het …

“Jij bent die man”, zegt Nathan in vers 7. Dit is toch wel even wat anders. Dit is een grote dreun dat David moet treffen. Het treft David ook. Diep, heel diep. Dat moet ook. Het moet niet even schrikken zijn en dan weer over gaan tot de orde van de dag. Dat lijkt wel vroom maar leidt tot niets. Het brengt dan geen verandering. Gelukkig wordt David overtuigd in zijn hart en geweten en dit brengt hem tot berouw. De Heere laat David zien wat Hij allemaal voor hem heeft gedaan. Dat was toch niet weinig (zie vers 7-8). En als David het te weinig had gevonden, zou de Heere hem nog meer hebben gegeven. De Heere spaart David nu niet maar laat hem zien waar hij mee bezig is. God zegt niet zoiets in de trant van: “Wel, wel, David, wat ben je nu toch begonnen. Maar stil nu maar, Ik heb er wel begrip voor; Ik praat er verder niet over en zie het door de vingers. Maak je nu maar geen zorgen. Het komt allemaal wel goed”.

Nee, God laat David duidelijk zien dat hij voor Zijn heilig aangezicht gezondigd heeft. David wordt gescreend door God!!

David, je hebt Mijn Woord veracht en waarom? (vers 9)! Ja, je hebt zelfs Mij veracht (vers 10). Dat is de boodschap. Hoe ernstig!

David koos voor de zonde.

En wij?

Hebben wij die “wandelaar” de deur ook niet vaak open gedaan? Vinden wij ook niet de zonde vaak zo aantrekkelijk? Proberen wij dan ook niet – net zoals David – dit te verbergen?

Beste vrienden, geliefde brusters, laten we waakzaam zijn. Vooral niet denken dat ons dát niet zal overkomen. Maar laten we ons niet laten meeslepen door onze eigen boze begeerten. Laten we onszelf oordelen in het licht van God. laten we ons laten gezeggen door de ware profeet, onze Heer en Heiland.

Het woord in Galaten 6:7 geldt ook nu nog: “Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Want wie voor zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie voor de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten”.

Aan de gevolgen van onze daden ontkomen we niet. Dit behoort tot de regering van God. In deze wereld zullen we de gevolgen van een zondige wandel en handel ondervinden. Het vlees zal “verderf oogsten”.

De profeet Nathan moet David drie gevolgen van zijn “misstappen” vertellen. Deze kun je vinden in vers 10-14. Hier ga ik nu niet verder op in.

Vergeving

Is het dat dan? Is dat het enige? Hoe moet het dan verder met mijn ziel? Heb ik me dan voor eeuwig van Zijn genade en liefde beroofd? Nee!!!

Ook hierover kunnen we iets van David leren. Hij zegt in Psalm 32:1-2: “Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Welgelukzalig is de mens, die de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is”.

Wanneer we onze zonden na waarachtig berouw belijden is er volle vergeving op grond van het volbrachte werk van Christus, op grond van Zijn bloed. “… het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” en “als wij ons zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Johannes 1:7,9).

Onze ziel wordt hersteld en we kunnen weer volle gemeenschap hebben met God, onze Vader en met Zijn Zoon, Jezus Christus.

Dat wij de gevolgen van onze zonden ondervinden is niet omdat de Vader een strenge Vader is en ons eens lekker wil plagen, maar is om ons in Zijn spoor te houden. Zijn tuchtigende hand veroorzaakt nooit onnodig leed. Hij moet ons soms ook tuchtigen juist omdat Hij ons liefheeft. Zijn tuchtiging is ook een bewijs van Zijn liefde jegens ons (zie ook Hebreeën 12:1-11).

De regie van God

Op één ding wil ik nog graag met klem wijzen. De regie van Zijn weg met ons en van Zijn tuchtigende hand ligt gelukkig niet in de handen van mensen, niet in de handen van een broeder of zuster – het ligt in Zijn Handen. Die Handen die precies weten wanneer ze tuchtigen moeten en precies weten wanneer er wonden geheeld en verzorgd moeten worden, die Handen die vasthouden en nooit loslaten, die Handen die beschermen, die Handen die leiden – want het zijn Zijn Handen.

Laat je dus niet ontmoedigen door wat de mensen om je heen zo goed weten wat God wel of niet met u doet of zou moeten doen. Dat is een kwestie tussen uw ziel en Hem Die Licht en Liefde is. Is dat niet bemoedigend?

Het berouw van David

“Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd …” (Psalm 51:6). Dat is wat David zegt na de “screening van God”. Ook David ontkwam niet aan de gevolgen van zijn zonden (vers 10-12). Tot aan het eind van zijn leven heeft hij de bitterheid ervan ondervonden. Maar hij heeft toch na het herstel van zijn ziel met zijn harp “de lieflijke psalmen van Israël” gezongen. Ongetwijfeld is David diep getroffen door de verzekering van de kant van de Heere: “De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven” (vers 13). Dat “wegnemen” van de zonde is voor ons te vinden wanneer wij zien op het kruis van Christus.

Al deze ervaringen bracht David dichter bij God en daarom kan hij ook zingen van de genade van God. En wij? Laten wij dat ook doen!

Er liggen nog veel meer lessen in dit gedeelte van het Woord van God maar deze wilde ik u doorgeven met het oog op het “screenen van God”.

Bron: “Van de schaapskooi tot de troon” van H. Rossier

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW