2 maanden geleden

Zie hier ben ik (2)

Leestijd: 4 minuten

We hebben gezien dat er gelovigen zijn die, toen ze Gods ingevingen hoorden, onmiddellijk bereid waren te gehoorzamen: Hier ben ik. Een belangrijke oproep ook voor onze harten vandaag!

Samuel

“Het gebeurde op zekere dag, toen Eli op zijn slaapplaats lag – zijn ogen begonnen zwak te worden, zodat hij niet meer kon zien – en toen ook Samuel zich te slapen gelegd had, voordat de lamp van God gedoofd werd in de tempel van de HEERE, waar de ark van God was, dat de HEERE Samuel riep. En hij zei: Zie, hier ben ik” (1 Sam. 3:2-4).

Hanna bracht haar zoon Samuel naar de tabernakel in Silo toen hij nog maar een jongen was, waar hij de Heer diende onder toezicht van hogepriester Eli. De zonen van Eli waren slechte en goddeloze mannen die de Heer beroofden. Helaas verzette Eli zich niet krachtig genoeg tegen zijn zonen. Nu was hij oud geworden en vermaande hen alleen nog met woorden, die ze echter negeerden. Daarom wilde God de jonge Samuel gebruiken om het komende oordeel aan Eli en zijn gezin aan te kondigen.

Tot dat moment had God nog nooit tot Samuel gesproken. Daarom herkende hij de stem van de Heer nog niet. Toen God hem riep, dacht hij dat Eli hem had geroepen. Pas bij de derde keer besefte Eli, dat God de jongen riep. Toen de Heer eindelijk voor de vierde keer riep, was Samuel bereid te luisteren naar wat God hem te zeggen had. Maar dat was niet alles. Samuel was ook bereid de taak die God hem had gegeven trouw uit te voeren, hoewel hij Eli en zijn gezin het oordeel moest aankondigen.s

Laten we onszelf afvragen: kennen wij de stem van de Heer en zijn wij vertrouwd met Zijn woorden (Joh. 10:4)? Kan God ons gebruiken om iets tegen onze broeders en zusters te zeggen wat ze misschien niet leuk vinden? En hoe zit het als een broeder of zuster ons terechtwijst? Aanvaarden we die terechtwijzing dan zonder aarzeling als afkomstig van God?

Jesaja

“Daarna hoorde ik de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij” (Jes. 6:8).

In een indrukwekkend gezicht gaf God een glimp van Zijn heerlijkheid aan Zijn dienaar Jesaja. Jesaja kreeg een diepe indruk van Gods heiligheid en besefte dat hij, zoals hij was, niet voor God kon staan. Wanhopig riep hij uit: “Wee mij, want ik verga!” (vs. 5). Pas nadat een gloeiende kool van het altaar zijn mond had aangeraakt, en de profeet zo een symbolisch besef kreeg van de omvang van zijn zonde en zijn behoefte aan verzoening, kon God hem als profeet voor Zijn volk uitzenden in een openbare bediening (vs. 8).

Laten we onszelf afvragen: zijn we nog steeds onder de indruk van Gods heiligheid? Weten we wat het de Heiland heeft gekost om voor onze zonden te boeten? Danken wij Hem dagelijks voor het verlossingswerk, dat Hij aan het kruis op Golgotha heeft volbracht? Reageren wij op Zijn liefde door bereid te zijn om ons door Hem naar verloren mensen te laten zenden en hun de boodschap van verlossing te brengen?

Ananias

“Nu was er een discipel in Damaskus genaamd Ananias; en de Heer zei tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zei: Zie, [hier] ben ik, Heer” (Hand.9:10).

Saulus was op weg naar Damaskus. Toen de Heer Jezus vanuit de hemel aan hem verscheen, viel hij op de grond en kon hij niet meer zien. Hij moest bij de hand naar Damaskus geleid worden (vs. 8). Toen gebruikte de Heer een bescheiden maar godvrezende en oprechte discipel, Ananias genaamd, om Saulus de handen op te leggen, zodat hij weer kon zien en vervuld kon worden met de Heilige Geest (Hand. 22:12).

Ananias wás er niet alleen maar toen de Heer hem riep (vs. 10). Hij was ook bereid te doen wat de Heer hem gebood. Hoewel hij begrijpelijkerwijs door angst werd bevangen toen hij de ongewone opdracht van de Heer ontving, was hij toch gehoorzaam. Nadat hij zijn Heer de zorgen van zijn hart had verteld en de Heer de opdracht had bevestigd, deed Ananias wat hem was opgedragen (vs. 13-17).

Laten we ons afvragen: Zijn wij gehoorzaam aan de Heer? Gehoorzamen wij, ook als Zijn geboden ongebruikelijk of zelfs beangstigend lijken? Ananias onderscheidde zich in ieder geval door zijn bereidwilligheid en gehoorzaamheid. Hij vervulde de opdracht die de Heer hem gaf. Vervullen wij ook de opdrachten die Hij ons geeft?

Slot

Bij de Heer Jezus zien wij een volmaakte bereidheid om de wil van zijn God en Vader te doen. Hij werd voorspeld als het Lam vóór de grondlegging van de wereld. Toen de volheid van de tijd aanbrak, zond God hem naar de aarde. Psalm 40 vers 7-9 en Hebreeën 10 vers 5-7 laten zien, dat hij bereid was naar de aarde te komen om te lijden en te sterven aan het kruis van Golgotha. Hij kende geen zonde, deed geen zonde en er was geen zonde in Hem (2 Kor. 5:21; 1 Petr. 2:22; 1 Joh. 3:5). Daarom was hij in staat het verlossingswerk voor ons te volbrengen.

Hoewel de Heer precies wist wat Hem hier te wachten stond, liet Hij Zich vrijwillig zenden. Hij kwam als Mens naar de aarde. Maar meer nog: Hij werd gehoorzaam tot de dood, ja, zelfs tot de dood aan het kruis (Fil. 2:8). Zijn volbrachte werk aan het kruis vormt de basis waardoor God ons als Zijn dienaren kan uitzenden.

 

Daniel Melui; © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW